staatsinvesteringsbanken (sovereign wealth funds) beschikken over een vermogen van 15.000 miljard dollar.
Door hier te klikken geven getallen u een indruk van de bruto nationale producten van enkele grote economieën.
Merkwaarde van Coca Cola is $65 mjd, Microsoft $59 mjd, IBM $57 mjd, GE $51 mjd, Nokia 34 mjd en Toyota 32 mjd.
Waarde van piepe Google ('99) bijna 10x meer dan in '04, en meer ($220 mjd) dan bejaarde IBM, Coca-Cola of HP.
De hypotheekcrisis heeft ondernemers wellicht een ongelooflijke 2000 miljard dollar gekost.
In 2007 waren er 240 beursgenoteeerde Nederlandse ondernemingen.
5/11/'07 Het splinternieuwe Chinese aandeel PetrolChina was meteen de grootste onderneming ter wereld (€ 1000 mjd).
febr. '08 Beursgang Visa Card haalt onovertroffen bijna $ 18 miljard (AT&T Wireless in 2000 $ 10 mjd) uit VS markt.
VS's BBP bedraagt $14.000 miljard, Japan is met $5000 miljard 2e, terwijl Nederlands BBP $650 miljard bedraagt.
  In augustus 2008 gaf minister Donner
 aan de suggestie van UNI-VERSUM.nl
 inzake de pensioenleeftijd over te nemen.

  Uw bedrijf hier ?
       e-mail direct:   info@uni-versum.nl

  € 0,25 per pixel p.kw.

De Telegraaf Autotelegraaf Speurders Reiskrant Vacatures Woonkrant reiskrant Vaarkrant
naar beneden  

   an eye on finance valuta calculator   wereld beurskoersen a world wide service of Explorer/Firefox optimized


   INZICHT  IN
BELEGGEN
    EN ZO

home


algemene wetenswaardigheden over
de beleggingswereld anno 2009

          huidige tijd

        GaTS world time


( 31-12-'08 == AEX slot 2008 is 245,94 )
30-01-'09
AEX 249,60 v   koersdoel 2009 is 295 (= CR2-index 119,95)
CR2-index   
(relatieve beursindices   --   slot 2008 is 100)
datum 30-01-'09
beurs AEX NMX AScX
  2009 in %-punten


101,08 ^
73,19/71,09   173,80


101,47 ^
244,98   -   13/07/'07

104,78 v
New York
23-01-'09
Dow Jones


92,12 ^
€=$1,28v (1,57-27/06/08)

  Het laatste jaar was en moeilijke tijd voor de (particuliere) belegger. En zo zal het nog wel even blijven, dus zit stil. Wijk niet uit naar goud momenteel, want dat is (nog veel te) duur. Maar wat dan? De spaarrente is hoog wegens financiële krapte en doet nauwelijks onder voor 't rendement op de langere termijn. Tijd voor een deposito (van tegen de 6%! kort).
  Een prof  zegt hierover:
"Wie alleen geld over heeft en een lange beleggingshorizon hanteert, beleeft nu een prachtig aankoopmoment dat zich eens in de tien jaar voordoet." J. Potuijt, (IEX/VEB - 7/2/08)      Dit geldt gewoon nog steeds.


De CRedietCRisis-index (CR2-index) is gestart op 1 januari 2009. Ze houdt de belangrijkste Nederlandse beursindices - en New York - in het vizier en zal ons laten zien in welke mate deze nieuwe crisis zal worden overwonnen.
De verwachting is dat vanaf heden de AEX wel weer opwaarts zal gaan wat door de CR2 omgezet in procentpunten zal worden gevolgd. U kunt dus, evenals bij de U-V-index hieronder, duidelijk volgen of het beter gaat en in hoeverre, of wellicht juist minder. De verdenking is dat alle narigheid van de Amerikaanse nephypotheken nog niet helemaal uit de markt is. Als gevolg daarvan zullen, door de alsnog af te schrijven waarden, de koersen eerst nog wel eens een tijdje naar een nieuwe - en laatste - bodem gaan zoeken. M.a.w. de AEX zal nog wel enkele tientallen punten kunnen zakken, zeg dat de bodem zo op de 200 - 230 zal gaan liggen. Vervolgens komt het herstel, maar daarvoor heeft dit geen heel jaar meer ter beschikking. Het zal daarom in 2009 beperkt blijven en zo'n 50 tot 70 procentpunten gaan bedragen. Dan komen we bij een eindstand van de AEX op december 2009 tot een bedrag van rond de 295 punten maximaal - als er geen gekke dingen gebeuren, zoals een ander soort fophypothekengebeuren. Het zou richting 305 kunnen gaan wanneer we op dit moment anno 01-01-'09 de bodem van de AEX zaten, maar dat is nog engekende kennis. Omgerekend naar de CR2-index zal dat een slot van 116 (ev. 125) procentpunten betekenen.

 
'
0
8
'
0
9
j
Rood is de invloed van de credietcrisis op de AEX.
Groen in welke mate de AEX zich weer omhoog werk in 2009.

   
Google op het WWW op deze pagina

( 31-12-'08 == AEX slot 2008 is 245,94 )
30-01-'09
AEX 248,60 v   koersdoel 2009 is 295 (= U-V-index 91 ) - euroSTOXX50 2147v - olie $46,47/€34,85 pv ^  - DJ   8077,56v - EUrente 2% - USrente 0..25% - £0,95
U-V-index    (relatieve beursindices    --    slot 2002 is 100)
datum 30-01-'09
beurs AEX NMX AScX *
  2009 in %-punten


77,03 ^
73,19/71,09   173,80


99,85 ^
244,98   -   13/07/'07

93,99 ^
New York
30-01-'09
Dow Jones


95,92 v
€=$1,28v (1,57-27/06/08)

  Het laatste half jaar waren moeilijke tijden voor de (particuliere) belegger. En zo zal het nog wel even blijven, dus zit stil. Wijk niet uit naar goud momenteel, want dat is (nog veel te) duur. Maar wat dan? De spaarrente is hoog wegens financiële krapte en doet nauwelijks onder voor 't rendement op de langere termijn. Tijd voor de spaarbank dus, denk eens aan een deposito (>5,5%/½jr)*.
  Een prof  zegt hierover:
"Wie alleen geld over heeft en een lange beleggingshorizon hanteert, beleeft nu een prachtig aankoopmoment dat zich eens in de tien jaar voordoet." J. Potuijt, (IEX/VEB - 7/2/08)    En dat geldt nog steeds.
  *   Beginjaren 21e eeuw begon WOWTR-labs (nu onderdeel van UNI-VERSUM.nl) een alternatieve index bij te houden van kleine fondsen, de NMAX beursindex waarin een klein aantal bedrijfjes als Antonov e.d waren opgenomen. Dit vond plaats tot Euronext zelf besloot een index van zeer kleine small caps op te zetten, de AScX die startte op 2 maart 2005 met oplopend tot nu (zoals de AEX) 25 fondsen. De AScX gaat dus logischerwijs van een andere 100%-datum uit. Als laatste is het NMAX aandeel Sopheon uit de AScX verdwenen.
De wereldeconomie draaide als een lier: hoogste notering DOW ooit: 14.000 op 19-07-'07, nog maar net een jaar geleden.

Echter, nadat duidelijk werd in de loop van 2008 dat zich een nieuw economische wereldcrisis had aangekondig, ging alles ineens anders. De markt is rijp voor een nieuwe financiële aanpak, aangeduid als The New System. Meer aandacht voor de consument en minder voor de dikke winst. Dit vereist een zwaarder toezicht. Maar algemene marktprincipes blijven bestaan, daar gaat deze pagina over, al heeft de huidige crisis een wereldbeeld doen vergaan. En als u denkt dat beurswaarde 50% is verdampt: niet als gewoon wordt gelet op de (nog immer bestaande) lange termijn. Er is zoals gewoonlijk weer overgereageerd in dit wereldje, terwijl de verkeerden de pot leegroofden.



Voor de computer van morgen.


  Vreemde indices zoals
  de massa kan het beter   &   beursgorilla
  willen de andere aftroeven.


" style="border: 1px solid white"> dividend EAX Alternext DOW obligatiemarkt etisch beleggen

de economie vertrouwen motivatie advies groen beleggen halal internethype eigen portefeuille beleggen in 2008

Over veilig bankieren   of    ondanks BKR-codering   of    euro, ok - maar dan nu wel geld erbij    en      lenen onder particulieren    en      Werkgevers en woekerpensioenen    tevens   Bankrenteterug.nl en valuteringsdata     de Troonrede     Icesaveclaim  of  icesaving.nl   

max. rente beleggen in Afrika hedgefunds
woekerpolis US economie carry trade hardhout & exotisch goud Nikkei groeimarkt India techn. analyse index trackers crisis '07/'08


                   met * is klikbaar



't heden, een bedenkelijk houvast
nov. '08
een toontje lager dus

De onderstaande kolom kan eigenlijk niet geschreven worden. Situaties op financiëel/economisch terrein bieden immers over het algemeen geen enkel houvast voor de tijd daarop volgend. Er lijkt klaarblijkelijk niet een vastliggend causaal verband te bestaan tussen de situatie van nu en die van momenten in de toekomst.
En houvast is in feite iets waar iedereen en alles naar op zoek is. Wie zekerheid zou kunnen aanbieden en verkopen als wezenlijk product is binnen voor de rest van zijn leven. Daar dit een fictief product blijkt te zijn, kunnen velen hun brood verdienen met het inschatten van toekomstige ontwikkelingen. In dit geval denken we specifiek aan economische specialisten die er geen been in zien u te vertellen hoe u het beste rijk kunt worden. Maar de problematiek, die als gevolg van de Amerikaanse hypotheekcrisis tot een diepe en zeer ingrijpende wereldwijde financiële crisis van ongekende grootte is uitgegroeid, bewijst het bovenstaande.

Wie de toekomst kent, heeft de macht - en dat is wat enkelen in hun ivoren torens meenden te hebben: de macht om met goede financiële beslissingen te kunnen heersen en alle gevolgen van een complex en immens aantal beïnvloedende factoren te overzien. Want dit karakteriseert de financiële markt, gesteld in simpele bewoordingen.
Echter, de gedachte macht bleek louter onmacht. Zij waren onmachtig hun hebzucht in de hand te houden die werd aangewakkerd door de dubbelwandige en wanstaltige financiële beloningen en bonussen - hoewel ere wie ere toekomt - en de gevolgen ervan, door het korte termijn denken te practiseren. Dit had helaas niets meer met zakendoen te maken, in tegendeel. Want de invloed ervan op de langere termijn werd maar gewoon even vergeten, tot schade van ontelbaar velen en tot zelfs de financiële ondergang van complete natien toe. Deze feitenlijke onmacht heeft wel zeer duidelijk aan het licht gebracht dat het ingegroeide graaicultuurgedrag ertoe leidt dat men de verantwoordelijkheden die aan macht zijn gebonden domweg van zich af kan werpen. En we kunnen er niet onderuit vast te stellen dat dit niet per abuis is geschied, want het zijn niet direct domme mensen die op dergelijke hoge en belangrijke posities terecht zijn gekomen. Daaarom hadden we toch des te meer mogen verwachten dat er zekerheden in het systeem bleven ingebouwd.

Onmachtig de toekomst te kennen gekoppeld aan hebzucht, egoïsme en zelfverrijking hebben de wereld in een nog niet eerder vertoonde rampspoed gedompeld. Het goed op de hoogte zijn van de momentele feiten blijkt derhalve een bedenkelijk houvast. De winst van vandaag biedt geen garantie voor de winst in de toekomst; deze ijzeren economische wet in de financiële sector is met voeten getreden door lieden die dit onwrikbare economische gegeven letterlijk ieder moment van de dag voor ogen hadden moeten hebben. De verantwoordelijke personen hebben als het ware arglistig tegen deze wet samengespannen en aldus doende hun eigen maatschappij ernstig gedupeerd en het zo belangrijke vertrouwen in deze sector zwaar verstoord en zelfs bijna dodelijk ondermijnd. Voorlopig zal de economie daarom vooreerst een toontje lager moeten zingen - wat aan de andere kant onze ecologie weer kans geeft op te veren.

- * -


Staatsinvesteringsfondsen

Is de ene dwarsligger zichzelf tegengekomen, komt de volgende biels boven drijven. Zijn hedgefunds hun oppermacht kwijt, komen eind 2007 begin 2008 de staatsfondsen zich als machtige (reddende) medespelers aandienen. Vooral de staatsfondsen - sovereign wealth funds - uit het oosten zijn op het podium geklommen. Geld moet ergens heen om niet te verkommeren. Met hun miljarden oliedollars hebben deze fondsen o.a. Amerikaanse banken geldinjecties verstrekt toen deze door de credietcrisis wankelend dreigden om te vallen. Met zo'n 13.000 miljard dollar aan reserves wereldwijd kunnen deze staatsfondsen vanuit o.m. het oosten een belangrijke rol gaan spelen in het westen. En daar is men wel huiverig voor. Want hoe zal dit in de toekomst gaan uitpakken?
Daarom wordt er overleg gepleegd, om tot regels te komen voor deze tientallen instellingen. Staatsinvesteringsfondsen mogen wel meespelen, is soms misschien wel nodig, moeten niet worden afgeschrikt, maar daarentegen niet te veel zeggenschap worden toebedeeld. De economische motieven gaan onder de loep en minderheidsbelangen en geen toegang tot of te veel invloed op het management staan bovenaan.

De WSI

Het is tegenwoordig welhaast onmogelijk om een (economisch) neutrale aanbeveling te doen, zonder dat men daarbij politiek veroordeeld wordt (politiek incorrect heet dat). Toch acht deze pagina het aanbevelenswaardig dat er een veelvoud aan uitkeringen wordt opgeheven om te worden vervangen door slechts één recht, het wettelijk recht op een sociaal inkomen (WSI), zonder daarbij een politiek statement te willen afgeven. Een rijk en welvarend land als Nederland moet geen armoede meer kennen.

Nader omschreven betekent dit dat ieder die een Nederlandse ingezetene is vanaf het '0'e jaar het recht heeft op een aanvaardbaar inkomen onafhankelijk van zijn of haar sociale status. Geboren maar geen ouders, de WSI voorziet erin. Geen inkomen na het zestiende jaar, de WSI geldt voor u. M.a.w., iedere Nederlander of ieder gezin moet ten minste een inkomen kunnen genieten dat minimaal overeen komt met het sociaal inkomensrecht. Dit recht kan momenteel ca. € 1350,-- netto (1 mei '08 = 100%) bedragen, afgezien van de individuele status. Wie minder verdient heeft recht op aanvulling. Nederland is een rijk land en moet dat bewijzen. Ondergetekenden gaan daarover graag in discussie met de betreffende minister.

De maatschappij is inmiddels dusdanig veranderd, dat velen geen invloed op hun toekomst meer kunnen uitoefenen. Bij moeilijk mee kunnen komen met of buitensluiting van de arbeidsmarkt, om welke reden dan ook, zal de maatschappij voor deze personen de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen in haar eigen belang. Dit houdt o.m. in dat men 'gewoon' kan leven, de simpele alledaagse uitgaven kan financieren. Daartoe heeft men een gepast inkomen nodig dat sociaal waardig en aanvaard is, de WSI. Dit dient in zekerheid van leven, huisvesting en voedsel te voorzien. Dit in tegenstelling tot een nog kleine maar degeneratieve stroming in de regering die iedere vorm van uitkering wil opheffen.

Waaruit de WSI wordt bekostigd?, is de volgende prangende vraag. Eenvoudig gesteld uit de daaruit voortvloeiende bezuinigingen. Te denken valt aan een wegvallen van kosten voor AOW, WAO (WIA), Wajong, zorg- en huurtoeslagen, correspondentie, sociale diensten, kosten i.v.m. advocaten, e.d. De zeer vereenvoudigde boekhouding en opmerkelijk verminderde personeelskosten voor de staat zal veel opleveren en de burger en het land veel rust en zekerheid opleveren, naast een verminderde hang naar criminaliteit, een groener uitgavenbeleid, enz. En, wie werkt heeft meer.

Nederland is het waard.



Microkrediet - waardige oplossing?

Wat men al niet bedacht heeft in de financiële wereld. Het rustige agrarische wereldbeeld is welhaast verdwenen en een zware economische werkelijkheid heeft zich aangediend. Hielpen mensen elkaar vroeger graag, nu raken of worden ze met schulden beladen. Zo lijkt het rijke westen de o.a. arme Afrikaan nu in financiële neo-slavernij te brengen, want men gaat beleggen in de allerarmsten. Zeer gênant komt zo het harde gelaat van de economie boven drijven. Ontwikkelingshulp is nodig, om vele redenen, evenals indertijd de Marshalhulp aan Europa. Maar mensen - en nog wel de allerarmsten - geld lenen, goedbedoeld in de schuld helpen en vervolgens in een groot risico laten delen (door o.a. zeer hoge tot 25% rentevergoeding te eisen), zouden we toch wel als een minder waardige oplossing kunnen aanmerken - de grote creditcrisis van 2007 is er een voorbeeld van. Het is gewoon niet netjes en is etisch niet verantwoord en bovendien inhumaan, want het biedt geen enkele sociaal aspect in de vorm van uitzicht op een rustig en waardig leven. Geef mensen én een beginkapitaal én begeleiding, dat zou ons sieren. Een snel veranderen van deze micromale hulp is nodig, want ook Nederland gaat zo te horen lijden aan deze vorm van onderwerping. Naast de kleur rose zouden Nederlanders zich ook met dit fenomeen niet willen inlaten. Wereldbank, IMF, ECB, DNB, en gelijken, er stroomt en zwerft zoveel kapitaal (onnuttig geld) over de wereld, zet je tanden er eens in.

Zwerfkapitalen

Sinds enige tijd komen de termen zwerf-, durf- of junglekapitaal, private equity (beleggen buiten de beurs om, opkopers van bedrijven) en hedgefondsen (speculatieve beleggingsfondsen) steeds vaker voor in de landelijke bladen. De term activistische belegger, zoals ze ook bekend staan, is beladen geworden. Zelfs de minister is erbij geroepen in 2007 voor aangepaste wetgeving, want de Autoriteit Financiële Markten (AFM, dat t.g.v. beleggers o.m. financiële verslaggeving van bedrijven controleert) merkt op dat de wet niet zegt dat in Nederland actieve hedgefondsen hun boeken open moeten doen inzake hun doen en laten. Deze termen veroorzaken onrust in de beleggingswereld en bij werknemers en managers. Dit soort "waaghals-kapitaal"- krachtigen duidt men aan als roofridders en (perverse) ruige sprinkhanen of aasgier-investeerders, want zo plukken deze opkoopfondsen bedrijven kaal (saneren), gaan er met de winst vandoor en laten alles achter voor wat ervan is geworden, tot aan zelfs sterfhuis constructies toe. Vooral private equity fondsen leven van de schulden van overgenomen bedrijven - HEMA, Van Gansewinkel & Ziggo, 8-'8). Maar aan de andere kant, stelt de minister, hedgefondsen kunnen een ingedut management wakker schudden en aansporen tot daadkracht. Toch worden hedgefondsen een probleem genoemd, want hun werkwijze gaat ten koste van het lange termijn belang van aandeelhouders en werknemers zoals gebruikelijk was in Nederland. De huidige voorzitter van de ECB zei reeds een mondiale oplossing voor dit probleem te willen. Tegen eind oktober kwam er weer het oude idee naar voren om strenger toezicht op de handelwijze van bepaalde strategie te houden bijv. middels een marktmeester.
In september 2006 zal er in de Tweede Kamer over een nieuwe overnamewet worden gesproken. Deze beoogt dat beleggers die (6 of zelfs 3%) aandelen van een bedrijf hebben verworven worden verplicht een openbaar bod uit te brengen. Het schijnt dat Nederland achter loopt wat betreft wetgeving op het gebied van 'snel-groot-geld' en dat daar nu wat verandering in gaat komen. Er moet meer publieke verantwoording komen over wie en hoeveel geld er belegd mag worden.

In augustus 2006 heeft men het na Stork op Ahold gemunt. Twee durf-kapitalisten, de hedgefondsen Centaurus (Capital Ltd) uit Londen en Paulson (& Co Inc) uit New York (met ING Wholesale Banking als adviseur) , willen Ahold en Stork opkopen en de ondernemingen daarna in delen splitsen en de minder rendabele verkopen. Het aandeel zou daardoor meer waard worden, omdat zo de huidige onderwaardering van Nederlandse effekten in een hogere beursnotering zou uitmonden. In veel gevallen heeft men tevens op kosten kunnen besparen door bijv. personeel te ontslaan, waarbij de rest van het personeel evenveel, zo niet meer, moet presteren. Dit gebeurt binnen enkele jaren. Vervolgens worden de bedrijven snel verkocht en is er ook snel aan verdiend. Waar het hierbij ook om gaat is, wie is de baas in een bedrijf, wie bepaalt de koers, de aandeelhouders of de directie. Als die twee er niet uikomen, dan rest slechts nog de gang naar de rechter. Maar Centaurus en & Paulsen laten het er niet bij zitten. Zij blijven doordrammen en verklaren dat waar Ahold nu €7,75 doet dit na splitsing 11,20 en zelfs 12,40 kan worden. Na verkoop van delen van het bedrijf en ontslag van medewerkers op veelal managementniveau. Ook ASMi lijkt dit lot beschoren en is bezig zich te verdedigen tegen de grote hedgekapitalist Mellon.
Maar Nederland ging in 2007 nog meer in de uitverkoop. NYSE/Euronext kwam tot stand, ABN/AMRO is opgekocht en opgedeeld, Stork kon er niet meer aan ontkomen na een felle strijd, VLM is door Air-France/KLM opgekocht, dat intussen naar Alitalia lonkt, de Postbank verdwijnt onder het ING-logo, ALEX is door BINKBANK overgenomen, `

Er valt ook iets te zeggen over de manier van financieren door deze op snelle winst gefocuste lieden. Men koopt een - vaak niet zo goed draaiend - bedrijf op met 30% durfkapitaal en 70% bankgelden. Na in rap tempo het bedrijf tot bloei te hebben gebracht verkopen ze het voor 130%. Daarvan wordt de 70% van bank terugbetaald en de 30% durfkapitaal is in korte tijd 60% geworden en dus verdubbeld. En hierbij gaat het minstens om miljoenen! Over snel rendemend gesproken.

Ter bescherming tegen o.a. dergelijke wijze van handelen had de Staat der Nederlanden een gouden aandeel in KPN. De Staat had van deze onderneming 8% aandelen in handen met een vetorecht. Zij kon daardoor overname van deze beursgenoteerde onderneming (TNT & TPG) voorkomen via een minderheidsbelang in het bedrijf. Inmiddels heeft zij in 2005 dit gouden aandeel van de hand gedaan, mede omdat het als fenomeen niet onomstreden was. Maar hierdoor loopt KPN - attentie: we schrijven 2006 - (met Philips, Heineken, TomTom, ABN-Amro [!! 2007], e.d.) wel het gevaar binnen kort als oer-Hollandse bedrijf in buitenlandse handen over te gaan en uit het zicht te verdwijnen.
Naast deze mogelijkheid tot bescherming van een onderneming staan nog de volgende opties ter beschikking: prioriteitsaandelen, preferente aandelen, een piramidestruktuur en certificaten. Ca. een derde van de Ned. bedrijven heeft geen enkele beschermingvorm, terwijl zo'n 40% er ten minste een heeft.

Eind juli 2007 begint met m.b.t. het gouden aandeel van mening te veranderen. Er gebeuren dingen die de wenkbrouwen heel snel omhoog doen gaan. De 'strategische infrastruktuur' van Nederland loopt gevaar te verdwijnen. Het 'Gouden Aandeel' wordt weer bespreekbaar* en bescherming van bedrijven weer dagelijkse kost. Dit moet niet slechts een bewapening worden tegen hedgefunds, maar eveneens een bescherming bieden voor overnames door Chinese, Russische en Indiase ondernemingen in deze opklimmende markten.

Hedgefunds kennen een achttiental criteria waaraan een bedrijf moet voldoen wil het aantrekkelijk zijn om er mee aan de gang te gaan. Dit zijn, volgens het onderzoek "Barbaren aan de poort" naast ondergewaardeerdheid bijv. ook winstgevendheid en beurswaarde, marktpositie, kwaliteit management en uiteraard de mogelijkheid om bij het behalen van een bepaald rendement er weer uit te kunnen stappen. Het nadeel is, dat zo'n waagkapitalist aan slechts één criterium voldoende heeft om zo'n bedrijf interessant te vinden. In Nederland is dat met een twintigtal - dus een op de vier - ondernemingen het geval. Deze potentie aan risicolopende ondernemingen hebben weliswaar voldoende kapitaal in huis, een onbenut groeipotentiëel, onsamenhangend pakket activiteiten (dus opsplitsen) en natuurlijk onvoldoende rendement. Het tegenmiddel van ondernemingen lijkt te zijn "een duidelijk strategie bepalen en die omgaand in praktijk brengen". Ook is er een balletje opgegooid om aandelen weer op naam te zetten. Lees ook de mening van de Rabobank*.

Wereldomvattend hebben ca. 612 hedgefunds in 2006 een kleine $400 mjd aan waaghalskapitaal ter beschikking. Individuele hedgefondsen hadden soms al een beschikbaar vermogen van $50 mjd, wat het mogelijk maakt ook grotere bedrijven, met een marktwaarde van ca. $50 mjd, zoals o.a. Dell, in de tang te nemen. De omvang en drijging van het hedgefund imperium wordt aardig omschreven in het artikel 'Zeeën van geld' . Maar anno eind 2007 kwamen de hedgefunds in de problemen omdat de kredietmarkt een grote krapte ging vertonen. Corrigeerde de markt zichzelf?

In de loop van 2008 bleek dat de Amerikaanse credietcrisis een nekslag was voor hedgefunds en private equity ondernemers. In Italië werd in oktober geopperd om hedgefunds wettelijk te verbieden, want zij hebben mede de credietcrisis gecreëerd. Er was niet langer zo eenvoudig aan kapitaal te komen als tot nog toe en banken gingen zelfs hun uitstaande gelden innen, waaraan sommige funds niet konden voldoen en, evenals enkele banken, gewoon omvielen. Het grootste gevaar van die zijde lijkt derhalve te zijn geweken. Hoewel, hun opvolgers zijn in vol bedrijf: kapitaalkrachtige Arabische en Chinese staatsfondsen beginnen zich in het westen te roeren en zich in te kopen in bedrijven, hetgeen vooral t.a.v. de - bedoelingen van de - Arabische activiteiten nieuwe angsten inboezemt.

Wel weer aardig is te weten: de korting die u op uw belastingaangifte kunt opvoeren wegens uw directe belegging in durfkapitaal. Deze korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepaling in box 3.

De regering en onze ondernemingen

Hoe absurd het ook moge klinken: "Hebben onze regeringen visie getoond?" Zonder hier uitgebreid opin te gaan, kunnen we het echec van Fokkker in 1996 (dhr. Wijers, EZ) aanhalen, en de jongstleden ondergang van de ABN/Amro in '08 (dhr. Bos, fin.). Financiën zijn belangrijk, maar het inschatten van een toekomstperspectief nog meer. Beide staatslieden hebben Nederland niet direct goed gedaan, hoe goed ook bedoeld, terwijl er gewoonweg ook niet werd geanticipeerd i.v.m. geheel nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de invloed van de credietcrisis en en na 2007.

Een strategie

Aandelenstrateeg Ad v. Tiggelen (ING) schrijft voor grote [ook de kleinere] particuliere beleggers op 11/09/07 in De Pers:

Investeer en kwart [van het vermogen] in langetermijngroei, ofwel opkomende markten en grondstoffenaandelen. De helft gaat in degelijke Europese aandelen met mooie dividentsrendementen en stabiele groei. Dat geeft je bijna 4% rendement en inflatieprotectie. De rest steek je in staatsobligaties voor tijdens recessies.

En Corné v. Zeijl (SNS) meent:

"Ga met die miljoenen snel naar een goede bank"

Het is maar dat u het weet als je miljonair of iets minder bent.

Anno 2007 is het 'well done' en 'in' - en misschien ook hip - om als rijkaard je aan een goed doel te verbinden. Voorbeelden te over. Daarnaast wordt zakendoen ook meer in verband gebracht met het 'reinhouden' van aan te kopen producten. Leveranciers (AH o.a.) willen ervoor garant kunnen staan dat bijv. telers en goedkope (kinder)arbeidskrachten en de door hun te leveren producten goed worden behandeld. Consumenten gaan daarop letten en niet alleen door te lezen op de verpakking, maar ook hoe bedrijven daaromtrent bekend staan en willen staan.

Welvaartsfonds
Rijkaards, want Nederland kent steeds meer (multi)miljonairs, -jardairs en goed winstgevende bedrijven, zouden een overkoepelend fonds in het leven kunnen roepen. Dit kan dan tevens als 'goed doel' erkend worden, zonder dat het als hypocriet wordt betiteld. Bedoeld is het in het leven roepen van een nationaal privaat fonds waarvan de rendementen verdeeld worden als aanvullend inkomen aan de minima, over het algemeen de minimumloners. Dan kan elk die het breed heeft voor zich bepalen in hoeverre men zelfregulerend aan inkomensnivellering kan meewerken. Op deze wijze zouden er geen problemen en staatsbemoeienis meer zijn t.a.v. van bijv. enorme winsten, zeer hoge inkomens en enorm grote bonussen.
Het is een idee, maar wie pakt het op en neemt het mee, zodat hiermee de welvaart redelijker wordt verdeeld en 'de economie' er een weer wat gunstiger imago door opbouwt.

Aardgas
En wat denkt u van de archaïsche koppeling van onze gasprijs aan de olieprijs! Als Nederland die koppeling los laat, dan kan de consument - verdiend - weer wat breder leven.

Pensioen naar 67
En dan ook nog eens die pensioenleeftijd. De tendens is om zo vroeg mogelijk met pensioen te gaan. Als je tropische jaren had, ging je met je 49e reeds met pensioen. Velen gingen gewoon elders een nieuwe baan zoeken, want wereldreizen waren toen nog niet bij. Nu kan dat allemaal wel, waardoor velen toch voor hun 60e het werkende leven opgeven. Om diverse redenen wil men in dit land de pensioengerechtigde leeftijd (AOW, en meestal ook bij bedrijven) opkrikken van 65 naar 67 jaar. Dit geeft nogal wat commotie zonder een slot tot nog toe. Maar waarom niet opkrikken naar 70 jaar. Als je gezond bent, wil je wel blijven werken en velen zijn op die leeftijd best nog fit. Voor wie dit laatste niet geldt, of wie dat wil, die gaat met zijn 65e met pensioen. Wie kan en er zin in heeft, gaat met zijn 70e met pensioen. De laatste krijgt echter wel een 20% hoger pensioen, want de laatste 5 jaar heeft de baas salaris betaald en was hij geen belasting voor de pensioenkas.


Onrust bij beleggingspolissen
  Heb ik er een?*

Het wordt steeds duidelijker: beleggingspolissen krijgen het zwaar te verduren. In de loop van 2006, 2007 en 2008 is langzamerhand boven komen drijven dat ca. de helft van beleggingspolissen uit de jaren '90 en daarna niet alleen te onduidelijk en niet transparant zijn, maar eigenlijk geen goede, of liever slechte koopwaar blijken. Het komt erop neer dat ze bijna geen rendement creëren, doordat de verborgen kosten de beleggingswinst gewoon flink afromen tot wel 1% of minder, waardoor de bank er goed, maar de polishouder er zeer slecht vanaf komt. Tot de AFM toe concludeerde dat de kosten voor de verzekerden enorm hoog zijn en de term 'woekerpolis' werd ingevoerd. Dan gaat het om een financiëel complex product aangeduid als 'beleggingsverzekering'. De verstrekkers, o.a. Aegon en Nationale Nederlanden zijn een beetje verbaasd over de ophef, omdat bij hen een betrekkelijk klein aantal klachten binnen is gekomen. Maar de advocaat die zich met dit probleem bezig is gaat houden en bij wie u zich kunt melden, o.a. via de webpagina hier*, heeft daarentegen wel tienduizenden klachten van verontruste polishouders op zijn kantoor binnen gekregen. Hij werkt in deze verdorven affaire samen met Ver. Eigen Huis, Consumentenbond, Ver. v. Eff.bezitters en Independer. Ook is er de stichting WoekerPolisClaim* (WPC) in het leven geroepen en is er een website voor opgezet. Ook de Vereniging Consument & Geldzaken* heeft zich er al mee bemoeid. En ten laatste hebben de Vereniging van Effektenbezitters (VEB) samen met Independer en Ver. Eigen Huis de handen ineen geslagen om deze wanboel aan te pakken via hun stichting Verliespolis*. Dit alles is inmiddels allemaal voldoende reden om zich over deze affaire toch wel drukker te gaan maken. Het geld voor de oude dag of om een hypotheek af te lossen komt er gewoon niet op de voorgestelde wijze, mede doordat mensen aantoonbaar onvolledig en onjuist zijn voorgelicht door niet-transparante inlichtingen. De beleggingsverzekeringen & beleggingshypotheken liggen nu onder zware druk. Sommige banken voelen de bui hangen en beginnen al zelf oplossingen aan gedupeerden voor te stellen. Het gaat echter om miljarden en dan gaat de knip maar moeilijk open.

De verborgen kosten blijken ongelooflijk hoog, terwijl velen daar geen begrip van hadden en hebben en ze er door hun bank nooit expliciet op zijn gewezen. Banken hebben wettelijk wel die zorgplicht. Wat banken in rekening brengen als verborgen kosten* - onder direct naar - zijn afsluitprovisie voor de tussenpersoon, de gewone provisiekosten, (levens)verzekeringskosten, transactiekosten, poliskosten, bewaarloon, beheerloon, enz. Het komst erop neer dat polishouders vaak weinig en soms geen rendement maken, terwijl ze een flink inlegbedrag voor de polis moesten betalen. Dit weining kan wel 1% zijn, terwijl alleen al de inflatie op 1,5 tot 2,5% staat. Dan boer je dus goed achteruit. En sparen levert altijd nog tussen 3,5% en 7% op, waarom dan een beleggingspolis adviseren. Het Verbond van Verzekeraars geeft intussen toe dat er een geloogwaardigheidscrisis is ontstaan. Banken en verzekeraars vliegen elkaar in de haren over de oorzaak van deze commotie. M.a.w., over e.e.a. is het laatste woord nog niet gesproken in dit land, want soms meer dan 40% van het het rendement aan kosten opeisen is stelen bij volle zon.

Zorgplicht
Woekerpolissen waren in feite reeds woekerpolissen voordat men de term woekerpolis had bedacht. De verstrekkers van de polissen hadden op voorhand in de wet te overtreden door het belang van de cliënt te vergeten en zich alleen op eigen winst te focussen, zodat aan de zorgplicht voorbij werd gezien. Totdat het allemaal uitkwam, want uiteindelijk komt alles uit. Want de wet stelt: "..., waarbij hij naar beste vermogen met de belangen van de consument rekening houdt." Die hij is de verstrekker, maar toen alles booming leek te gaan, werd deze wetsclosule maar gemakshalve genegeerd. Dit gaat die hij echter wel geld kosten, want men kan de wet niet zo maar opzij schuiven. Het belang van de consument moet nu achteraf in ere gehouden worden, zij het via de rechter.

En nu kom ik in aanvaring met een goede leraar van mij . Hij stelde onlangs in een column dat de verzekeringnemer ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Die treedt in werking met het tekenen van het contract. Maar daaraan voorafgaand gebeurt er natuurlijk nogal wat. De cliënt is in feite een onkundige op dit gebied, reden waarom hij naar een beleggingsdeskundige gaat van wie hij denkt dat hem het beste wordt voorgesteld - niet een product dat de tussenpersoon het beste uitkomt. De zorgplicht neemt de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt uiteindelijk grotendeelds weg. Het is wel zijn geld, maar de zorg en verantwoording voor wat ermee gebeurt, gaat naar de belegggingsdeskundige. Die moet dat terdege beseffen.


Groen, duurzaam & verantwoord beleggen

   Grote koppen in de kranten tegenwoordig, allemaal over duurzaam en nu nog meer over groen beleggen. Steeds meer beleggers laten zich ook leiden door nieuwe waarden zoals sociale en ecologische aspecten. Steeds meer beleggers worden ecobewust, maar de maatschappij blijft dat maar tegenstaan. Vooral met groen is het als met ethisch beleggen, het is een welhaast feitelijke onmogelijkheid. Echter, het is wel een hype, tijdelijk, de waan van de dag - en dan zou je niet in moeten stappen eigenlijk. Want voor veel ondernemingen betekent het slechts het oppoetsen van het imago. U kunt er voorlopig aan meedoen, want er is iets in te verdienen. Edoch, meen niet dat u uw geweten ermee van een last kan bevrijden. Indien u alle aanbiedingen, onder welke naam dan ook, zou doorlichten en uitzoeken tot op de bodem, dan komt u altijd terecht bij het ter beschikking stellen van financiële middelen tegen een vergoeding ... in de vorm van rente. Het is allemaal als met spaarlampen, het klinkt leuk, maar in de praktijk en technisch ga je er gewoon niet mee op vooruit (onhandelbaar, kwikdampen) - het kan simpelweg niet waarmaken wat het belooft. Toch proberen beleggingsinstituten duurzame en groene fondsen op de markt te brengen die welhaast even goed of gelijkwaardig renderen als traditionele fondsen. Groene stroom is ook even duur geworden als grijze, waarbij sommigen kiezen voor het etiketje. Groene stroom tendeert echter om duurder te worden, want meer vraag laat de prijs stijgen.
Echter, zolang er bijv. in China jaarlijks door een toenemend aantal auto's meer CO2 wordt geproduceerd dan het Westen er met de illusie groen te doen er op kan bezuinigen, betaalt u daar een premie voor, de extra kosten om 'op te groenen'. Uw groene aandelen zullen daarom te duur blijken. Over duurzaam beleggen kan feitelijk hetzelfde worden gesteld. Maar ja, het korte termijn rendement trekt, nietwaar?!, is momenteel de realiteit. Aan de andere kant, het kan best mogelijk zijn dat de groene hype een trend wordt. Althans, wanneer ondernemers niet tijdig opmerken dat de natuurlijke omstandigheden op aarde veranderen en hun strategieën dus niet tijdig (groen) worden aangepast, dan kunnen ze qua zaken doen wel eens op hun neus kijken straks. De groene hype van vandaag moet uitcrystalliseren tot een commerciëel verantwoorde trend voor de toekomst.
Zonder cynisch te willen overkomen, echt groen is even onmogelijk als een halalhypotheek. Want halal sluit rente uit, of je het nu links om of rechts om draait, en hypotheek houdt rente in, het is een ander woord voor lening (op onderpand weliswaar) met rente als vergoeding (wat door halal in koop op afbetaling wordt gewijzigd met een enkelvoudige maandaflossing). Shariabankieren is onder de gegeven omstandigheden financiëel technisch niet haalbaar (achterdeurtje: een deel uit de winst wordt uitgekeerd i.p.v. een rentevergoeding). Men koestert weliswaar een gedachte, maar het is een illusie en lijkt een misvatting. Desondanks heeft Barclays begin 2008 een sharia-proof beleggingsproduct met dividendmogelijkheid gelanceerd in Nederland. Korangeleerden zien toe op het halal-gehalte van de bedrijven, wat lijkt op westerse ethische beleggingen. Maar ... juli 2008 verbood de Nederlandse reering de halal-hypotheek.
Toch heeft het Engelse overheid in juni 2008 een Islamitische obligatie (sukuk) uitgegeven om de rijken uit het Midden-Oosten te lokken. Omdat rente en speculatie tegen de Sharia in zijn, het rendement op een andere wijze verkregen. De winst van de onderliggende ondernemingen en fondsen wordt deels uitgekeerd. Dit blijkt een oplossing te zijn, maar het blijft dansen om de hete brei.


Winst via goedkope valuta

   Als je niet bang bent spring je erin. De valutamarkt. Koop carry trades, een bijzonder risicovolle manier van beleggen, maar wat minder aantrekkelijk na de augustuscrisis van 2007. Leen geld in een goedkope valuta, in een markt die weinig rente vraagt, zoals bijv. de Japanse yen. Beleg het vervolgens in een deel van de markt dat een hoge(re) rente biedt, zoals de $US of zelfs de Europese euro (€). Velen verdienen hier goed geld mee. Maar ja, van het ene op het andere moment kunnen de wisselkoersen wijzigen, hetgeen je dikwijls niet ziet aankomen en weg is je kapitaal. Het was snel kwaad geld geworden. Het is een typisch speeltje voor hedgefondsen, die het extreem goedkope yengeld (lage rente) kopen, en daarmee euro's en dollars, om daar bedrijven mee op te kopen, over welks we reeds het een en ander hebben gezegd.


Miljardenwinsten en u

   Grote bedrijven maken dikwijls miljarden winsten. Maar wat zegt dat over uw aandeel in die winst? Het kan zijn dat de onderneming 100 miljoen aandelen heeft uitgegeven. Als er 30% dividend wordt uitgekeerd, is dat ca. € 300 miljoen bij een winst van een € miljard. Delen we deze op elkaar, dan komt dat uit op € 3 per aandeel. Wanneer u dat aandeel voor € 30 hebt gekocht, is dat 10% winst. Maar dit is een ideaal geval. Het laat zien hoeveel aandelen men moet hebben om er iets mee te kunnen verdienen. Want als de rente op dat moment 7% zou bedragen, hebt u 3% meer gemaakt met uw geld in aandelen, zonder de grotere financiële zekerheid die sparen oplevert. Het is maar of u dat het risico waard vindt.

Uit dit voorbeeld kunnen we ook de belangrijke koers/winst - k/w - verhouding van een aandeel berekenen. We moeten dan de huidige koers van het aandeel delen door de 'voor dit jaar' verwachte winst per aandeel (reëler is misschien de gemiddelde winst van afgelopen paar jaren te nemen). In ons laatste geval is dat 30/3=10. Onder winst verstaan de nettowinst van een onderneming gedeeld door het aantal aandelen met recht op winst. Omdat de gemiddelde k/w verhouding van de AEX fondsen onder de 20 ligt (gemidd. US aand. 16.5), hadden wij weer een zeer ideaal geval. Veel analisten, kunt u nu wel bedenken, zijn over het algemeen dus op zoek naar bedrijven met een zo laag mogelijke k/w verhouding. Van verlieslijdende bedrijven - zoals in 2007 Ford - is geen k/w te berekenen, maar MAN en BMW hebben een koopadvies van analisten gekregen. Kijk eens voor koop/verkoop/houd-adviezen op de www.analist.nl site. Het duurste aandeel in puur geld uitgedrukt is een Berkshire Hathaway ad $120.000 van Warren Buffet, terwijl het meest billijke een pennystock ad €/¥/£/$0.01 is. Maar voor de prijs van een aandeel moeten we toch wel naar de k/w toe om vast te stellen of een aandeel relatief goedkoop of juist duur is. Frappant is dat een aandeel Google op het moment ca. $560 doet.

Om een voorbeeld te noemen van het aantal aandelen dat een onderneming kan hebben uitstaan nemen we het Amerikaanse bedrijf Microsoft. Het heeft alles bij elkaar 1033 miljoen aandelen uitgegeven, ruim een miljard dus. Daar nu het aandeel in 2006 met $ 24,75 staat genoteerd op de beurs is de onderneming in totaal $ 26.066 miljoen ofwel ruim $ 26 miljard waard in dat jaar.
We kunnen concluderen dat in het algemeen rijkdom in effecten is ondergebracht; de pure waarde in geld ontstaat pas na verkoop van de aandelen. Als effectenbezitter bent u financiëel afhankelijk van het (eventueel) uitgedeelde dividend als uw deel van de winst. En als er van de miljardenwinsten geen dividend wordt uitgekeerd - maar de winst bijv. in de onderneming wordt gestopt, of als stockdividend - bent u nog iets rijker op papier, want dan stijgt vaak de koers van het aandeel.

De beursindex in India

De grote investeringen van buitenlandse bedrijven en een sterke groei van de Indiase economie hebben de Bombay Stock Exchange sinds eind april vorig jaar (2005) aan een ongeëvenaarde opmars geholpen. Op dat moment noteerde de hoofdindex Sensex* ruim 6000 punten. Negen maanden later is daar meer dan 60 procent bijgekomen. Sinds 1990 zijn de Indiase aandelen met een factor 10 gestegen.

Op de aandelenbeurs in Bombay is de Indiase BSE Sensex-index maandag 7 februari 2006 voor het eerst boven de 10.000 punten gestegen. De index die dertig aandelen omvat sloot uiteindelijk op 9980 punten. Eind augustus 2006 liep de index op tot 11.699 punten. Deze geven de waarde van de BSE Sensex-index aan in de Indiase munteenheid rupi (INR) die naar euro's omgerekend slechts 0,017 cents vertegenwoordigt. Einde '06 heeft deze index in € 's dus een koerswaarde van 196.
En het kan niet op, want op 5 dec. 2006 bereikte deze index een nieuw hoogtepunt van 14.000 punten en 14.400 lijkt in het verschiet te liggen. In dit jaar steeg de index met een ongelooflijke 48%. Maar op dit moment anno oktober 2007 noteerde de Sensex voor het eerst ooit de 20.000 punten grens, waardoor deze tot een tegen de magische hoogte van omgerekend bijna 400 is aangelopen.

De Indiase economie is de afgelopen drie jaar steeds met meer dan zeven procent gegroeid. De Indiase regering voorspelt dat, volgens eigen prognoses, over vier tot vijf jaar met een jaarlijkse economische groei tot 10 procent rekening gehouden moet worden. Het land met zijn circa 1,02 miljard inwoners geldt na China - en ver voor Brazilië - als de belangrijkste groeimarkt van Azië.

De beursindex in China

   In tegenstelling tot India heeft China geen Engelse achtergrond. Het is een heel andere wereld met 1,3 miljard inwoners. Dat is merkbaar aan de informatie die de Chinese beurs verstrekt. En een grote drempel is natuurlijk het andere schrift. U logt niet even zo maar in op een Chinese pagina. Maar in het Engels is er al wel aardig wat te vinden. Nederlandse banken hebben welhaast allemaal beleggingsfondsen met China (en Japan en Azië) gerelateerde beursindexen. Enig vertrouwen is er dus wel in de Chinese markt, maar velen zullen zich toch wel wat ongemakkelijk voelen als hen wordt gesuggereerd in China te beleggen. Maar professionele beleggers en instituten hebben het op zich genomen de beurzen in de snelst groeiende economie te wereld in hun portefeuilles op te nemen.

De voornaamste beursindex in China is de Shanghai Composite Index beurskoers-index, de SSE. In deze SSE* zijn de koersen van de 50 belangrijkste industrieën van China opgenomen.
De koers van deze beurs staat eind augustus 2006 op ca. 1048 punten, maar is loop november reeds met weer 74% opgelopen tot 2017, wat 100% boven het laagste punt was in 2005, maar nog onder de 2017 (gevallen van 2242) punten van 2001.
De Chinese munteenheid yuan (CNY) is momenteel ca. € 0,10 waard, zodat de SSE-index naar euro's omgerekend in augustus op een beurskoers van 105 komt. Ogenschijnlijk lijkt dit te kennen te geven, dat er nog een enorme groei in beurswaarden kan plaats vinden. Met een economische groei van ruim 10% per jaar in 2005 en 2006 wordt China welhaast een economische grootmacht. Er moet daar kennelijk nog veel zijn te verdienen voor een belegger. Men moet alleen kunnen overzien welke risico's daaraan verbonden zijn, ofwel de Chinese markt goed leren kennen, zodat ook de sociale stabiliteit e.d. kan worden ingeschat.
In okt. 2006 vond de grootste aandelenemissie ooit plaats. China's Ind. and Comm. Bank of China (ICBC) haalde bij haar beursgang €17,3 mjd binnen (en was overtekend). De Chinezen geloven in hun eigen economie.
Men verwacht dat t.z.t. de omvang van de Chinese economie die van Amerika zal gaan overvleugelen. Dit houdt in dat deze economie van invloed gaat zijn op de wereldeconomie. Een zich stabiel ontwikkelende Chinese markt zal dus een evenwichtiger globale economie helpen bewerkstelligen.
Maar voorlopig moet er in China nog wel wat veranderen waaronder een betere positie op de Chinese beurs verkrijgen.

Om deze reden wijken veel bedrijven voor een beursnotering uit de naar de veiliger geachte Hang Seng graadmeter in Hong Kong. Deze is stabieler en heeft meer westers vertrouwen gekregen, want men wil de welvaart in China toch ook weer niet bagatelliseren. De economie is er echter nog niet voldoende uitontwikkeld en gestroomlijnd genoeg, zodat er te grote beursschommelingen op de Chinese markt voorkomen. De Chinese regering werkt er wel aan.


De beursindex in Brazilië

   Naast China en India is Brazilië de derde economische groei- of opkomende markt van het ogenblijk, een z.g. Zuid-Amerikaanse tijger. Heel onopgemerkt is het land een flinke rol gaan spelen op handelsgebied en voor de belegger is er iets te doen. In tegenstelling tot Venezuela, dat door olie enige welvaart kent, heeft Brazilë niet de beschikking over deze natuurlijke bron van inkomen. Veel auto's rijden er op de op suiker gebaseerde ethanol, een uit gewassen bereide brandstof. Dit door de regering gestimuleerde project is hetgeen de economie ook minder afhankelijk maakt van dure olieinvoer.

De beurs waarop de meest verhandelde aandelen van eigenaar verwisselen is de iBovespa (index Bovespa, São Paulo or Brazil's Stock Exchange, BOlsa de Valores dE São PAulo), de Bovespa Index in São Paulo, die is opgebouwd als een portefeuille met de (50) meest verhandelde Braziliaanse aandelen die aan een deelnamecriterium voor de Bovespa voldoen. Het is tevens de grootste aandelenbeurs van Latijns-Amerika, en heeft een van de grootste future-beurzen ter wereld. In januari 2008 stond de Ibovespa of Bovespa Index op rond de 61.000. Het omrekenen van de Bovespa Index naar een Europese norm is nogal ingewikkeld door de opzet van deze beurs. Maar het zou neer kunnen komen op 230-250 punten, zodat er nog wel wat groei in deze index moet zitten. Zelf suggereert men in Brazilië dat de beurs in 2008 toch minimaal tot boven de 100.000 gaat oplopen*.
Een aardig initiatief van Bovespa is haar milieuvriendelijke beurs met goededoelen behartiging, de BVS&A. Voor degenen die aan deze huidige hype mee willen doen is dat eens om te snuffelen.

Omdat Brazilië een erkende groeimarkt is, zou men er goed aan doen ook deze aandelenmarkt te volgen, maar met dezelfde ogen als men China en India volgt. Deze markten groeien weliswaar als kool, maar hebben in feite nog geen bewezen geschiedenis van bestaanszekerheid opgebouwd. Er heerst nog geen westerse stijl van denken en handelen in de vorm van good corporate governance, die ons zo vertrouwd is. Er is veel te verdienen, maar de risico's liggen derhalve ook op een veel hoger niveau. Het is niet goed deze markt links te laten liggen, maar men moet er wel continu bovenop blijven zitten.



De Japanse beurs

   Na de tweede wereldoorlog hebben de Amerikanen een grote vinger aan de pols gehouden bij de Japanners. Dat is mogelijk mede een reden geweest dat de Japanse economie zich zo snel weer heeft kunnen ontwikkelen. Vooral in vergelijking met de rest van Azië. In de aanloop naar de verovering van Azië in WO II had Japan zich in technisch opzicht al meer ontwikkeld dan zijn buren, maar met de economie moest het toch weer van voor afaan beginnen. Eerst begon de industrie met namaak artikelen, maar meer en meer kwamen er eigen ontwikkelingen aan. Ten slotte heeft Japan zich ontwikkeld tot de tweede grootste economie ter wereld en telt ook mee bij de stemmingen op de beurzen.

De toonaangevende beurs in Japan is de Nikkei-index van de effectenbeurs in Tokio. Daarin heeft men de koersen van de 225 belangrijkste industriën van het land opgenomen en aan de hand waarvan de Nikkei-index* wordt vastgesteld. Op 1 sept. 2006 stond deze index op 16.134 punten, wat het dubbele is van die van vier jaar geleden. En er zit nog veel klim in deze index, want in '89 had de beurs zelfs de recordhoogte van ca. 38000 bereikt. De Japanse economie moet dus nog flink wat op kunnen opkrabbelen.
Wanneer we de huidige koers van de Nikkei bekijken en deze omzetten naar € 's dan komen we uit op 107,5 bij een waarde van de yen (JPY) van € 0,00666 (€ 1 = 150 JPY). Ook wat deze wijze van benaderen betreft kan de Nikkei inderdaad nog veel groei vertonen. De waarde van de Nikkei in € 's kan enigszins gecorrigeerd worden als deze alleen tot 25 belangrijkste Japanse industrieën zou worden beperkt. Voor beleggers is het gewoon nodig de Japanse marktontwikkeling goed te volgen.



Beursklimaat in Afrika

   Speelt dit verloren continent anno 2006 nog een rol in de economie, zou de vraag kunnen luiden. Maar ja, er zijn mensen die overal wel (exotische) kansen zien en zij laten daarbij Afrika niet buiten beschouwing. U kunt er beleggen, aandelen kopen. Er vindt enige vorm van democratisering plaats en dat is weer een stabiele bodem voor handelsactiviteiten en enig vertrouwen om te investeren. En met investeren komt er weer wat groei, zodat er optimisme ontstaat en dat is weer goed voor het beleggerssentiment dat altijd zo'n cruciale rol speelt.
Men stelt dat de marktkapitalisatie voor Afrika even groot is als die van Rusland, en zelfs India of China. Ergo, er zou gewoon belegd moeten kunnen worden, alleen het land wekte geen vertrouwen en er was in Nederland geen beleggingsfonds bekend. Inmiddels wel omdat SNS Fundcouch het Zweedse EQ Afrika-fonds* in het programma heeft opgenomen. De koers in dec. 2006 is SEK9,48 wat op ongeveer €1,05 neerkomt. Wanneer u op de link klikt, komt er een grote hoeveelheid informatie over het fonds maar ook over de mogelijkheden in Afrika te voorschijn. Dit fonds is vooral geschikt voor een langetermijnoptie.
Dat er in de loop van 2007 veel door China in Afrika* wordt gepompt en er rendement valt te behalen* al zijn de volumes laag, blijkt uit deze twee artikelen.


De Amerikaanse economie

De kooplust van de Amerikaanse burgers drukt zwaar op het internationaal economisch gebeuren en dus ook op de beursindexen wereldwijd. Consumentenbestedingen zijn de motor van de Amerikaanse economie, maar wereldwijd worden de cijfers erover met argusogen bekeken. De Amerikaanse economie is de grootste en kooplustigste ter wereld en de US-dollar (US$) een wereldwijd geaccepteerd betaalmiddel (de US-regering wil het dollarbiljet vervangen door een dollarmunt i.v.m. de hoge vervangingskosten van papiergeld). De laatse tijd is de waarde van de dollar echter flink gedaald door bezorgdheid over de economie en het voortdurende tekort op de handelsbalans. Een Amerikaan is een grotere besteder dan bijv. een Europeaan. Voornamelijk komt dit niet alleen omdat zij dit gewend zijn, maar zij kopen anders, meer 'op de pof '. Hierdoor wordt een grote schuld gecreëerd (eind 2006 meende kredietbeoordelaar Moody's dat de Nederlandse hypotheekschuld een last is voor de groei van de economie. Mag zijn, maar een hypotheek is daarentegen geen Amerikanistische op-de-pof-schuld). Vooral de sector groei huizenmarkt in dat land ligt gevoelig voor het beurssentiment. Het gaat eigenlijk niet meer om koopkracht, maar om kooplust. Zo gauw de kooplust van de Amerikaanse burgers gaat tanen, gaat de betreffende index omlaag en alle beurzen trekken zich daar iets van aan. En wanneer het aantal nieuw gecreëerde banen toeneemt of het aantal aanvragen voor een werkeloosheidsuitkering daalt, veert de Amerikaanse beurs op en met deze alle belangrijke beurzen in de wereld.

De belangrijkste beurs ter wereld is de Dow Jones Industrial Average als hoofdbeurs op de New York Stock Exchange (NYSE), ook wel aangeduid als het Big Board. Om deze reden wordt New York (the Big Apple) ook wel de hoofdstad van de wereld genoemd. Op 26 september 2006 bestond de beurs 110 jaar en diende al die jaren als een pilaar in de Amerikaanse economie. De Dow geldt als belangrijkste leidende graadmeter en indicator voor alle beurzen in en de welvaart van de wereld. Op 28 september 2006 staat de Dow even op een historisch hoogte van 11.724 punten, een all time high sinds 2006. Dus ver boven de 10.000 en dat is een goed teken. Begin oktober was deze index zelfs hoger dan juist voor het moment van de internethype. Maar in de loop van midden 2007 bereikte de DJ het absolute record van 14.000 punten. En Amerika doet haar best ook dit weer te breken in de nabije toekomst.
De Dow Jones-index is gebaseerd op het reilen en zeilen van de 30 grootste Amerikaanse ondernemingen. De hoogst genoteerde is IBM ($ 82 - jaaromzet $ 100 miljard) en de laagste Intel ($ 19). De gemiddelde koerswaarde van de bedrijven is $ 48, wat overeenkomt met € 60,75 (voor de Nederlandse AEX-fondsen komt dit op € 23,70). Omdat de Dow Jones-index niet in dollars maar in punten noteert, wordt een vergelijking met andere beurzen daarom wel enigszins moeilijk. De 30 fondsen in de DOW krijgen samen een gewogen som van 100 toegekend. Iedere onderneming krijgt aan de hand van haar marktkapitalisatie* een x%-gewichtsaandeel toegekend van deze 100. Deze maal de beurskoers van de dag, en daarna alle fondsen opgeteld, levert het aantal punten in de DOW op.

De Amerikaanse economie draait voor een groot deel op geleend geld, zij leent $3 miljard per dag van de rest van de wereld. En zo lang Europa, Japan en China (door het kopen van staatsobligaties de Amerikaanse economie draaiend houdt ) geld blijven lenen is er niets aan de hand. De euro en de yen worden duurder voor de Amerikaan, en men wil ook dat China de yuan opwaardeert omdat de regering deze kunstmatig te laag houdt. En dat is niet vreemd, want een goedkope munt is export bevorderend. En export maakt nu eenmaal deel van de economie uit en is goed voor werk en vreemde valuta.
Maar wat nu wanneer credietverstrekkers - Japan, China, Europa - hun geld weer gaan opeisen of geen crediet meer verstrekken aan de overconsumerende Amerikaan? Want geleend geld moet eens terugbetaald worden - (dit was 2006; eind sept.2007 zegt Dominic Rossi directeur van groot beleggings-fondsbeheerder Threadneedle: "We hebben ons altijd afgevraagd wat er ging gebeuren als de rest van de wereld de tekorten in de VS niet meer wilde financieren. Dat is precies wat er nu aan de hand is.”)* -. En dat is er dus niet. Dit betekent geld bijdrukken en de dollar daalt in waarde. Meer geld in circulatie houdt inflatie in, zodat alles (veel) duurder wordt. Dat zal een zware tol van deze economie eisen vanaf de eerste tekenen van dit proces. En door de invloed van de Amerikaanse economie op de rest van de wereld zal dit globale gevolgen teweegbrengen. Geruststellend lijkt het er intussen wel op dat andere economieën (voorlopig) nog steeds bereid blijven de toenemende schulden van de Amerikanen te blijven financieren. Dit was nog steeds 2006.
In augustus 2007 is men zichzelf inderdaad tegengekomen. Weliswaar geen mondiale crisis, maar wel een financiële kredietcrisis die flink om zich heen greep in de wereld, terwijl toch maar een deel van de Amerikaanse economie, de subprime loans, de hypotheekmarkt voor niet zo kredietwaardige huizenkopers, direct in moeilijkheden was geraakt. Maar ja, het Amerikaanse dagelijkse op-krediet-leven leven, de wortel van en angel in dit systeem, kreeg een gevoelige klap in zijn geheel, want geld werd ineens duurder en moeilijker verkrijgbaar. Het risico dat banken door het goedkope lenen namen was echter wereldwijd gedeeld, zodat het een globaal issue werd dat toch wel enige vorm van een crisis in zich meedroeg gezien de nogal roodkleurende koersen van de meeste hoofdindices.

In augustus 2007 kreeg de US huizenmarkt dus inderdaad de verwachte rake klappen. De hypotheekrente steeg voor velen (van 4% naar 8%) en de huizenprijzen daalden. Veel vooral de minder kredietwaardige subprime-hypotheeknemers konden het oplopende maandelijkse rentebedrag niet meer opbrengen en de huizenmarkt stortte kompleet in. Overal verschenen bordjes te koop en Amerika was in paniek - en daarna ook Europa - want de kredietmarkt ging op slot en daar leeft die economie eigenlijk van. Enkele banken vielen om en ook zakelijk krediet werd niet alleen duurder maar vooral ook schaarser. In dien mate dat de Amerikaanse centrale bank met miljarden goedkoper geld (tegen minder rente) in de economie moest pompen om het credietwezen in stand te houden (waarop ook de Centrale Europese Bank dit voorbeeld volgde). Eind augustus zag ook de US overheid dat er iets moest gebeuren, zodat de president zelf meedeelde dat de in economische knechtschap terecht gekomen Amerikaanse huizenbezitters en a.s. faillietverklaarden - ook ruim een miljoen per jaar - geholpen zullen worden om met de banken tot een herschikking van de schulden (mogelijk met staatssubsidie, maar dit is Amerika, dus niet) te komen. En dit gaf de economie weer even lucht, wat zich ook wereldwijd liet voelen. En toen de FED de rente met zelfs een half % omlaag bracht in de loop van september stegen de beurzen weer flink.

Dus toch. Tegen haar eigen natuur in heeft Amerika staatsinvloed op de economie gepleegd door haar overheidsinterventie in de economie. Dit maakt duidelijk dat de US regering de ernst van deze crisis heeft ingezien en tot de conclusie kwam dat staatbemoeienis gewoon onontkoombaar was om de wereld in toom te houden. En in oktober 2008 werd de rente weer met 50 procentpunten verlaagd tot 1,50% zoals ook veel staten in Europa dat deden, maar daar naar 3,5%. E.e.a. om de economie weer een peppil te geven.

Maar het lijkt erop dat de economie thans niet meer te besturen is; ze gaat haar eigen gang. En op dit moment lijkt alles mis te gaan en is iedere beslissing een misser. Miljarden worden geïnvesteerd door de staat, maar het lijkt niet te lukken. Wereldwijd is er een groot wantrouwen in de economie en vooral in de financiële markten. Niemand leent meer geld aan iemand en ook de banken niet meer aan elkaar. Toch is dat nodig, want investeringen dragen de economie en investeren is geld lenen, van wie dan ook. Een onderneming kan niet meer sparen tot het geld genoeg heeft om te beginnen. Zelfs een tandarts begint met een lening om zijn praktijk in te richten, wanneer hij start. En in de loop der jaren lost hij dat vervolgens af. Zo gaat het ook met bedrijven, en hoe groter ze worden, des te meer (geleend) geld hebben ze nodig om te kunnen groeien. Het is in feite de omgekeerde wereld, maar wel waar.

- * -


Een introductie


  Inleiding

Beleggen is een van de moeilijkste bezigheden. Meestal gaat het erom van geld nog meer geld te maken. En dan doelen we nog niet eens op speculeren, maar op beleggen als typische financiëel-economische bezigheid. In feite behoort het doel van beleggen te zijn het op langere termijn behouden van de waarde van het vermogen door de inflatie voor te zijn en eventueel streven naar een hoger rendement dan bijv. spaarrente oplevert. Maar het lijkt allemaal wat uit de hand gelopen. Wat in de huidige economie onder langere termijn bedoeld wordt is discutabel, terwijl er daarbij toch ook, onbedoeld maar onontkoombaar, een risicofactor wordt ingevoerd. Beleggen betekent investeren, deelnemen in een onderneming en daarmede winst behalen. En dat is een ware kunst, men moet er ten minste een beetje feeling voor hebben. Veel particulieren bezittenen dit echter niet in voldoende mate en gaan om te beleggen dan ook naar een bank of beleggings- adviseur. En men luistert naar goeroes. Maar zelfs die hebben af en toe de wijsheid niet in pacht [de praktijk toont aan dat daarom(?) beleggen ook een typisch manlijk beroep en bezigheid is]. Wilt u desalniettemin toch zelf alle touwtjes in handen houden, wel, weet waar u aan begint, want een onderneming kan immers ook verlies lijden. En bedenk dat papieren effecten eigenlijk niet meer bestaan. Kocht u vroeger op de beurs aandelen, dan werden ze vaak dezelfde dag nog per kruiwagen thuis bezorgd. Dat waren nog fysieke stukken*. Maar evenals we tegenwoordig bijna alleen nog maar over giraal geld beschikken, zo zijn effecten ook tot alleen maar cijfertjes op papier of de monitor geworden. Ook de beurs zelf is veranderd. Stonden er kort geleden nog allemaal hard roepende en heftig gesticulerende hoekmannen in getinte jasjes op de nu dus verdwenen beursvloer, nu treffen we er alleen nog maar schermen aan waarop gehandeld wordt, ons financiële hart aan Beursplein 5 tegen het Damrak is een schermenbeurs geworden.

De eerste aandelen ooit uitgegeven waren die van de VOC, de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, de eerste multinational trouwens, in het begin van de 17e eeuw, toen ook de Nederlandse Gouden Eeuw begon. Vanaf dit moment kon men investeren ofwel deelnemen in een onderneming, zij het dat het niet risicoloos was. Sindsdien is er echter wel het e.e.a. veranderd. Laten we eens in vogelvlucht kijken wat er in de huidige beleggingswereld allemaal aan te pas komt.


    De economie
Er zijn ezels, paarden en kamelen, alle milieuvriendelijk natuurlijke vervoermiddelen, en toch worden we welhaast genoodzaakt ons per duur en vervuilend vliegtuig, boot of auto te verplaatsen. Gras groeit voor niets, evenals koren, mais en rijst op het veld, en appels en peren aan de bomen. Maar als men geen geld heeft, kan men er niet bij en verkommert dan van de honger. Eerlijk of oneerlijk, het is een feit, zie maar eens naar Afrika - er is dikwijls voedsel (genoeg), maar mensen hebben geen geld om het te kunnen betalen: er heerst armoede. De z.g. westerse welvaart heeft armoede gebaard en een nieuw kastenstelsel voortgebracht: de armen, de bijstandstrekkers, de minimumloners, de modale inkomens, de rijken, de miljonairs en miljardairs, en de superrijken. Men heeft vergeten dat ooit de volgende woorden als eeuwige waarheid en waarschuwing werden geschreven: 'De liefde voor geld is de wortel van veel kwaad'. Onze maatschappij vormt er het bewijs van. Geld representeert tevens de oorzaak van geestelijke armoede. Hoewel vroeger alles beter was, waren dat toch tijden van een vriendelijk 'Wat kan ik voor u doen?', terwijl het er tegenwoordig op lijkt dat de een geboren wordt om een euro te verdienen aan de ander. Het is daarom verstandig economie van een gepaste afstand te bekijken, als "een middel en niet als een doel". Anders exploiteren we onze planeet op een onverantwoorde wijze en zullen we haar uitgewoond achterlaten te zijner tijd, want het begin ervan is reeds duidelijk zichtbaar geworden.

Geld, de slappe was of poen, is bedacht, is kunstmatig, het groeit nergens in de natuur en is een onnatuurlijk iets. Daarom ook heeft het in de loop der tijd een zeer bedenkelijke reputatie opgebouwd, waardoor het ook wel als het slijk der aarde bekend is komen te staan.
Het is bedacht om het ruilen te vereenvoudigen. Als we iets dat groot is ruilen tegen iets dat klein is, heeft dat grotere een overwaarde, en met een aanvulling van enig geld compenseren we die overwaarde en kan daardoor het kleine tegen het grote worden geruild. Maar intussen is welhaast iedere vorm van ruilhandel uitgestorven. Alles wordt exclusief geruild tegen geld en betalen is een soort onmisbaar smeermiddel dat vooral de kapitalistische handelswereld als markteconomie (i.p.v. een behoefte-economie die slechts produceert wat nodig is en daardoor ook gewoon groen is) gladder laat verlopen. Daarvoor is vertrouwen nodig, vertrouwen dat u morgen nog voor uw geld kunt kopen wat u er vandaag voor kon aanschaffen. Het muntgeld of de bankbiljetten die u in handen hebt, vertegenwoordigen als materiaal in feite niets, noch het afschrift van uw bank. Het moet geruggesteund zijn door koopkracht, dat geeft geld zijn waarde. Daartoe dient de economie, die daardoor in feite met een geldzuchtig overconsumptiestrategie een koopkrachtinstituut blijkt te zijn. De economie is de openbaring van 'de jacht op geld' gecamoufleerd door de levering van goederen. In ontwikkelingslanden probeert men (het rijke Westen) dit instituut op te krikken door met scholing en politieke rust goede omstandigheden voor de handels- of markteconomie te creëren. Desondanks - het is een grote sprong - bedraagt in 2007 het Nederlandse minimumloon €1301, terwijl een kindslaaf in India met moeite 20 centjes per uur verdient.
In 1989 liet Nederland de goudstandaard los, waardoor een deel van het in omloop zijnde geld zelfs niet langer door de waarde van een door de staat aangehouden vastgestelde hoeveelheid goud was gekoppeld. De waarde van geld wordt vanaf dat moment slechts nog bepaald door de koopkracht die de heersende conjunctuur op dat moment aan de economie meegeeft.

Het grote nadeel van geld - naast enig voordeel - is dat men het kan oppotten; wie veel geld ontvangt wordt rijk, wie minder ontvangt kan soms gewoon arm zijn en zelfs armoede kennen. De kapitalistische vorm van omgang met geld wordt aangeduid als 'de economie', een platte winst-machine, wat een wel zeer zelfzuchtige levenswijze vertegenwoordigt, met als motor concurrentie, een eufemistischer woord voor de oorlog om de dagelijkse boterham, zoals iemand dat eens verwoordde. In het algemeen wordt dit aardig gecamoufleerd door er andere namen aan te geven, zoals markteconomie, marktpolitiek, handelswaarde, financiën, overwaarde, beurs, effecten, en zelfs defensie, e.d. Ze vertegenwoordigen allemaal het kennelijk almachtige geld. Hoewel sommigen vriendschap daar nog wel eens buiten willen laten, wordt dikwijls gesteld dat voor geld alles te koop is, hetgeen de praktijk dagelijks ondersteunt. Daartegen moet daarom worden gewaakt, zodat er allerlei toezichthouders in het leven worden geroepen, zoals ECB (Eur. Centr. Bank), de Ned. Centrale Bank (NCB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Vereniging van Effektenbezitters (VEB) en de Consumentenbond als waakhonden, om er maar een paar te noemen.

Wat geld in de toekomst gaat betekenen, begint zich nu reeds af te tekenen; macht. Geld gaat een politiek wapen worden, als er dan nog wel politiek wordt bedreven.
Echter, zoals duidelijk is geworden, we kunnen nu om geld niet heen. En als we het hebben, willen we het niet alleen beschermen, maar we willen er ook steeds meer van, ons bezit niet alleen in stand houden, maar ons vermogen zelfs vergroten. Dat kan met potten in een oude sok, sparen bij een bank*, of het beleggen in o.a. effecten zoals staats- of bedrijfsobligaties en aandelen. Deze laatste willen we in een wat breder perspectief op deze pagina eens wat nader onder de loep nemen.


    Geen paniek
Een belegger moet niet al te snel nerveus worden of gauw in paniek geraken. Aan de beurswereld ligt een zelfde kenmerk ten grondslag als aan het voetballen: emotie. Tweeëntwintig miljonairs kunnen hele natiën op stelten zetten, terwijl één man met enkele suggestieve woorden de wereldeconomie kon beïnvloeden (A. Greenspan/B.Bernanke). En door emotie kan men in paniek geraken, gevoelsmatig handelen en het verstand erbij verliezen. Dit gebeurde in Amerika voor en op 29 oktober 1929, de bewuste 'zwarte donderdag', toen iedereen (vooral de particuliere belegger) ineens alleen maar aandelen wilde verkopen, met als gevolg dat de beurs er na korte tijd instortte - wel aanbod, geen vraag - en een enorme beurskrach vormde die jarenlang wereldomvattende gevolgen had. Er was een echte wereldomvattende economische depressie. De Amerikaanse regering nam tijdens deze Grote Depressie de leiding door de New Deal economie in te voeren om weer in werk te voorzien en de economie aan te zwengelen. Nederland had er tot 1939 tien jaar voor nodig om er weer wat bovenop te komen. In die tijdsperiode bezuinigde de regering en liet zij publieke werken uitvoeren zoals de drooglegging van de Noord-Oost Polder en de aanleg van de Afsluitdijk.

Aan het einde van de 20 eeuw, op 19 oktober 1989, dit jaar 20 jaar geleden, deed zich zwarte maandag voor, op een dag klapte de beurs met 23% in. Misschien de grootste beurskrach ooit. Maar het werd geen depressie zoals 1929 (-13%), het was wel verschrikkelijk wat er gebeurde, maar het bleek een koerskorrectie te zijn, waardoor de beurs de ralley omhoog van de jaren '90 kon inzetten. Tot de volgende economische supernova.

Rond de jongste eeuwwisseling onlangs zagen we iets dergelijks toen de Nieuwe Economie met de internethype als gangmaker gewoon als een zeepbel ontplofte. Veel aandelen van aan het internet gerelateerde ondernemingen sneuvelden (zoals het geval World Online in 2000 met o.a. een scherp onderuitgaan van de beurs in het rampjaar 2001) en trokken de rest van de markt met zich mee. De beurs had er zeer onder te lijden, vooral ook omdat de AEX nogal wat techfondsen had opgenomen. In korte tijd viel de beurskoers van 703 naar 217 punten toen in maart 2002 de bodem van deze beurscrisis werd bereikt. En van dat oude hoogtepunt zijn we tot op dit moment nog ver verwijderd, dus er moet nu nog wel wat te verdienen zijn in effekten maakt de geschiedenis duidelijk. In concrete cijfers betekent dit dat tussen 2000 en 2006 de beurs met 32% in waarde aftakelde.
Intussen zijn we in 2007 een half decennium verder en de AEX heeft zich in die tijd ruim hersteld, mede omdat er over het algemeen niet zeer nerveus op het inzakken van de 'internet' aandelen werd gereageerd, vooral niet door institutionele beleggers (pensioenfondsen, e.d.). Al je geduld hebt kan beleggen altijd geld opleveren, zij het af en toe wat minder, maar groeipotentie heeft de Nederlandse beurs zeker, wat mede een reden is voor de aanwezigheid van hedgefunds in dit land.

    Vertrouwen
Men zou ook wat strategisch inzicht moeten hebben, want eigenlijk is het beleggingsweer voor aandelen nooit goed. Wanneer de economie groeit en het inflatiespook dreigt dan kan de rente stijgen wat weer een negatieve druk op de koersen van de aandelen kan hebben. Maar is er geen economische groei dan gaan de winsten van bedrijven omlaag en zakken de aandelen eveneens, maar is het dan een tijd om te kopen? En als de olieprijzen stijgen zakken de winsten van bedrijven ook en ontstaat er hetzelfde fenomeen. Dalende olieprijs laat de dollar stijgen wat goed is voor ondernemingen die in dollars afrekenen of belangen hebben in de VS, echter niet voor hen die in euro's rekenen.
Daarnaast moet u de effecten van de huizenmarkt, meningen van ondernemers, prognoses van analisten, stemmingen - sentimenten - op beurzen, rentepolitiek van de ECB en de FED, het doorgronden van de psychologie van de markt(en), e.d. in uw overwegingen meenemen. En dit alles moet resulteren in een gevoel van vertrouwen, of juist niet. Want daar draait de hele effectenwereld om, vertrouwen, er een goed gevoel bij hebben. De waarde van aandelen weerspiegelt het vertrouwen dat beleggers hebben in de waarde (en winst) van een aandeel in de toekomst. En derhalve niet hoop, want de laatste kent geen doelstellingen. De AEX - en de onderliggende aandelen - is een index inzake het vertrouwen, of weinig of geen vertrouwen, in de toekomstige markt (en dus niet van de huidige). En houd ook eens in de gaten wat de beursgoeroes te vertellen hebben, hoewel u zich daaraan niet moet vertillen.

Maar met vertrouwen alleen bent u er niet. Want als u vertrouwen hebt moet dat nader onderbouwd worden. En dit doet u met doelstellingen, wanneer ga ik wat doen, wat naast o.a. spreiding een hoofdregel wordt. Stel dat u een bepaald aandeel besluit te kopen, wat daarna? Want u blijft risico lopen, het aandeel kan in waarde stijgen, maar ook dalen, want de beleggingsmarkt blijft uiteindelijk een ongeleid projectiel. En, als u niet koopt voor de lange termijn, wanneer daarna weer verkopen? Dat kunt u van te voren bepalen aan de hand van doelstellingen, hoewel die af en toe door afwijkende omstandigheden best eens mogen worden overtreden. Deze laatste zijn misschien zeer moeilijk te bepalen, omdat u wellicht niet over de expertise beschikt om die momenten te kunnen onderscheiden. Dat is nu ook wat een expert tot een expert maakt. Wel kunt u bijvoorbeeld besluiten het aandeel uit uw portefeuille weg te doen wanneer het 5% of 10% in waarde is gedaald. Dan bepaalt u daarmede wat u hooguit wilt verliezen, wat een realiteit is die u zeker onder ogen moet zien en accepteren omdat het bij 'het spel' hoort, vooral als u wat actiever belegt. Maar eveneens wannneer het aandeel in waarde stijgt, op welk moment wilt u uw winst behouden, winst nemen, heet dat. M.a.w., hoe loopt u het minste gevaar dat de koerstwinst aan u voorbijgaat? Daarvoor moet u in beginsel ook weer een verkooppunt bepalen, zoals bij koersverlies, maar nu bij koerswinst. Neem u zelf streng voor te verkopen wanneer de koers - weer afgezien van afwijkende omstandigheden - met bijv. 10%, 20% of 25% is gestegen. Zo zijn er nog meer strategiën te bedenken. Op deze wijze zijn er grenspalen gezet, hebt u uw strategie bepaald en u kunt vervolgens van een ongekende beleggersrust genieten.

De handel en wandel van het financiëel verkeer in Nederland, waaronder ook het beleggingsverkeer wordt verstaan, staat onder toezicht van de Nederlandse Centrale Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Deze geven o.a. vergunningen af aan zich daartoe aanbiedende kantoren om voor u vastgelegde handelingen inzake beursactiviteiten te mogen verrichten.
Ten slotte, het gemiddelde Nederlandse gezin belegt in 2006 ca. € 70.000 en in uw boekwinkel treft u goede tijdschriften en andere vormen van lektuur op dit gebied aan.

    Motivatie
Welke motivatie hebt u om te gaan beleggen. Wilt u uw geld, uw vermogen, veilig stellen voor de toekomst? Dan is duurzaam (in dit geval lang) beleggen in aandelen een optie. Wilt u beleggen met het oog op dividendrendement, dan komt er al een beetje meer specilisatie om de hoek kijken. In beide gevallen zult u een effektenportefeuille moeten opbouwen. Over het algemeen zal uw adviseur of uw bank u voorstellen te spreiden, deels te beleggen in aandelen, deels als vastrentend weg te zetten (momenteel nijgt de publieksrente naar boven de 4-5% te stijgen).

Wanneer u er geen probleem mee hebt om via internet een hogere bankrente te verkrijgen en uw inleg steeds vrij beschikbaar wilt houden, dan kunt u voor 5,2% terecht bij AK Bank in Rotterdam met iedere maand een rekening afschrift. De Nederlandse internetbank NIBC vergoedt u nog steeds 5,25% over uw vrij beschikbare inleg en voldoet aan de door de DNB gestelde voorwaarden. (( De nieuwe IJslandse bank Icesave * biedt op een dagelijkse rekening reeds 5,25%, MAAR GING op 8-10-'08 FAILLIET*. Uw spaargeld wordt gegarandeerd door de staat, zie boven voor icesaveclaim.nl )). De nieuwste bank is de Anadolubank met zelfs 5,1%, doch die moet zich hier nog ontwikkelen.

Oude spaarders bij een bank die nu een hogere rente aanbiedt (variabel 5,25% www.crediteurope.nl), moeten vaak eerst vragen om die hogere rente, dus wees attent. Neem ook eens een kijkje op www.vanspaarbankveranderen.nl waar o.a de spaarwinstcalculator is te vinden.
In de praktijk blijkt dat velen hun (spaar)geld bij een traditionele bank hebben ondergebracht tegen een zeer lage (1-2 %) rente. Die banken maken bewust gebruik van het angsthazengevoel van hun klanten om te switchen, naar een andere bank te gaan die soms een aanzienlijk hogere rente biedt, zoals we zagen. Vooral bij wat hogere bedragen kan dit nogal wat uitmaken en, ter geruststelling, de in Nederland actieve banken worden sterk gecontroleerd.
Voor wie op de lange termijn beleggen zullen koersschommelingen niet zo belangrijk zijn. Degene die als speculanten en kortetermijnbeleggers worden aangeduid hebben er belang bij op ieder moment op de hoogte te zijn van iedere koersverandering, zij willen real time op de hoogte gehouden worden.

Zelfs kan worden overwogen om, deels of voor een escape, onroerend of vastgoed* te kiezen, of misschien zelfs in goud* (maar ook zilver, platina of palladium natuurlijk). Dit laatste metaal is trouwens traditioneel een toevluchtsoord gebleken voor veel beleggers tijdens ongewisse economische omstandigheden, omdat het een onafhankelijk eigenwijze maar doorgaans stabiele en heel langzaam stijgende prijs !) kent op de wereldmarkt. Begin januari 2008 bereikte goud een recordprijs door €580 ($855) per ounce (31,1 gr.) te noteren, 30% meer dan dan een jaar geleden. Dit was het laatste het geval in 1980, terwijl 1999 een slecht goudjaar was met een prijs van $252. In maart 2008 ging het goud door de $1000 grens (een jaar eerder slechts $650). Dure olie (> $100 pv), lage dollar ($1,48 - $1,55) en politieke onrust hier en daar zijn de onderliggende factoren. Tevens neemt de productie van dit edelmetaal niet toe, maar wel de vraag van de industrie en landen zoals India waar alleen gouden sieraden tellen, vooral nu het land rijker en rijker wordt. Toch goud kopen? De prijs kan nog even oplopen en zal daarna wel weer enigermate zakken, maar het blijft een goed troostaandeel voor de toekomst.
Wie verkoopt er goud in natura in Nederland, goud in de hand? Een gram, een ons, een troy ounce, een ton, of meer, dat koopt u de auto in bij de HBU, de Hollandse Bank Unie (dochter ABN-AMRO). U gaat er heen en neemt een onsje goud mee naar huis; weegt wel wat, maar ja. Op dit moment ligt deze bankdochter ter dicussie; jammer.

Om u enig idee te geven hoe duur goud eigenlijk is, tekenen we het volgende voorbeeld op. Stel u voor dat op uw tafel een doos staat die in alle richtingen 33 cm. meet. Dat is niet al te groot, denkt u; maar nu vullen we diezelfde doos met goud. En ineens weegt dan die niet al te grote doos wel meer dan 700 kg. Bij de huidige prijs van $1000 per ounce (31,1 gr.) benadert de waarde ervan zelfs $22 miljoen, is ca. € 15 miljoen. En daarvoor hebt u dan nog maar een doosje goud in feite. Een aspect van beleggen in edelmetalen is dat er geen regelmatige inkomsten uit voortvloeien; deze markt is erg en onregelmatig in beweging.

Daarnaast is heel modern zelfs beleggen in groen tropisch of Europees (gecertifiëerd) hardhout, e.d. Dit laatste is overigens een voorbeeld van een beleggingsconcept voor de lange termijn en met een wel zeer groot risico (de AFM sprak in dit geval van 'gokbelegging'). In september 2006 en maart 2007 doken nog berichten op dat het zeer slecht was gesteld met sommige aanbieders van 'exotische' beleggingsproducten als hardhout (ananasplantages, wijngaarden, vakantiehuisjes, ed.). Eind dit jaar zal de AMF (Autoriteit Finaciële Markten) diverse aanbieders geen vergunning meer geven en zullen ze derhalve hun deuren moeten sluiten waardoor 40.000 beleggers als een kat in het nauw zitten nu 25 teakhoutfondsen hun wettelijke status zijn ontnomen . Dit komt omdat deze producten pas onlangs - tegen midden 2007 - onder de AMF resorteren en daardoor (nota bene: voorlopig) vergunningplichtig zijn geworden. De objecten bevinden zich vaak in landen waar geen kadaster of financiëel toezicht wordt gehouden, nog afgezien van de onvoorspelbare weersomstandigheden, en dat vindt de AMF te onbetrouwbaar. Hout moet bijv. zo'n zeven tot dertig jaar groeien, in Finland zelf zeventig jaar tot tachtig jaar.

Ook beleggen in grond* komt voor en is een speculatieve onderneming in een heel eigen wereldje. En wat te denken van beleggen in kunst. Daar is wel zeer veel specifieke kennis voor nodig. Zelfs beleggen in schepen is mogelijk. Daarvoor zijn er o.a. de z.g. scheeps-CV's (commanditaire vennootschappen) in het leven geroepen. Voor een naar verhouding minimaal bedrag koopt men een CV in een schip en deelt vervolgens in een rendement dat wordt gerealiseert door te verdienen op de waarde van de CV aan het einde van de looptijd. Twee van de bekendste zijn JR Shipping* en CVCOM*, bij wie u prospecti kunt opvragen. De rendementen lijken aardig te zijn. Alleen, CV's zijn niet zo makkelijk verhandelbaar als aandelen. Dat is eventueel wel weer mogelijk met de open CV, maar niet met de besloten CV. En wie heeft er nu verstand van schepen. Er zijn natuurlijk ook CV's op andere terreinen van handel, zoals een film-CV.

Er zijn er die willen beleggen om (snel) geld te verdienen middels kort beleggen. Met beleggen kan een vermogen worden opgebouwd. U dient nu een 'actieve' belegger te worden en dan dienen ook dagelijks alle zakelijke feiten, zoals we die reeds bespraken, beschouwd te worden. Dit betekent dus elke dag een stevige vinger aan de financiëel/economische pols te houden. Denkt u dat een aandeel gaat stijgen dan kopen, en wanneer het gestegen is verkopen. In het ideale geval. En ook nu komt het toverwoord spreiden weer aan de orde. Hoe meer diverse aandelen u - op uw vertrouwen - aankoopt, des te vaker zult u uw verwachtingen bevestigd vinden en zullen winsten tegen verliezen gaan opwegen.

Er zijn particulieren die met dagelijks kopen en verkopen tot wel duizend euro per dag verdienen. Klik bijv. maar eens op deze site*. Zij zitten achter computerschermen voor realtime koersinformatie, kopen wereldwijd op de ene effectenbeurs en verkopen op de andere beurs waar de koers net iets hoger is. Dit eist een enorme ervaring, concentratie en ook incasseringsvermogen, want niet alles loopt even goed af. Dit fenomeen heeft ook een eigen naam gekregen, nl. daytrading. Maar u begrijpt dat we dit geen beleggen meer willen noemen.
Dan kennen we ook de soort affectie-belegger. Het zijn geen hobbyisten, maar toch hebben en houden ze een min of meer emotionele binding (middels het aanhouden van effekten) met de onderneming, hoe die ook reilt en zeilt. We kunnen hierbij denken aan de beleggers in aandelen Antonov plc*, bedenker van automatisch transmissies. Jaar op jaar verlies lijden, en jaar op jaar nieuwe aandelen uitgeven (nieuwe emissie) om weer aan nieuw kapitaal te komen om verder te gaan. En de aandeelhouders Antonov nemen het, het bedrijf is in de loop der jaren al verliesgevend blijven bestaan en staat nog steeds op de beurs genoteerd (aug.'06 € 0,76). Kijk wat dit betreft ook eens naar Spyker Cars en Ajax. Over vertrouwen gesproken, en vandaar affectie-belegger.

Sommigen kiezen ervoor een deel van hen beleggingskapitaal in vastrentende (staatslening)obligatie's te beleggen. Ook deze worden op de beurs verhandeld en de koersen ervan zijn overal terug te vinden. Niet alleen in goud, maar tijdens slechte tijden voor aandelen vlucht men ook vaak in obligatie's, waardoor deze in waarde stijgen en duurder worden. Het rendement op obligaties kan 4 tot 4,5% zijn. Als vastgoed dan zo'n 5% aanvangsrendement oplevert, bedraagt de premie (het effectieve risicorendement) slechts 0,5%, zodat velen dan toch voor obligaties kiezen.
Op den lange duur (een decennialange beleggingshorizon, hoewel tegenwoordig deze horizon door snelle rendementseisen tot wel max. 4 à 5 jaar is teruggebracht) wint beleggen in effekten het van obligaties. Brede beleggingsportefeuilles geven een doorslaggevend hoger rendement door een juiste verhouding van aandelen en obligaties. Dikwijls hanteert men hierbij het beginsel jaarlijks 85 procent van het te beleggen vermogen minus de eigen leeftijd in aandelen te investeren. Zo belegt men ouder minder risicoloos door automatisch meer in obligaties te gaan. Op zestig jarige leeftijd wordt de verhouding dan 25 procent aandelen en 75 procent obligaties. Als men nu ook in een wereldwijd aandelenfonds en een breed obligatiefonds deelneemt, is het de eenvoud zelve, de spreiding optimaal, alleen het rendement zal niet de top halen.


    Leasen
Wie een beetje het nieuws heeft gevolgd de laatste jaren heeft het echec gezien van de inmiddels beruchte aandelenleasevormen als Dexia en Legio Lease. Duizenden kochten aandelen met geleend geld of staken de overwaarde van hun huis in aandelen via een leaseproject. Dat leek aardig toen eind jaren negentig de AEX-index booming was, maar tienduizenden zitten nu met enorme schulden omdat bij de eeuwwisseling de aandelen weliswaar niet instorten, maar de koersen wel aardig inzakten. De aandelen werden derhalve minder waard en in het algemeen veel minder dan de som van het geleende geld waarmede was belegd. Men kwam dus bij de bank zeer in de schuld te staan in plaats van iets te verdienen. De les hieruit is derhalve: alleen beleggen als u geld (over) hebt, want aan beleggen kleeft nu eenmaal altijd een risicofactor en zelfs specialisten kunnen dit risico slechts beperken. Om het leed van gedupeerden enigszins te verzachten werd voor honderdduizenden getroffenen de Duisenberg-regeling in het leven geroepen, hoewel velen zich daarin niet kunnen vinden vanwege de magere schikking die toch al gauw een omvang van €1 miljard heeft.

Maar ook de overheid heeft hiervan geleerd. Tot rond de eeuwwisseling dacht men dat de aandelenbomen tot in de hemel groeiden. Steeds gedurfder constructies verleidden de potentiële belegger in te stappen. Aan risico werd nooit meer gedacht en de kleine lettertjes werden niet gelezen, laat staan onder de aandacht gebracht. Tot de markt inzakte. Daarna heeft de overheid geboden dat de kleine lettertjes grote letters werden en de consument daardoor (eerder) op de hoogte wordt gesteld van het te nemen risico. Er moest, om het eenvoudig te stellen, duidelijker op worden gewezen dat de behaalde resultaten in het verleden geen garantie waren voor dezelfde resultaten in de toekomst.
Het woord transparantie kwam in de mode en in meer opzichten. De klant moest een beter inzicht krijgen in het risico, in de kosten en wie waaraan hoeveel verdienen (tussenpersonen). Alles om het rendement van zijn geld voor de klant - de belegger - duidelijker en inzichtelijker te maken. Tot nog toe boerde een belegger vaak achteruit (rendement beneden de inflatie), terwijl hij daar feitenlijk niet van op de hoogte was door een tekort aan voorlichting en transparantie van beleggingsprodukten. Nu is daar hard aan gewerkt.


    Advies
Wanneer we het hier over beleggen hebben, bedoelen we het kopen van aandelen. Er zijn diverse firma's - vermogensbeheerders - die zich hierin hebben gespecialiseerd, maar dikwijls moet u dan wel een aanzienlijk bedrag voor handen hebben willen zij voor u aan het werk gaan, uw portefeuille gaan beheren. Dit variëert per beheerder van minimaal € 500.000 tot zeg € 2.000.000 om mee te beginnen. Maar tegenwoordig kunt u ook met € 25.000 bij sommige specialisten reeds terecht, hoewel dat niet als vermogensbeheer wordt gezien. Gewoonlijk kan vrijwel iedere bank u - zelfs telefonisch of via internet - van dienst zijn, al gaat het slechts om tien aandelen, maar hiermede gaan naar verhouding hoge kosten gemoeid. Tevens is het reeds geruime tijd mogelijk te beleggen via inmiddels bekende hierin gespecialiseerde sites op het internet, die tegen vergoeding ook adviseren.

Het laatste nieuws is dat nu de belegger vanaf €1000* inleg hetzelfde professionele beleggingsadvies ontvangt als de miljoenenbelegger. Er zitten wel wat kantjes aan, want advies moet u nog altijd opvolgen - en dat doen veel beleggers kennelijk niet -, maar helemaal onwaar is het niet.


    Dividend
Met het kopen van een aandeel verkrijgt men een financiëel stukje bedrijf, men neemt deel in het kapitaal van een onderneming, en wordt dan een aandeelhouder. Men wordt een beetje eigenaar van een NV of BV, maar dat stelt op zich niets voor ook al heeft men stemrecht. Als het bedrijf goed draait en winst maakt, kan de koers van het aandeel stijgen op de beurs. Wanneer u denkt dat de koers niet meer stijgt, kunt u het aandeel verkopen. Het verschil tussen de koopprijs van het aandeel en de verkoopprijs (de koerswinst) maakt dan uw winst uit in dit geval. Dat is één manier waarmede met aandelen geld kan worden verdiend, omdat het hebben van een aandeel geen recht geeft op iets zoals rente. Een aandeel heeft meestal ook geen nominale waarde, het is waard wat de beurskoers op dat moment aangeeft. Als aandeelhouder bent u middels dat aandeel weliswaar eigenaar van dat stukje - in grote afhankelijk van het aantal (miljoenen) uitgegeven aandelen - van het bedrijf, maar u hebt verder in beginsel geen zeggenschap. Dat heeft de directie of Raad van Bestuur met de dagelijkse leiding. Wel is het zo dat degene met het grootste aantal aandelen (min. 51%) het als grootaandeelhouder via de (algemene) aandeelhoudersvergadering het voor het zeggen heeft. De aandeelhoudersbelangen worden in het bedrijf behartigd door hun vertegenwoordigers, nl. de Raad van Commissarissen. Maar pas op, een minderheid (2%) van de aandeelhouders (hedgefund) kan reeds eisen stellen aan de strategie van de onderneming en zelfs om opdeling vragen (ABN-Amro, Stork). Het is mogelijk, maar rechtvaardigheid is een andere zaak.

Een tweede manier waarop aandelen geld kunnen opleveren is wanneer er cashdividend wordt uitgekeerd. Dividend is dat deel van het door het bedrijf gerealiseerde winst dat, meestal jaarlijks, in contanten wordt verstrekt aan de aandeelhouders. De onderneming heeft daarvoor meestal een dividendbeleid. Historisch gezien wordt over het algemeen 2 tot 3% aan dividend uitgekeerd - koersverschillen leveren vaak meer op. Veelal wordt gemaakte winst weer in het bedrijf zelf geïnvesteerd, zodat de onderneming zich bijv. kan uitbreiden, de ko ers van het aandeel op peil kan houden of het eigen kapitaal versterken (zodat een jaar verlies maken niet meteen tot faillisement leidt, waardoor u soms kunt lezen dat een onderneming een miljoenen of miljarden verlies heeft geleden en gewoon blijft bestaan), of eigen aandelen kan inkopen (om de beurskoers te verstevigen) of om een andere onderneming over te nemen teneinde de marktpositie te versterken. Wordt er dividend uitgekeerd, dan wordt bekend gemaak hoeveel het bedraagt per aandeel. En hoe meer aandelen u dan hebt des te meer dividend u ontvangt.
Soms wordt er in plaats van cashdividend stockdividend uitgekeerd. Indien dat 3% bedraagt krijgt men 3 nieuwe aandelen van de onderneming voor iedere 100 aandelen die men in portefeuille heeft.
Af en toe wordt er ook een tussen-dividend (interim-dividend) uitgekeerd, voorafgaand aan het slotdividend aan het einde van het boekjaar. Eind aug. '06 bijv. maakte Mittal Steel bekend dat het aan aandeelhouders een interim-dividend van $ 0,125 gaat betalen. Het aandeel doet dan $ 24,95 op de beurs, zodat het dividend daarbij in het niet lijkt te vallen. Maar er moet natuurlijk nog een slotdividend komen en dat zal wel aanzienlijk hoger uitpakken.
Beleggen om het dividend is een algemeen gevolgd principe. De koers van een aandeel is dan minder belangrijk, men belegt niet om koerswinst te realiseren maar om via dividend inkomen te verwerven. Hiertoe is natuurlijk selectief aankopen een must. In het algemeen zou men op deze wijze toch nog 3% of iets meer rendement kunnen behalen, hetgeen t.a.v. sparen een goede indruk achterlaat.

Om aandeelhouders aan zich te binden heeft DSM een nieuw hechtingsmiddel bedacht: de loyaliteitsdividendbonus. Trouwe beleggers die hun aandelen ten minste drie jaar in bezit hebben gehouden krijgen een extra portie ad 30% dividend uitgekeerd. Dit is uniek in Nederland, maar in enkele buitenlandse bedrijven schijnt het te werken. Dit houdt tevens in dat aandelen aantoonder nu op naam moeten worden gesteld. Het was DSM's antwoord op z.g. hedgefunds. Daarna kregen deze fondsen en private equity e.d. het in de loop van 2007 wel zwaar, want de kredietmarkt kreeg flinke klappen door het instorten van een deel van de Amerikaanse huizenmarkt.
Als u op het ogenblik met beleggen, op korte of langere termijn, een rendement van 5% behaalt, dan doet u het zeker goed, en met 8% bent u een kei.


    De trend van effecten
Sommige families bezitten hun aandelen tientallen jaren lang (misschien zelfs nog fysiek op naam of aan toonder). Ze gaan er gewoon van uit dat op de lange termijn een aandeel zijn gemiddelde waarde blijft behouden. Het rendement van hun belegging vinden zij in het dividend dat (regelmatig) wordt uitgekeerd. Eigenlijk zijn dit ook de echte beleggers, geen gelukzoekers, maar bijna beleggers pur sang. Zij geloven in de trend dat effecten op de lange duur hun (koers)waarde behouden of zelfs toenemen. En deze trend is dan ook overwegend. Dus al gaan de bedrijven achter de betreffende aandelen door diepe dalen - waardoor hun koersen op de beurs diep zakken - over de langere termijn, jaren en tientallen jaren, behoudt het zijn waarde die zelfs langzaam kan oplopen.

Maar kennelijk zijn er ook korte termijn-trends in de aandelenkoersen te ontdekken. Naast cijfermatig-economische fundamentele beursanalisten, zweren sommigen erbij dat de beurskoersen bijna wiskundig nauwkeurig te beredeneren (technisch te berekenen) zijn. Deze chartisten verdelen de markt onder in een (dalende) bear en (stijgende) bull market aan de hand van charts, afbeeldingen van lijnen en breekpunten in de koersen die al eerder op- of neergang lieten zien. Zij laten zich hier dikwijls door leiden in hun aan- en verkoopadviezen of besluiten.


    De AEX
In Nederland is de hoofdindex en belangrijkste graadmeter van beursgeno- teerde bedrijven met het grootste aantal verhandelde aandelen de AEX (Amsterdam Exchange Index). Deze is het forum waarop sinds 1983 in Nederland vraag en aanbod van effekten bij elkander worden gebracht. Op 4 maart 2008 vierde deze beurs haar 25 jarig bestaan. Inmiddels is het onderdeel gaan uitmaken van Euronext die tevens beurzen in Londen, Brussel, Parijs en Lissabon exploiteert.

In de loop van 2006 was er sprake van dat Euronext door een Europese of Amerikaanse beursonderneming zou worden overgenomen. Uiteindelijk lijkt het erop dat de NYSE de Euronext zal opslokken, waardoor we met Amerikaanse managers en wetgeving te maken krijgen. Reden waarom Europa een veto-recht claimt bij het benoemen van Amerikaanse topmanagers.
Vervolgens is in de loop van 2007 Euronext inderdaad opgeslokt door de NYSE, zodat de naam veranderd is in 'NYSE-Euronext', het allereerste aandelen beursplatform van mondiale omvang.

De EAX-index (ook aangeduid als Euronext Amsterdam, het Damrak of Beursplein 5) is gewoonlijk opgebouwd uit de 25 meest verhandelde fondsen, betrouwbare ondernemingen van wie het Damrak de AEX* dagkoersen (eerst slechts 45 en nu bijna 500 fondsen) bijhoudt. Hierbij wordt dividend geheel buiten beschouwing gelaten, zodat uitsluitend de koersverschillen in aanmerking worden genomen. Hoewel begonnen werd met het vermelden van de kale koersen, is er in de loop der tijd meer evenwicht aan de AEX toegevoegd door met gewogen koersen te werken. Dit houdt in dat minder 'belangrijke' ondernemingen wat minder gewicht in de schaal leggen dan 'belangrijker' ondernemingen, naast meer spreiding van de soort ondernemingen, wat een evenwichter koersbeeld oplevert. Aan de andere kant, als er dan een credietcrisis komt en de voornaamste noteringen zijn banken, dan voelt de AEX dat wel heviger, zoals is gebleken.
Hun voorname plaats ziet men aan hun koers of bedrijfsaard niet af, want de onderneming met de laagste koers staat eind nov. '06 genoteerd op € 4,02 en de onderneming met de hoogste op € 90,65 terwijl er banken, staalconcerns, elektronikabedrijven en voedselconcerns in zijn opgenomen. Deze koersen komen tot stand door het aantal aangeboden en gevraagde aandelen per beursdag van ieder fonds in overweging te nemen. De gemiddelde gewogen waarden van deze 25 indices leveren een slotgetal als indexcijfer op dat de AEX-index wordt genoemd. Haar koers eind september 2006 bijv. bereikte opnieuw het hoogtepunt van vier jaar geleden nl. 480 punten met alsnog een verwachting naar boven, terwijl begin dat jaar met 420 werd begonnen. Drie jaar geleden stond deze index half zo hoog. Er kon dus wat verdiend worden met beleggen, en naar verwachting zal ook de komende jaren de index verder stijgen. De hoogsste koers ooit van de AEX was 701,56 op 4 sept. 2000, net voordat de internethype ontplofte. Loop november 2006 begint de AEX hijgend naar de 500 punten op te stomen, waarna tot augustus 2007 op 550 gepiekt kon worden, maar binnen ongeveer een week zakte de AEX weer in tot 490 om kort daarop weer naar ruim 514 op te lopen. De schrik kwam door de augustuscrisis op de kredietmarkten. De beursweek die op 17 aug. 2007 eindigde liet op die dag de grootste handelsomvang ooit noteren.

Soms verdwijnt er een onderneming uit de AEX en moet er een vervanger komen. De samenstelling van de AEX vindt jaarlijk plaats in maart. Men overweegt vaag om zo'n herweging twee of meerdere malen per jaar te doen. Het laatste fonds dat een plaatsje heeft gekregen op het AEX-podium is het navigatieconcern TomTom, maar de vraag is of dit niet een beetje te vroeg is geweest. De firma voldeed echter aan de voorwaarden om in de AEX opgenomen te kunnen worden. VNU verdween door een overname uit AEX en naar men aanneemt zal ook Getronics eruit vallen. Voor deze twee fondsen zullen vermoedelijk Randstad en Mittal in de plaats komen. Klik op deze plaats* om de namen en indices van alle hoofdfondsen te bekijken.
In maart 2008 werden Tele-Atlas en Corio toegevoegd, om het verdwijnen van ABN-Amro en Numico te compenseren. Maar ondanks alles is de AEX een van Europa's populairste en snelgroeiendste indici geworden.
Als men er van uit gaat - wat sommigen doen - dat veel fondsen op het moment toch wat ondergewaardeerd staan genoteerd, dan zit er nog heel wat in voor AEX-koers in de toekomst. En het zegt iets over de robuuste kwaliteit van onze economie en de conjunctuur in het algemeen, wat echter weer niet veel zegt over de individuele inkomens van de Nederlander.

Tegenwoordig kent men ook de z.g.n. (index)trackers. Dit zijn fondsen die een mandje van AEX-aandelen bevatten en als het ware de AEX volgen. Deze laten u niet alleen delen in koerswinsten maar nemen ook het dividend mee. In Amerika en ook in Europa hebben beleggers ze gevonden, maar in Nederland worden ze nog slechts in zeer beperkte mate gepromoot. Er zijn trackers die diverse beurzen in de wereld volgen.

Het ziet er naar uit dat de AEX concurrentie gaat krijgen in Europa in de vorm van een nieuw handelsplatform. Diverse commerciële banken willen een eigen beurs-index opzetten. In welke vorm moet nog blijken. Zij zullen de verhandeling van aandelen goedkoper kunnen afwikkelen, hoewel dat in de praktijk voor de consument voorteerst niet merkbaar zal zijn. De dag voor deze aankondiging had Euronext nog een tariefsverlaging van minstens 10% aangekondigd, waarmede de voorlopige monopolist bekende wel te weten wat er in de markt speelt.

    De Alternext
D e alternatieve beursindex sinds de zomer van 2006. Het is een nieuw initiatief van Euronext dat het voor kleine bedrijven makkelijker moet maken een beursnotering te kunnen verkrijgen en ze wordt daarom ook wel de kleintjesbeurs genoemd. De bedoeling ervan is o.a. dat kleinere fondsen beter verhandelbaar worden. Het begint een populaire gelegenheid te worden voor vooral snelgroeiende technologiebedrijven. De beurs voor kleine ondernemingen is in 2007 reeds actief in Brussel (5) en Parijs (60 bedrijven). Meer dan de helft van it-ondernemingen die een beursgang overwegen denken aan de Alternext. Maar wet- en regelgeving houdt nog menig onderneming tegen om de sprong te wagen . Aan de andere kant zijn de toelatingseisen minder zwaar en zijn er minder regels, ook wat betreft de verslaggeving. Voor jonge en groeiende beginners dus goede reden om een kans te wagen en misschien niet meer van durfkapitaal, banken en financieringsmaatschappijen afhankelijk te zijn, terwijl de aandelen makkelijker verhandelbaar worden. Kapitaal werven wordt goedkoper. Voorlopig houdt men het erop dat er zich in 2006 nog zo'n zes kandidaten voor de Alternext zullen aanbieden. Tot op dit moment is er echter nog geen sprake van gewenste fiscale steun vanuit Den Haag.

Eigenlijk gaat de beurs pas van start als er een bedrijf zich heeft aangemeld. Groot nadeel van een beursnotering is dat een bedijf ineens onderdeel wordt van het publieke domein, er komt een verplichting wat betreft informatie en men moet rekening houden met allerlei belanghebbenden. Dat kan verlammend werken op het ondernemerschap. Voor de Alternextnotering zijn een trackrecord van minstens twee jaar vereist en er moet voor minstens 2,5 miljoen euro aan aandelen worden geplaatst. De overheid overweegt fiscale voordelen voor Alternext-bedrijven.

In de loop van november kwam de eerste candidaat voor de Alternext zich aanmelden. Naar alle waarschijnlijkheid zal het detacheringsbureau The Member Company (TMC) op 24 nov. 2006 een notering aan de Alternext verkrijgen. Het bedrijf zal voor €20 miljoen ruim anderhalf miljoen aandelen uitgeven met een bandbreedte van €12,75-€14. Echter, particulieren kunnen alleen bestens inschrijven.
En zo geschiede, hoewel de notering met €12,75 werd geïntroduceerd en met €12,74, een verlies van een eurocent, een eerste notering kreeg, bracht deze in totaal slechts €6,4 mjn op. Koudwatervrees meende men dat de oorzaak was voor het iets teleurstellende resultaat, naast de tendens dat de belegger voorlopig toch maar voor wat meer grote fondsen te kiest.

In de loop van 2007 heeft de Alternext nog slechts twee noteringen, het eerder genoemde bedrijf waar zich de Koninklijke Reesing bij heeft gevoegd. Men had er meer van verwacht, want de Alternext is toch opgezet om te voorkomen dat startende ondernemers niet meer bij durfkapitalisten behoefden te bedelen. Maar zelfs grotere familiebedrijven hebben moeite met de ALTERNEXT blijkt tot in 2008. Men geeft de schuld aan de verkeerde promotie die de voordelen niet voldoende naar voren brengt, zoals het private placement. Nog steeds geldt het in Nederland 'dat toch niemand naar de Alternext gaat.' (maaar naar de Engelse AIM, toch.). Tot nog toe wendde men zich tot de private equity voor geld als familiebedrijf, mede om eigen zeggenschap in stand te houden. De Alternext werkt aan het imago.


    De obligatiemarkt
U w geld kunt u niet alleen in aandelen beleggen, maar ook in obligaties. Het is zelfs raadzaam om een vast deel van uw - groot of kleine - vermogen in obligaties weg te zetten (zie elders op deze pagina). Maar eerst, wat zijn obligaties?
Een obligatie is in feite een schuldbekentenis van een lening die voor een vastgestelde tijd wordt aangegaan. Meestal koopt u obligaties van nominaal €1000,-- die worden aangeboden door de Staat (staatsleningen) tegen de uitgiftekoers (bijv. de 2004-2014 à 3,75% tegen 99,3% uitgifte) en ook wel door bedrijven en diverse instellingen. De aanbieders van obligaties erkennen dat zij bij u in het krijt staan voor dat bedrag en dat zij u voor deze lening een vergoeding in de vorm van rente - per jaar - zullen betalen en aan het einde van de looptijd, die in jaren wordt uitgedrukt, hun lening (voor 100% - a pari) te zullen aflossen. Omdat de Staat eigenlijk niet failliet kan gaan vertrouwen velen een deel van hun vermogen op deze wijze aan de overheid toe. De meeste obligaties geven recht op een vaste rente, hoewel u dient op te letten of gewenste obligaties wellicht een variërende rente bieden of nog een andere verschijningsvorm hebben. In het algemeen dienen (internet)banken als de tussenpersonen via wie u obligaties op de obligatiemarkt koopt. Het woordje markt zegt het al: obligaties kunnen worden verhandeld en gaan daardoor een eigen prijs krijgen, een prijs die meestal afwijkt van de oorspronkelijke waarde.

Omdat de overheid in ons land zoveel geld nodig heeft om alles rond te kunnen breien, vormen staatsobligaties een groot deel van de kapitaalverstrekking op de obligatiemarkt. In diverse dagbladen worden dagelijks de koers van de bijv. top-20 staatsleningen afgedrukt en maakt men melding van de uitgifte van nieuwe obligatieleningen waarop u kunt inschrijven. In diverse dagbladen treft u ook veel koersen aan van bedrijfsobligaties. De huidige verhandelkoers van een obligatie wordt vermeld in %-en van de nominale waarde. Dikwijls wordt tevens het effectief rendement aangegeven. Velen menen dat zij een vast deel van hun vermogen moeten beleggen in (staats)obligaties, voor alle zekerheid. Ook bij deze vorm van beleggen dient rekening te worden gehouden met de transactiekosten in welke vorm dan ook. Als u meent dat u door uw obligaties te verkopen winst kunt behalen, dan verkoopt u ze gewoon op de obligatiemarkt. U zult echter uw nieuw verkregen geld opnieuw dienen te investeren om uw vermogen op peil te houden. Dat is een inherent deel van vermogensbeheer via het aanhouden van een beleggingsportefeuille. En niet te veel handelen levert immers ook geld op.

    Financiële pagina's
O p de financiële pagina's van veel dagbladen treft u nog de AMX (Midkap) aan, dit zijn de fondsen die eigenlijk de plaatsen 26 t/m 50 in de AEX zouden moeten innemen, maar niet aan de voorwaarden daarvoor voldoen. De verdere 25 (die dus in feite de plaatsen 51 t/m 75 zouden innemen) beursgenoteerde fondsen staan in de AScX-index. Daarnaast treft u op deze krantenpagina's meestal de overige wel en niet beursgenoteerde fondsen aan, en de wisselkoersen van de diverse valuta of vreemd geld, de valutamarkt, vaak goud- en zilverprijzen en grondstoffen (commodities), de rente, alsmede diverse buitenlandse fondsen en beursindexen (Dow Jones), en derivaten zoals opties.

Wat u ook zult aantreffen zijn de koersen van beleggingsfondsen. Dit zijn over het algemeen door banken in het leven geroepen pakketten van diverse aandelen die door een eigen fondsmanager worden beheerd en die men onder één naam op de markt brengt. Het idee er achter is dat door deze ingebouwde spreiding het beleggingsfonds stabieler van waarde is en meer groeikans kent dan ieder enkel aandeel uit het beleggingsfonds op zich. U dient er wel rekening mee te houden dat uw rendement van deze fondsen flink wordt geminimaliseerd door de - jaarlijks - in rekening gebrachte kosten. Dit wordt veroorzaakt doordat de voorwaarden die aan zo'n fonds kleven voor de belegger niet transparant genoeg zijn geweest, waardoor verborgen kosten die de bank rekent niet voldoende duidelijk overkomen.
Ten slotte worden op de meeste financiële pagina's de aan- en verkoopkoersen van veel staatsleningen aangetroffen in de vorm van obligaties, en grafieken van aandelen, valuta of een beurs over de laatste paar maanden.


    Teletext & internet
D iverse zenders plaatsen op teletext meestal enkele pagina's beursnieuws aangevuld met de aandelenkoersen. Dit geldt voor zowel de nationale als enkele buitenlandse zenders waaronder BBC, CNN, Euronews, enz.

Wilt u naast deze gegevens ook de berichten van veel analisten (en dagbladen, banken, vermogensbeheerders, enz.) bestuderen, dan is het internet een welhaast onuitputtlijke bron en handig omdat er veel Nederlandse sites on line zijn. Met wat zoeken zult u een ware Fundgrube aan bruikbare (gratis) financiële informatie aantreffen.

Op het internet heeft ook in Nederland het 'online' beleggen een grote vlucht genomen. De twee grootste en typische online internet beleggings bankiers zijn BinkBank.nl (die Alex.nl heeft overgenomen) en Today's Brokers(.nl) als kleinere en billijkste. De vergoeding hiervoor bedraagt meestal alleen de transactiekosten opgedeeld in een vast min. bedrag en een percentage van de omzet. Maar tegen andere tarieven wil men u tevens van advies voorzien.


    Buitenland
H et werd reeds duidelijk dat u ook buitenlandse aandelen kunt kopen. Bijv. Japanse, die kennelijk op dit moment zeer laag staan door omstandigheden, want de rente in Japan is laag (was tot voor kort zelfs 0%) wat eigenijk goed is voor (hoogte van) de aandelenkoersen. Tegenwoordig komt ook de Chinese beurs wat meer in het beeld, maar deze is nog niet zo gereguleerd als wij gewend zijn zodat er grote schommelingen kunnen plaats vinden. Maar de Chinees is wel beleggek, mede omdat hij nergens met zijn geld heen kan. Deze economie groeit met een tien procent per jaar en een groot deel van de productie is voor het buitenland bestemd. Wanneer de groei van de Chinese economie onder de 9% komt, dan slaat bij chinese managers de paniek toe, want dat kan het enorme land niet hebben zonder onrustig te worden. Het land begint olie te gebruiken en westerse goederen te importeren. Kortom er wordt handel gedreven en er ontstaat een aandelenbeurs.
Dit gaat ook op voor India, zij het iets trager. Dit laatste land heeft intussen een ca. 140.000 miljonairs voorgebracht en zit nog vol mogelijkheden. Zelfs wordt er in Rusland belegd, een land dat met Brazilië en voornoemde natiën als de BRIC wordt aangeduid. Op al deze beurzen kunt u terecht, hoewel in China via een omweg. Afrika begint economisch interessant te worden, waaRbij u echter veel reserves in acht moet nemen. Houd in het oog dat het allemaal markten in ontwikkeling zijn die niet de zekerheden kennen van onze ontwikkelde en gereglementeerde effectenbeurzen en bewezen fondsen. In feite om de hoek vindt u de BEL-20, de Belgische AEX als het ware, met de twintig best presterende Belgische ondernemingen en in Frankrijk de CAC40.

Beleggen op de Amerikaanse markt is mogelijk via de meeste banken en u treft daar op bijv. de NYSE zelfs Nederlandse* fondsen aan. Eén van de meest geraadpleegde, aangehaalde en langst dienstdoende indexen ter wereld is de DOW, de Amerikaanse Dow Jones index (aan de NYSE, ook wel als Wall Street aangeduid). Deze index berust op de 30 belangrijkste industriële pilaren in Amerika (o.a. 3M, Boeing, Coca Cola, Dupont, General Motors, HP, IBM, Intel, McDonalds, Microsoft, Walt Disney) en is mondiaal toonaangevend en vaak stemmingmakend.


    Ethisch en moreel verantwoord beleggen
M isschien is dit wel het moeilijkste onderwerp tot nog toe. Is het in deze niet alleen geïndustrialiseerde en vercommercialiseerde maar ook bijna karakterloze maatschappij nog wel mogelijk er ethiek en mores op na te houden als u wilt beleggen?! De grootste industrie ter wereld is nog steeds de wapen- of oologsindustrie, euphemistisch wel als defensie industrie aangeduid. Zelfs gewone Nederlandse industrieën hebben divisies die voor defensie werken en Airbus is internationaal een onderneming gefinancierd door defensiegigant EADS, een oorlogsgigant dus. Het grootste defensieconcern ter wereld, het Amerikaanse Lockheed Martin, zet bijna tien miljard euro per kwartaal om. In dat bedrijf beleggen wordt niet als duurzaam gezien in de zin van etisch verantwoord. Fylosofisch beschouwd ontkomt men er niet aan te concluderen dat aandelen en politiek in het algemeen verantwoordelijk zijn voor het relativeren van goed en slecht, waardoor ethiek een randverschijnsel wordt. Etisch beleggen blijkt praktisch gesproken slechts schone schijn te zijn. Wanneer u spaart bij een bank en wilt weten in elke ondernemingen de bank belegt om uw rente te kunnen uitbetalen, kijkt u eens op eerlijkebankwijzer*.

Mensen beleggen duurzaam bij een bank, maar kennelijk klinkt alleen de naam van het fonds duurzaam. Verstonden we onder duurzaam beleggen het vasthouden van de aandelen gedurende meerdere jaren, de trend is er mens-, dier- en milieuvriendelijk onder te verstaan. In die zin heeft duurzaam beleggen een grote vlucht genomen, want sommigen laten hun geweten een beetje meespreken in die inmiddels tot dertig uitgegroeide fondsen. Dit wordt ook wel als groen of beleggen met het hart omschreven. Maar als dat hart of geweten niet geoefend is, spreekt het niet snel, en lijken duurzame of eerlijke groene fondsen goed, terwijl ze toch door financiëel anti-etisch terroristische krachten worden aangestuurd. Hoe kan anders de handel in bont, tabak, bio-industrie, slaafchocolade, dierproeven, kernenergie, verboden diersoorten, bloed- of oorlogsdiamanten, immorele en milieuonvriendelijke activiteiten en wapentuigfabricage van mijnen en clusterbommen, reklame bij vecht- en risicosporten, en met anti-milieu groepen, kinderarbeid, corruptie en illegalen blijven bestaan? Ook vallen olie-, automobiel- en vliegtuigindustrie in feite onder de betreffende noemer, immers waaronder heeft het milieu ernstiger te lijden! Als voorbeeld van een onverdacht aandeel neemt men wel eens beleggen in een hotelketen. Lijkt niets op tegen, maar u financiert wel de eraan verbonden gokcasinos's mee, wat u niet had bedacht. Dus of er echte duurzame bedrijven bestaan is vandaag de dag twijfelachtig, waardoor het er verdacht veel op lijkt dat brandschoon beleggen eenvoudigweg een utopisch onmogelijke zaak is geworden. Groen beleggen is momenteel een hype; u kunt er aan meedoen, maar het gaat wel weer over. Het heeft er meer van weg een nieuw product in de markt te zetten dan het groen te bevorderen. Wel is het zo dat veel fondshouders in 2007 onder druk hun portfolioos hebben opgeschoond door aandelen van clusterbomfabriekenten e.d. eruit te verwijderen. Tenslotte wijzen we op het bestaan van de Verantwoorde Ketenbeheer Award (VBDO).

    Uw pensioen
De Staat der Nederlanden zorgt ervoor dat iedere Nederlander een pensioengeld (AOW) krijgt wanneer hij of zij 65 jaar is geworden. Dit is de eerste pijler onder het Nederlandse pensioenfondssysyeem. Soms is de hoogte van het pensioen afhankelijk van het aantal jaren dat men in Nederland heeft verbleven. En nu komt er meteen een probleem om de hoek kijken: wat als u niet vanaf uw 15e t/m mijn 65e in Nederland hebt gewoond?
Daarnaast bouwen en betalen veel Nederlanders aan de tweede pijler: een (persoonlijk) pensioen voor na hun pensionering, bij een pensioenfonds, (verplicht) via de baas - die meebetaald gedurende hun werkzame leven en salarisopbouw. Dit fonds doet ook aan fondsvorming, waaruit later het pensioen wordt betaald. Maar wanneer zij jaren hebben gewerkt - eventueel bij een baas - en niet bij een pensioenfonds waren aangesloten, dan hebben zij een pensioengat. Zij kunnen dit aanvullen door er later pensioen voor bij te kopen, maar dat is fors in prijs.
De derde pijler is een verzekeringsproduct dat mede als aanvullend pensioen kan dienen is o.a. het individuele pensioen (o.m. lijfrenteverzekering), maar het uit te keren bedrag staat niet apart naast het vermogen van de verzekeraar. M.a.w., indien de verzekeraar failliet gaat, is uw pensioen ook verdwenen, zoals in Amerika het geval was toen begin deze eeuw het machtige bedrijf Enron omviel.

Onzekerheden vragen om oplossingen, want men kan daardoor na de pensionering soms niet meer verder leven zoals men dat gewoon was. Daarom is het voor iedereen altijd goed om na te denken over de mogelijkheden voor zijn oudedagsvoorziening.

Vooral in tijden van financiële onrust maakt men zich hier zorgen om. Bijv. of het pensioenfonds wel gedeeltelijk of geheel aan zijn verplichtingen kan blijven voldoen. Dergelijke fondsen zijn weliswaar gereguleerd, de staat stelt eisen, maar waar niet is verliest de keizer zijn recht. De staat eist bijv. dat een pensioenfonds een bodemdekking of minimale dekkingsgraad - 105% - heeft, een stevig fundament, dat ten minste een beheerd kapitaal omvat dat meer is dan waarin op dat moment voorzien moet worden (in de vorm van pensioenuitkeringen).
Die dekking bestaat uit meerdere onderdelen. In de eerste plaats de pensioenpremies die iedereen betaalt. Maar als de maatschappij vergrijst, betalen minder mensen premie, en de dekking komt in gevaar. Daarnaast wordt een deel van het vermogen belegd, en hier zit 'm de kneep. Want beurskoerzen kunnen stijgen, maar soms ook gemeen diep dalen. Dan komt de dekking eveneens en nog erger in gevaar.
Een oplossing lijkt dan een verhoging van de premie (door de werknemer en een deel door de werkgever in Nederland), of een verlaging van de uitkeringen te zijn. En soms is dat ook noodzakelijk. Het schrappen van de indexatie is eveneens nog een optie. Dan vervalt het aanpassen van het pensioen t.a.v. de prijsindexatie of tewel de inflatiecorrectie, hetgeen zeer effectief kan zijn. Het pensioen gaat er niet op vooruit, betekent dit. Wanneer de economie weer goed aantrekt, kan er een pensioencorrectie of reparatie in zitten, men krijgt weer wat meer.

    Een eigen portefeuille beheren
W anneer u van plan bent als particulier zelf een aandelenportefeuille aan te leggen, dan moet u bij een (internet)bank een effectenrekening openen. Dat kan bij uw eigen bank of een bank die u de minste transactiekosten bij aan- en verkoop van aandelen in rekening brengt. Of u daarnaast nog advies van de bank kan verwachten hangt meestal af van de hoogte van het vermogen dat u bij hen in aandelen wilt onderbrengen. Houd in het oog dat transactie- en beheerkosten het rendement van uw portefeuille stevig kunnen beïnvloeden, vooral wanneer u regelmatig de inhoud van uw portefeuille aanpast, dus een actieve belegger bent met een klein vermogen. Het is zaak rustig te kijken naar wat professionals ook doen: het ontdekken van ondernemingen die goede (bovengemiddelde) winstcijfers verwachten in de de toekomst, want dat doet de koersen (bovengemiddeld) stijgen. Dit is een vrij algemeen geldende regel, en een die in het algemeen tijd en geduld eist. Want, geachte lezer, beleggen gaat niet om winst, maar het is niets meer of minder dan het inschatten van het risico dat de door u belegde gelden minder opleveren dan u verwacht. Een belegger is iemand die moet kiezen tussen rendement en risico, want dat is beleggen, een afweging tussen het te nemen risico en het eventuele rendement. En dit is een harde realiteit. U kunt iets verdienen met beleggen, maar voor het zelfde geld bent u uw ingezette centjes of vermogen gewoon (grotendeels) kwijt. Het is niet direct te vergelijken met een cassino, want uw invloed blijft aanwezig, maar uw vermogen kan buiten u om wel eens opeens verdwenen zijn.

Bij al het bovenstaande zijn we uitgegaan van een fundamentele beleggingsstrategie, aanwijzingen die u zelf uit het marktgebeuren en de economische cijfers kunt afleiden. Daarnaast kennen we echter nog een strategie, die volgens de technische analyse verloopt. Hierbij gaat men uit van aan de hand van de markteigenschappen ontwikkelde statistieken, grafieken en patronen. M.a.w. we kijken nu niet naar de feitenlijke cijfers, maar veel meer wordt de historische ontwikkeling van de beurs - wat betreft op en neergang en de duur ervan - gevolgd. Men kijkt naar de beurs op dit moment en probeert dan een gelijkwaardige eerdere ontwikkeling te zien, die in grafieken is vastgelegd, en men meent dan te weten wat er vervolgens gaat gebeuren, omdat van gelijkwaardige historische grafieken de uitkomst bekend is. Dit is weer een wereldje op zich. Misschien iets om in de loop der tijd ook eens aandacht aan te besteden of er in de lektuur eens wat over na te lezen. In ieder geval hopen we in okt. 2008 niet dat de grafieken - de technische analyse dus - gelijk krijgen, want dan duurt de crisis nog wel even. Kijk ook eens naar bijv. dit korte artikeltje* dd. 7 aug. 2007.

Vrijblijvend beleggen is er niet bij, U dient er in feite goed op voorbereid te zijn. Tussen haakjes, doe het alleen met geld dat u over hebt en nooit met geleend geld. Bedenk dat u moet spreiden, anders is het zeker gokken op één paard. Goed spreiden doet u door ten minste 30 à 50 fondsen in portefeuille te nemen. Bedenk daarbij dat dit de nodige aankoop- en beheerkosten met zich meebrengt wat ten koste gaat van het rendement. U begrijpt dat dan slechts met een fiks bedrag wat te verdienen valt. Om de kosten enigszins in de hand te houden, beleggen velen in een beleggingsfonds van een aanbieder. Die spreidt voor u en het kost slechts een keer aankoopkosten.
Uw belegging moet een goed rendement opleveren. Dit moet hoger zijn dan de inflatie, ca. 2 tot 3.5% per jaar, en het moet meer winst boeken dan de rente bij een bank (3,5 tot 5%), samen dus ten minste 8%. Veel fondsmanagers halen dit niet, laat staan dat u dit bereikt. Het is maar dat u een idee hebt van waaraan u begint.

Wanneer u gaat effekten kopen, doet u dat niet alleen op gevoel of sentiment. Besluit aan de hand van door uzelf ingewonnen informatie, waar u die dan ook vandaan haalt. Van het internet, prospecti, boeken, beleggingsclubs of beleggingscursus, de dagbladen, enz. En houd vast aan uw motivatie om te gaan beleggen, het bedrag dat u er voor uit hebt getrokken, het principe van spreiding en ga niet mee met de waan van de dag. Dit laatste houdt in dat als iedereen koopt is iets duur, en als iedereen verkoopt lijdt u verlies (dus maar liever even afwachten in het laatste geval). In beginsel behoeft een particulier niet langer minder geïnformeerd te zijn - zodat hij minder effectief kan beleggen - dan een professionele beleggingsdeskundige, daarvoor ligt informatie tegenwoordig voor iedereen binnen handbereik beschikbaar. Een particulier is dikwijls zelfs vrijer om te handelen, want een bedrijfsbelegger is verplicht bepaalde veiligheidsaspecten ingebouwd te houden. De particuliere belegger moet daarentegen leren de gegevens uit de markt te interpreteren, kennis van de markten te verkrijgen en daarop gezond verstand los te laten.

Ook de beurs is beslist geen boom waar geld aan groeit al lijkt het soms zo. Wanneer u daarom wat wilt spelen met beleggingen, dan is het aan te raden dat te doen met geld dat u over hebt. En wilt u wat bewuster beleggen, dan zult u het volgende in het oog willen houden, want aandelen zijn en blijven een risicodragende beleggingen. Wie een aandeel koopt, heeft recht op twee dingen; deze zijn invloed op de onderneming (stemrecht) en recht op dividend. De invloed gaat meestal naar de comissarissen, omdat aandeelhouders vaak wisselen, en het dividend kan wel eens - vaak - worden overgeslagen.
Hoewel u winst wil t behalen, ook rendement genoemd, dient u ten eerste altijd de risicofactor die u door uw handelingen verricht in overweging te nemen; u kunt immers uw belegde gelden verliezen, laten beurscrises zien. Aandelen vormen derhalve een risicodragende belegging, want o.a. het dividend kan gepasseerd worden (vindt de AVA) en de koers kan dalen (vindt het - sentiment van het beleggend - publiek). U dient daarom uw eigen risicoprofiel te kunnen bepalen naast het risicopeil van uw portefeuille. Dit klinkt al niet makkelijk, maar dat is beleggen ook niet, anders dan zou iedereen rijk zijn; bij wijze van spreken. Deze risicobepalingen gaan u en uw geld - uw vermogen - beschermen bij het beleggen, want u komt in een hard zakelijke en gevoelloze wereld terecht, die niet op uw winst uit is, maar op eigen voordeel. Zij zijn de waakhonden die de grenzen bewaken waarbinnen u - naar eigen inzicht als dat van adviseur - veilig kunt handelen.

Wanneer u een beeetje wilt oefenen met beleggen, dan kunt u terecht op wie het beste belegt of beursspel iex.

    Effektenbezitters
D e macht van (partikulier) effektenbezitters is sinds het ontstaan van internet aanzienlijk toegenomen. En dat komt niet alleen omdat er een Vereniging van Effektenbezitters* bestaat. Het internet heeft niet alleen voorzien in een snelle toegang tot (huidige) koersen, maar teven in een bredere en diepgaander beleggingsinformatie. De partikulier kan nu over dezelfde gegevens beschikken als de beheermanager van de effektenafdeling bij een bedrijf (maar wordt waarschijnllijk niet even slim). Beleggers overleggen via het internet op sociale sites of fora en delen ervaringen met elkaar. Hierdoor worden bronnen als radio, teletext, tv, e.d., naar de achtergrond verdreven. Via het internet beleggen moet goedkoper zijn en het kan voor optimaler informatie zorg dragen. Het is mogelijk op bepaalde sites vergelijkingen te maken en aan de hand daarvan keuzes te maken. Beleggers zijn gewoon minder afhankelijk geworden en als het ware mondiger.

Om als effektenbezitter macht uit te kunnen oefenen, op bijv. de directie van een bedrijf, is wat meer nodig dan een paar aandeeltjes. Weliswaar geeft een aandeel stemrecht, maar op de miljoenen aandelen die er gewoonlijk uitstaan tellen een beperkt aantal beslist niet mee. Men dient ten minste enkele procenten aan aandelen van een concern bezitten om wat druk uit te kunnen oefenen om een bepaalde strategie van een bedrijf aan te passen. Dit kwam o.m. naar voren toen hedgefunds vooral in 2007 hun krachten toonden en macht aan de dag legden. Dat waren kapitaalkrachtige fondsen, alleen of als consortium, met bovendien kennis van zaken. Dat presteert een partikulier niet.

Misschien het lelijkste woord in de beleggingswereld is voorkennis. Kennis die men heeft voordat anderen die kennis hebben. Kunt u zich het geval Airbus (EADS) nog voor de geest halen. Toen verkochten topmannen aandelen even voordat er algemeen bekend werd gemaakt dat de levering van Airbus A380 vliegtuigen vertraging had opgelopen. Deze laatse mededeling zou de aandelen doen zakken, en men zou verlies lijden tenzij men deze tijdig verkocht. En tijdig was voor de officiële bekendmaking. Het kwam echter aan het licht en er vielen ontslagen bij deze topmensen.
Een ander en weliswaar twijfelachtig geval deed zich voor bij de beursgang van internet provider Worldonline in 2000, dat het begin van de implodering van de internet- of dotcomhype kenmerkte. Er kwam naar buiten dat de oprichtster, Nina Brink, tegen een lage prijs haar meeste aandelen had verkocht voor de beursgang van het bedrijf had plaats gevonden. Dit leidde tot haar terugtreden en ondergang van de onderneming.
Een vaag spoor van voorkennis is technisch gewoon niet uit te schakelen. Hoe dichter men bij het vuur zit, - familie, vrienden, bekenden, werknemers - hoe warmer men is en des te meer men weet of te weten komt over de gang van zaken bij een bedrijf. Daaraan valt niet te ontkomen. Het is dan aan de onbedoelde (voor)kennishebber daar wel of geen gebruik van te maken.

Maar het voorgaande ter zijde. Onderzoeken hebben aangetoond dat het online beleggen in omvang toeneemt, getuige ook de florisante ontwikkelingen van internet beleggingsbanken. Via het internet beleggen meer dan een miljoen huishoudens in Nederland die voor ruim de helft (als actieve belegger) hun aan- en verkooporders online doorgeven. Over het algemeen spelen de mindere kosten daarvan een belangrijke rol.
Desondanks blijft beleggen een bezigheid met risico's, iets dat u zich goed dient te realiseren. Mailings die bij u in de bus vallen die enorme rendementen beloven, doen u anders geloven. Overleggen is wijsheid, waarbij u ook de eraan verbonden kosten in het oog dient te houden. We zeiden het reeds, het is en blijft een moeilijk vak.

    Wachele credietmarkt crasht beurzen
Vanaf augustus 2007
De wereldbevolking omvat circa 6000 miljoen bewoners. Daarentegen maken of breken slechts een paar honderd miljoen de globale welvaart. Die paar worden gevormd door de overconsumerende Amerikaanse kooplustigen, die samen wel de grootste en daardoor invloedrijkste economie ter wereld vormt. In feite is het fenomeen nog erger: slechts enkele miljoenen ervan blijken de financiële situaties op alle wereldmarkten te kunnen beïnvloeden en daardoor het mondiale welvaartsniveau.
De een à twee miljoen Amerikaanse huizenkopers die hun hypotheek niet meer kunnen betalen begonnen zich eind 2006 aan te dienen. Maar in augustus 2007 zijn het er zo veel geworden, dat het invloed op de geglobaliseerde financiële gebeurtenissen begon uit te oefenen, hoewel dit aantal consumenten slechts een uitermate klein deel vormt van de wereldeconomie en een klein deel van de Amerikaanse economie. Dat is nu een van de angels van het kapitalisme, het is door het extreme belang van geld zeer gevoelig voor ook slechts maar een klein deel van de markt, in dit geval de zeer roekeloze Amerikaanse hypotheek- en kredietmarkt, die inmiddels voor een financiële crisis die nog net geen recessie is heeft gezorgd. Hiermede trad duidelijk aan het ligt dat er in de booming economische wereld wel degelijk een (super)lijk in de kast zat dat er nu uit is gevallen. Er heerst financiële onrust en dat nu juist is wat de economie en de markt niet nodig hebben.

De moeilijke situatie op de (hypotheek en krediet) schuldenmarkt in de Verenigde Staten komt hard aan. Amerikaanse subprime loans - o.a. hypotheeknemers en leningen van (aanzienlijk) minder kredietwaardige kwaliteit - konden jarenlang op hun huis een in feite te zware hypotheek nemen, omdat krediet, door een lage (aug. '07 korte, in eurozone 4%, Japan 0,5%, VS 5,25%, China 7,26%) kapitaalmarktrente, redelijk goedkoop was. Maar als de rente dan omhoog gaat, wat het geval is, dan kunnen ineens velen de hypotheekrente, die in de loop der tijd stijgt (4% -> 8%), niet meer opbrengen. Dit kon voorlopig gecompenseerd worden doordat de huizenprijzen bleven stijgen en er daardoor meer geleend kon worden door de overwaarde te consumeren. Maar inmiddels zakten de huizenprijzen op de markt ook nog eens in. Banken die als hypotheekverstrekkers dienden, ontvingen en ontvangen het geleende geld niet meer terug, en kunnen daardoor ook niet meer aan hun eigen financiële verplichtingen - want zij hebben dat geld ook weer geleend - voldoen. Deze banken gaan dan failliet, want zij kunnen de grote banken, van welke zij het geld geleend hebben, niet meer terugbetalen. Dan krijgen ook de grotere banken problemen met kredietverstrekking door liquiditeitstekorten, want hun geldverstrekkers stellen zich nu argwanend op, zodat zelfs ook hedgefunds en private equities nu minder eenvoudig aan kapitaal komen. Bedrijven kunnen minder makkelijk geld lenen om te investeren, waardoor de economie een gevoelige klap krijgt, want aandelen zakken in waarde. Toonaangevende beurzen storten in en het begin van een wereldwijde augustuscrisis en 'bijna' resessie 2007 was geboren.
Waardoor deze primair lokale Amerikaanse aangelegenheid kans kreeg zich vanaf 23 juli 2007 over de hele wereld te doen voelen in augustus daarop, is eenvoudig uit te leggen. De (hypotheek)banken verkochten delen van het risicopakket aan collegeabanken om het risico te spreiden. De laatste deden dat op hun beurt ook weer middels diverse productconstructies die wereldwijd werden verkocht. En zo werd een internationaal olievlekscenario gecreëerd dat alle beurzen in zijn greep kreeg toen de hypotheekmarkt in de Verenigde Staten begon in te storten en velen waardeloos geworden papieren in handen bleken te hebben - en dus verlies hebben geleden. De ene bank wist niet in hoeverre de andere bank nog financiëel was te vertrouwen omdat deze misschien wel aan kredietwaardigheid had ingeboet door (een groot) bezit aan waardeloze papieren.

Deze inter-Amerikaanse kredietcrisis heeft intussen wel het een en ander aangetoond en bewezen. In ieder geval dat de financiële wereld zeer gevoelig is, zeer onderhavig aan sentiment en dikwijls aan vals sentiment. De huidige economie dendert door in opgaande lijn, maar de beurzen maken barre tijden door gevoed door eigenlijk vals sentiment. En er zaten gaten in de markt! De kredietwaardigheid van consumenten werd zwaar overschat, en het toezicht op het hypotheek- en kredietwezen (in Amerika) heeft in feite zitten slapen, anders had deze grote minicrash niet kunnen ontstaan. Banken werden door toezichthouders niet tijdig op de vingers getikt voor de veel te grote risico's die ze aangingen. Kennelijk groeiden de kredietbomen nog steeds tot in de hemel, maar ook deze (lage rente)bubble, zoals in 2001 de internetbubble, spatte uiteindelijk uiteen. Een correctief gebeuren dat de financiële wereld weer met beide benen op de grond moet zetten.
Beleggen heeft bewezen een risicofaktor met zich mee te brengen. Het eist skill, vakmanschap, om problemen te voorkomen, maar ook om er zo min mogelijk gehavend weer uit te komen. In deze laatste fase verkeert de markt en het beursleven momenteel. Deze crisis is een flinke veenbrand die voorlopig nog wel af en toe zal oplaaien. De privébelegger met roestvrijstalen zenuwen wacht gewoon op het weer opkomen van de beurskoersen en proviteert misschien nu juist (door - enig - contrair beleggen). Dit alles is beleggen anno 2007.

Eind sept. 2007
Dat was een inkoppertje, dacht uw redacteur, maar hij stond snel weer wat beteuterd te kijken. Immers, midden augustus zakte de AEX onder druk van de credietcrisis van 530 tot onder de 499 in, maar op het ogenblik lijkt alles weer vergeten en geven de schermen soms 540 en ook nog eens richting 560. Is de economie nu zo sterk, of is beleggen inderdaar zo onvoorspelbaar. Een dollar boven de 1,40 is natuurlijk aardig voor de Amerikaanse industrie maar een dubbele goudprijs t.o.v. 5 jaar terug (van 10 naar 18 euro p/gram) laat toch wel enigszins een vluchtgedrag zien.


Eind november gaat men inzien dat de Amerikaanse hypotheek- en creditcrisis (nu ook in de autobranche) ingrijpender is dan vermoed en misschien een nog wel langer staartje zal krijgen. De olie hoog, maar redelijk stabiel, de euro die maar meer dollar waard wordt, stijgende grondstofprijzen en de groeiende Chinees-Arabische luchtbel drukken (te veel, toch) het sentiment. In een jaar tijd heeft de AEX de winst van een heel jaar verloren en dat ze het haar toebedeelde koersdoel zal halen (560) in nog maar ruim een maand tijd, zal wel niet lukken. Toch is het een tijd om te kopen, misschien de top-dalers of trackers, of een mandje AEX-fondsen. Er is ondanks alles wat te verdienen, want de huidige economie is robuust en de conjunctuur is bullachtig.

In september 2008 komt Amerika in opspraak. Banken vallen om als appeltjes uit de boom, terwijl de betrokken mamagers er toch nog met honderden miljoenen beloningen van door gaan. Het vertrouwen in het geldwezen verdwijnt: de credietcrisis in optima forma laat zijn gezicht zien. Met een reddingsplan dat een hulpsaldo van $700 miljard omvat - $700.000.000.000 is zelfs meer dan het US militaire apparaat jaarlijks kost -, grijpt de Amerikaanse regering in op een on-amerikaanse wijze in het beruchte roofkapitalistische stelsel. De wereld op zijn kop. De altijd zo gepromote economische marktvrijheid is nu zelfs in dit land verdwenen, een graadmeter van de ernst van deze crisis, erger dan die van de jaren 30 in de vorige eeuw. De winst- en graaicultuur en het bestaan van zakenbanken is over, voorbij. Naked short gaan met aandelen - lenen van aandelen om te verkopen en later goedkoper op te kopen en dan terug te geven, dat daardoor een geruchtenmachine in het leven roept - wordt verboden. Meer toezicht en deze kapitale geldinjectie van de staat moeten de rust en het vertrouwen van de consument in de economie terugbrengen.

Men wil niet naar een geleide staatseconomie, de tegenhanger van het vrije kapitalisme, maar een financiële wereld die in korte tijd dermate is veranderd eist nieuwe en strenge maatregelen. Niet alleen om de consument te beschermen - die altijd het gelag moet betalen - doch meer nog om een stabiele en betrouwbare economische (geld)markt te creëren waarin goed handel gedreven kan worden.

Maar eind september 2008 wilde de Amerikaanse regering deze miljardeninjectie in de economie niet accepteren. Wellicht was het gebruik van de gelden niet nauwkeurig genoeg omschreven. Maar de gemiddelde Amerikaan zegt ook: do'nt bail-out Wall Street, koop Wall Street niet uit. Analisten werden gek, onbegrip alom. Maar de Dow Jones kelderde wel onmiddellijk met 777 punten tot net even boven de 10.000, meer dan ooit vertoond op een dag. De AEX daalde ineens met bijna 9% tot een magere 323 punten. Ook het feit dat in Europa de Benelux de Fortisbank staatssteun moesten verlenen om de bank overeind te houden en het vertrouwen nog enigszins, toont aan dat de Amerikaanse credietcrisis een duidelijk globaal probleem is geworden. Deze 29 sept. 2008 komt bekend te staan als de zwarte maandag, een dag die de wereldeconomie en haar machten veranderde.
Op 1 okt. 2008 ging de Amerikaanse regering accord met een aangepast voorstel om deeconomie uit het credietslob te trekken en keurde de Senaat het reddingsplan van 700 mjd doller nu wel goed.

In Europa meent men dat de marktmotor US is uitgevallen en ook dat de dollar zijn status als wereldwijd vertrouwd betaalmiddel kwijt is geraakt. Azië en China gaan deze positie eerder dan verwacht overnemen. Deze beide economiën verzachten ex. de gemiddelde Amerinigszins het negatieve effect van de huidige crisis, wat begin vorige eeuw niet het geval was. Daarom zullen de gevolgen vermoedelijk niet al te desastreus zijn. En de oude wereld, die op dit moment nog redelijk draait, kan alleen maar toekijken en afwachten wat deze crisis voor haar alsnog in petto heeft. Beurzen kelderen, koersen dalen, pensioenfondsen komen in nood en naast de wereldomvattende terreur brengt nu ook het geldwezen mensen in een toestand van angst en soms zelfs van paniek.

Geld blijkt niet meer goedkoop te zijn en zonder voldoende toezicht richt het ach en wee aan heeft deze crisis duidelijk aangetoond. Kon men in de VS tot nog toe bijna ongelimiteerd alles op de pof kopen, omdat een opzettelijk laag gehouden rente mensen niet in toom hield, nu moet de belastingbetaler alsnog geld toe geven, want het hulpsaldo van de staat komt toch uit belastinggeld. Op deze wijze blijkt geld derhalve twee keer zoveel te kosten als men tot nog toe had gedacht.


    Beleggen in 2008
Het voorspellen van de toekomst is een schier ondoenlijke zaak. En beleggen is dat eigenlijk een beetje boel, want de huidige koers van een aandeel vertegenwoordigt de verwachting in de toekomst. De koers van een aandeel is afhankelijk van een welhaast onoverzichtelijk aantal factoren. Alleen de dollar en de olie spelen reeds een rol van enorme importantie. De kooplust van het publiek, oorlogen, rellen en een epidemie, introducties van nieuwe technologiën en artikelen, de hoogte van de rente, koersontwikkeling op andere beurzen, hedgefondsen, fusies en overnames, economische groei (EU 2% en VS 2,4%), politieke instabiliteit, ze hebben allemaal een cruciale invloed en zijn van te voren nauwelijks te weten. En dit is nog maar een beperkt deel van het aantal faktoren die koersen kunnen beïnvloeden.

In 2006 is de koers van de AEX dit jaar met 13% (Midkap zelfs 30%) toegenomen van 436 tot 497 punten eind december, zodat ze al hikkend einde jaars net onder de 500 punten bleef hangen, terwijl op 2 jan. 2007 ook nog deze 500-grens werd genomen. In 2006 werd er bovendien 0,11% meer dividend uitbetaald dan de hoogste rente op een (internet)spaarrekening (3,6%). Het uiteindelijke koersdoel op langere termijn is een reeds eerder behaalde stand van ca. 700. Wat kan het koersdoel voor 2007 van de AEX zijn? In 2006 heeft de economie meegezeten, maar dezelfde groei zal in 2007 misschien niet kunnen worden vastgehouden, maar wel op niveau kunnen blijven. Houden we het opnieuw op een groei van 13% (sommigen houden het op 10% vanwege een enigszins afzwakkende trendmatige groei), dan moet eind 2007 de AEX op 561 uitkomen, wat een 20 tot 30 punten boven de verwachting van de meeste instituten, analisten en goeroes is en dat de hoogste koers van deze eeuw was van de AEX in 2002 (het lijkt momenteel niet realistisch de 570 aan te houden die alternatieve goeroes opperen). Hoewel, er is één beleggingsinstituut dat wel op 560 punten uitkomt en dat ook voor 2006 al hoog had ingezet, maar net niet zo hoog als de AEX in werkelijkheid is geklommen. Omdat dit kenmerk, het koersdoel van de AEX, een belangrijk gegeven vertegenwoordigt om aan- en verkopen te kunnen verantwoorden, is dit een belangrijk punt van aandacht.

In feite is de stemming, het beleggingssentiment, voor 2007 zeer gunstig, van positief tot optimistisch toe. Dit geldt vooral wat betreft het beleggen in aandelen. Met gunstige economische ontwikkelingen en verhoogde winstgevendheid van ondernemingen, meent men dat de koersen omhoog zullen gaan en de inkomsten van de burger aardig zullen toenemen, waardoor er flink veel geld naar de aandelenmarkt kan toestromen, zodat de vragende omzethandel de koersen omhoog zal stuwen. Dit gelinkt aan de verwachting dat de olieprijs redelijk redelijk stabiel zal blijven en de weliswaar stijgende renten het over het algemeen aan de lage kant zullen houden, waarbij de Amerikaanse huizenmarkt niet mag instorten, en sparen dus niet zoveel zal opbrengen, maakt het beleggen in aandelen zeer aantrekkelijk.

Het is maar weinigen gegeven met een eigen portefeuille de AEX te verslaan. Bijna honderd procent van de professionele en particuliere beleggers doen het minder dan de AEX. Als we daarom verwachten dat de AEX het in 2007 goed gaat doen, dan zou het niet eens onverstandig kunnen zijn de AEX na te doen. Hierbij kunnen we denken aan (zo strikt mogelijke) passieve AEX-volgers als trackers e.d., aantrekkelijk door de lage beheerkosten, doorzichtigheid, en die andere kosten (bij losse aankoop van ieder fonds in de AEX) kan mijden. Van welke omvang dat bepaalt uw vermogen omdat u zo veel u wilt in een tracker kunt stoppen, maar naar inhoudt is de AEX de koersvormer. Een tracker kan ook dividend opleveren.

Voor wat betreft het buitenland blijft het oppassen geblazen. Beleggen via vastgoed in India lijkt leuk, maar overzie de risico's, zoals uiteraard bij alle exotische beleggingsproducten. Beleggen via (transparante) beleggingsfondsen is niet af te raden, maar u kunt zelf net weer iets meer verdienen als u zich er op toelegt een actieve belegger te zijn in de loop van 2007. Echter, houd wel uw transactiekosten in het oog, want het verhaal gaat dat - vooral particuliere - overactieve beleggers het rendement van hun portefeuille daardoor flink te kort deden.

De tweede helft van 2008 laat een droeve stand van de AEX zien, nl. 403 punten. En nog wordt door sommigen vooral technische analisten afgeraden nu te kopen, want de bodem van de AEX behoeft nog niet bereikt te zijn volgens hun berekeningen en marktsituaties, zoals o.a. dalende obligaties, hoge inflatie en stijgende marktrente. De bodem van de AEX kan wel eens op net 300 komen te liggen, wat een beter tijdstip is om in te stappen. Aan de andere kant kunnen we nu op de bodem zitten, waardoor in de loop van 2008 voorzichtig naar de 500 kan worden geklommen. Kortom, het is nodig de marktontwikkelingen scherp te volgen, (lagere inflatie, obligaties stijgen weer iets, e.d.) waarbij een beetje (ervarings)intuïtie een grote rol kan spelen.

Hoe waar is hett gebleken altijd voorzichtig te zijn, want, de bodem van de beurs was nog lang niet inzicht. Stond de AEX eind vorig jaar op 515, nu gaf deze index aan dat het nog erger kon: het werd 245. En vermoed wordt dat het echte dal nog moet komen, al zijn we er niet ver meer vanaf. Het jaar 1572 was ooit het politieke Rampjaar voor de Lage Landen, 2008 werd het rampjaar voor economisch Nederland.


    Economische ontwikkelingen in 2008
Zoals we reeds hebben geciteerd, is de economische wereldbeurs even voorspelbaar als het weer; zeer moeilijk dus, want het aantal invloed hebbende factoren is welhaast legio. Een hoofdoorzaak wordt gevormd door het feit dat het gros van de beleggers niet nuchter kijkt naar cijfers, er wordt slechts emotioneel op gereageerd met een vreemd soort anticipatie, althans, men denkt steeds te anticiperen. Men 'denkt' bijv. dat de olieprijs gaat stijgen, doch houdt daar slechts gevoelsmatig rekening mee, want men verdisconteert het gegeven als een automatisme in de huidige koersen. Het zou er anders uitzien, wanneer men ervan uitgaat dat binnen tien jaar de olieprijs €200 (€1,26/$1,81 ltr) per vat zal gaan bedragen, tegen momenteel (dec '07) $88 p/v (€0,48/$0,57 ltr) en in de loop van 2008 zelfs $135 p.v. Alleen is een fust bier (50 ltr) nog duurder geworden: meer dan €100,-- per fust. Ook een stijging van de olie tot $300 p.v. op een kortere termijn wordt reeds voorspeld. De teloorgang van de kwaliteit van de dollar en de wereldwijd oplopende vraag - door de nieuwe economieën, naast stagnerend aanbod - en een moeilijk te remmen toenemende inflatie zijn er debet aan. Het gevolg is dat er aan geld geen waarde meer kan worden toegekend, het is nog slechts een indicatie. Er is bijv. wereldomvattend geld genoeg om iedereen rijk te maken, toch lijden de meeste Afrikanen aan armoede. Een kapitalistisch economisch wereldbeeld blijft rijk en arm gescheiden en in stand houden. Maar hoe rijk en hoe arm? En welke rol gaat water spelen in de toekomstige economie? Water lijkt te goedkoop op dit moment en hijgt te zijner tijd olie achterna kwa prijs. Ook die schaarste kan armoede veroorzaken. Dat het nog lang niet goedzit met de economie anno einde 2008 bewijst opnieuw de olieprijs. Van $147 midden van het jaar naar $47 een half jaar later en zelfs even de $30 rakend, toont toch aan dat men de weg krijt is. De hele glimmende Amerikaanse automakerswereld in onvoorspelbaar korte tijd naar de knoppen, zelfs met onAmerikaanse staathulp en bemoeienis ziet het er niet goed uit. Wie of wat haalt ons uit dit alles?, is de grote vraag.
Dat is waar deze visie op 2008 over gaat. Er zullen meer rijken bij komen, maar ook naar verhouding meer armen. Er is, simpelweg, bij heel veel armen meer te halen dan bij een paar rijken. Daarom betalen veel Nederlanders in evenredigheid meer belasting dan de meest rijken. Het is gewoon een gegeven, redelijk of niet redelijk; de fiscus heeft geen geweten.

Wat gaat het milieu ons straks kosten? De wereldproducie neemt nog steeds toe en welhaaast alle producten hebben energie nodig. Meer energie veroorzaakt meer milieuverontreiniging, maar dat kan niet altijd doorgaan, hoe groen men ook produceert en belegt. Er is reeds een groene (hype)markt, maar tevens een markt voor emissierechten en men verdient daar zelfs geldt mee. Dit zijn echter misplaatste rechten, want ze geven recht op (CO2) uitstoot in plaats van die te beteugelen. Dit gaat op de economie drukken in de vorm van extra kosten die misschien niet meer zijn weg te werken in de prijs of de arbeidsproductiviteit moet omhoog. Op de lange termijn zal daardoor alles duurder worden en aandelen worden geremd in hun winstgevendheid. Op de korte termijn lijkt er vooralsnog groei in de markt te zitten en de beursverwachting zowel als het sentiment voor 2008 zijn niet negatief. Daarna wordt het moeilijker ondanks dat dan de ongekend verschrikkelijk abrupte kredietcrisis van augustus 2007 alweer vergeten is. Neem het er nog even van.

Een fenomeen dat half 2008 de kop op begon te steken, is het beleggen in voedselproducten. Grondstoffen voor voedsel worden steeds duurder en opkomende landen vragen naar soorten voedsel die ze voorheen niet kenden. Alleen aardappelen lijken op de termijnmarkten nog te betalen. Banken worden ervan beschuldigd onethisch te handelen door aandelen uit te geven die dividend opleveren wanneer de voedselprijzen stijgen. Ethisch beleggen wordt dus nog moeilijker in het vervolg. De prijs van ons dagelijks brood lijkt de pan uit te rijzen en sommigen menen daaraan te moeten verdienen. Na die van de hypotheek lijkt dit de nieuwe wereldcrisis te vormen: de stijgende voedselprijzen. Is het apocalyptisch zwarte paard men de dunne man met de weegschaal nu toch weer harder gaan rijden? De trend lijkt inderdaad gezet en hier en daar verneemt men al het advies niet te gaan hamsteren (zoals in 1974/75) omdat dat alles alleen maar nog duurder maakt.
In China wordt het nationale varkensvlees onbetaalbaar (april +70%) o.a. door een hoge inflatie die naar de 10% gaat (idem dito in Rusland, alleen hier stegen de lonen met ca. 30%). De Chinese regering moet er iets aan doen om eventuele sociale onrust onder de bevolking te voorkomen. Een andere reden die de voedselprijzen opdrijft, is dat het meer en meer wordt aangewend om tot biologische brandstof te worden verwerkt. De boer vangt nu een goede prijs, de consument betaalt een hoge. Ook wordt aangevoerd, dat het instorten van de US dollar een oorzaak is, want nog veel wordt afgerekend in deze valuta. Waar men wel vanuit gaat, is dat de dollar, ondanks alles, voorlopig nog 's werelds vertrouwde betaalmiddel blijft.

Een land dat in de loop van 2008 gevaar loopt, is IJsland. Met een inflatie van 15% en een inwonertal van slechts enkele honderdduizenden is het moeilijk een nationale economie in stand te houden. Er gaan daar stemmen op om ook maar de euro in te voeren ten einde mee te kunnen genieten van de redelijke Europese stabiliteit. Tien jaar euro in vijftien natiën heeft zich bewezen, want de afzondelijke munteenheden zouden in de hedendaagse markt niet de financiële kracht en stabiliteit hebben gehad die de euro hen momenteel biedt. Tja, ooit heeft België even te koop gestaan op een marktplaats, maar voor IJsland doemt dat risico steeds meer op.

Vanaf jl. mei 2008 lijkt er een nieuwe economische orde gevestigd te worden. De lage inflatiepercentages (ca. 2%) van weleer zijn voor immer voorbij heeft men het idee. Voedselprijzen rijst en mais - drijgen de pan uit te rijzen en energie en olie gaan onbetaalbaar worden. Buiten Amerika en Europa is de rest van de wereld bezig met een economische welvaartslag in te halen van wat ze zo om zich heen ziend te kort zijn gekomen, waardoor veel vraag en minder voorraden de prijzen flink doen stijgen. Inflaties van 3, 4 en 5% (India 2008 12%, IJsland 15%) zullen we als gewoon moeten gaan beschouwen, hetgeen een ernstige aanslag gaat doen op rendementen van investeringen (effekten, e.d., terwijl obligaties en vastrentende produkten hun waarde domweg gaan zien vervliegen). De ECB en de FED krijgen het moeilijk.

Wat kan er in zo'n wankel geldklimaat allemaal gebeuren. De Belgische bank Fortis had het in 2007 (€37 mjd beurswaarde) voorzien op de statige Nederlandse bank ABN-AMRO ad €24 mjd. Juist toen Fortis de helft van de aankoopprijs had voldaan, begon de credietcrisis door te zetten en vooral financiële waarden dompelden zich op de beurzen in verlies. Na korte tijd was de koers van een aandeel Fortis (5,18 - 26/09/08, rest beurswaarde 13 mjd.= -75%, en 3,96 - 29/09) minder dan die van ABN tijdens de aankoop derhalve. En banken konden bijna niet meer aan geld komen op de vrije markt, zodat Fortis het restant van het aankoopbedrag niet meer kon voldoen. Misschien nog wel wanneer het enige eigen bedrijfsonderdelen zou verkopen. Intussen houden de Belgische en Nederlandse autoriteiten de handel en wandel van België's grootste bank nauwlettend in het oog en de vraag is of de bank het nog wel gaat redden.
Op 28 sept. 2008 besliste de Benelux dat Fortis maar beter genationaliseerd kan worden, de koers van de bank had een melt-down karakter gekregen en verloor op een dag zelfs 20% aan waarde. Deze drie regeringen steken €11 mjd in de bank om haar te redden van de onderang. Deze volksbank wordt dus genationaliseerd, zoals dat met de grote banken in Amerika en Engeland ook al werd gedaan, terwijl ABN-AMRO zal worden doorverkocht of mogelijk weer zelfstandig gaat opereren. In totaliteit betekent dit wel dat in enkele maanden tijd een ca. €10 mjd gewoon is verdampt. De belastingbetalers draaien op voor de financiële avonturen van enkele visieloze topmanagers, maar de consumenten in de vorm van spaarders, bankrekeninghouders en werknemers zijn hun geld of baan niet kwijt wat er wel degelijk in heeft gezeten als de Benelux niet had ingegrepen.


Wanneer u tien euro schuldig bent aan de bank, dan hebt u een probleem. Maar wanneer u de bank een miljoen schuldig bent, dan heeft de bank een probleem.
Keynes

Het kan echter altijd nog erger. Maandag 29 sept. 2008 werd nu Zwarte Maandag genoemd door beursmensen, maar tot ieders verbazing werd maandag 6 oktober 2008 ook een Zwarte Maandag. En week 41, 6-11/10/'08, kende de grootste koersval op beurzen wereldwijd ooit. De beurs ging wederom zeer onderuit en de AEX kroop naar de 300 punten toe. Op vrijdag 3 okt. nam de Nederlandse regering een belangrijk besluit: het Nederlandse deel van Fortis en de ABN-AMRO werden geheel door de staat opgekocht voor €16,8 mjd., want intussen wilde niemand meer zaken doen met Fortis, het vertrouwen in de bank was opgebrand - trouwens momenteel voor iedere bank geld en hét probleem is. ABN-AMRO/Fortis een een staatsbank geworden, terwijl het door de staat gegarandeerde kapitaal van spaarders voorlopig tot €100.000 is opgetrokken (in Amarika sinds 1933 $250.000 per rekening). Dit is misschien mede door het gebeuren met IJsland waarvan de staat voor een tak van een van haar banken die ook in Nederland opereerde, Icesave, niet de terugbetaalgarantie van spaartegoeden wilde invullen. Toen werd de Bosbank, ABN-AMRO/Fortis, een feit, onze eigen minister van financiën moest ingrijpen.
Wanneer deze banken weer op poten staan, weer het vertrouwen hebben van de consument, dan worden ze gewoon weer geprivatiseerd en aan de marktwerking overgegeven. De Nederlandse staat hoop op deze wijze haar geld weer terug te krijgen. In België heeft de overheid dezelfde maatregel genomen. Al met al is het droomscenario dat Fortis in gedachten had toen het ABN over wilde nemen op een welhaast onbegrijpelijke en zeker onvoorspelbare wijze geheel in rook opgegaan. De economen krabbelen zich nog achter de oren: dat dit gewoon maar kon en kan.

De grote les die eruit te leren valt, is: een publieke (spaar/systeem)bank mag nooit tevens als commerciële/handelsbank dienen. Een particulier moet vertrouwen in zijn bank hebben en houden, moet de zekerheid over zijn afgestane geld behouden, dat het opvraagbaar blijft - en waarde behoudt. En hoewel iedere verandering geen verbetering is, is het inmiddels wel duidelijk dat er van nu afaan wel anders met geld moet worden omgegaan.
Het lijkt er mede gelet op deze zaken op dat een volkomen ongeleide economie geen lange en gezonde levensduur beschoren is. Een vorm van staatsbemoeienis lijkt onontkoombaar. Bovendien, als je handel alleen uit geld bestaat kun je - is inmmiddels is gebleken - gauw uitgepraat zijn. Wanneer een bank daarnaast bijv. geen vastgoed heeft om te verkopen en zo aan geld te komen, vallen er snel klappen. De traditionele opzet van banken zal gewijzigd moeten worden, wil men in eerste instantie vrij kunnen handelen, zonder de staat in een toezichtspositie. Wereldwijd en Europees gaat men daarover onderhandelen.

Ook het crediet aan consumenten zal beter begeleid dienen te worden, met een scherpere toezichthouder die niet slechts financiële experts maar ook nuchter en verstandig denkende mensen. Want hier is het in feite door misgegaan (credit crunch). Commerciële, of handelsbanken, doen met geld wat een particulier nooit zou doen: zeer gevaarlijk beleggen, alsof er een oneindig crediet bestaat. En wanneer dat niet goed gaat, zodat publiek geld in opspraak komt, krijg je een financiële crisis zoals in 2007/2008, die jaren nog als een veenbrand steeds onverwachte en ernstiger problemen kan opleveren voor een onbepaalde tijd.

Tegen het einde van het eerste decennium in de 21e eeuw beheerst niet alleen de credietcrisis de economische markten. Het begint ook duidelijk te worden dat een tweede economisch gegeven, nl. de conjunctuur, over een hoogtepunt heen is en een neerwaartse tendens vertoont. De laatste zal vermoedelijk meer invloed op ons land hebben dan de eerste die relatief gezien in Nederland weinig slachtoffers heeft gemaakt. Nederland zal zich nog even schrap moeten zetten alvorens de economie weer gaat aantrekken. Deze twee tegenslagen zullen ons landje niet onberoerd laten, maar we kunnen iets hebben tegenwoordig.


    Beleggen in 2009
Wat het dit jaar gaat worden, ligt nog verborgen achte de coulisen. En al kennen we de naam van het stuk, de economie, de ontwikkelingen op het toneel zijn niet bekend, want ieder jaar is altijd een première. Dit jaar bestaat de euro 10 jaar (giraal, en 7 jaar in de praktijk). We vragen ons nu verbijsterd af wat we er vanaf gebracht zouden hebben met de oude gulden, hoewel die nog wel aan de mark gekoppeld was. Maar met de drachme en de lire bijv. zouden die landen onder de huidige omstandigheden een onleefbaar klimaat hebben ervaren. Mr. Greenspan dacht nog dat het de financiële ondergang van Europa zou worden, maar wij weten nu het tegenovergestelde. Niet Europa is failliet, maar kennelijk zijn eigen land. De lagerente-politiek van Greenspan heeft er immers o.m. toe geleid dat zijn burgers begin 2009 voor $10.000 miljard rood staan zonder onderpand.


    The New System
Zoals het dus financieel/economisch is gegaan t/m 2008 lijkt een gelopen race, en die is verloren. Dit jaar duidde het failliet van een tijdperk en er moet opnieuw gedacht worden en vermoedelijk ook heel anders. Er moet daarom een nieuw vooral financieel (bancair) systeem voor in de plaats komen. Maar een belangrijke vraag die in de toekomst gaat opduiken zal zijn: wie is er verantwoordelijk geweest voor deze crisis, naast wat de oorzaken zijn geweest. Met ander woorden: wie gaat er alsnog betalen voor de mondiaal geleden verliezen ($2000 mjd) ten gevolge van deze crisis - wanneer het weer beter gaat. Rusland wijst nu al naar de VS. Pure onschuld ligt immers niet ten grondslag aan deze crisis. Er is geblunderd en dat dient goed gemaakt te worden. Of dit de juiste zienswijze vertegenwoordigt, is wat anders. Maar het kan er op aan komen.

Wellicht moet worden begonnen met het opnieuw bekijken van de angelsaksische kultuur binnen het zakendoen. Vervolgens dient te worden bekeken of beurzen niet kunnen worden vervangen door een ander instituut dat minder (psychologische) invloed uitoefend op het economisch doen en laten in de wereld. De handelswereld heeft af en toe en misschien zelfs regelmatig geld nodig, maar dit via een bank of banken verkrijgen is minder opvallend dan via roerige beurzen die mensen, organisaties en zelfs hele economieën totaal in verlegenheid kunnen brengen. Is geld verdienen belangrijker dan brood op de plank brengen? Een faktor om rekening mee te houden. Zonder winst kan een bedrijf niet draaien, alleen al om bijv. het eigen kapitaal op pijl te houden en investeringen te kunnen terugbetalen. Het nieuwe systeem zal echter meer gericht moeten zijn op het in stand houden van arbeidsplaatsen nu en in de toekomst. Dan komt een hogere welvaart met een emmer vol goeds maar wat later, maar ze komt wel en zonder de brokken te maken die het gevolg zijn van het oude systeem dat een teil vol falen meebracht.
Een te tolerant toezicht is mede schuldig gebleken, waardoor geld te goedkoop werd. Moeten we voor het verkrijgen van meer stabiliteit toch weer een sterker plaatsje inruimen voor de positie van goud in de handelswereld? De Wereldbank en het IMF zullen van taak gaan veranderen, maar ook andere aangestelde toezichthouders en mede regeringen zullen scherper en stringenter moeten gaan toezien op de handel en wandel van alles wat met geld heeft te maken. Tevens is gebleken dat de overheid de financiële wereld gewoon niet aan zichzelf kan overlaten; een soort failliet van het kapitalisme.


* - *


authors labs staff

Hoewel nauwkeurigheid is betracht, kunnen aan deze publikatie geen rechten worden ontleend. Er wordt u een eductief uitgangspunt aangereikt.




Ned., sept. 2009   De Big Mac index

Er zitten ook nog wel aardigheden in de economie. Neem eens het volgende geval.
In een halve eeuw is het McDonald's (Corporation) concern uitgewaaierd over de hele aardbol. Via de meer dan 31.000 fastfood cafetaria's worden reeds in een dikke honderdentwintig landen Big Mac hamburgers aangeboden (collega Burger King heeft er 11.200 in 65 landen). Hoewel door velen verguisd is het vanaf 1940, en sinds 1967 de Big Mac werd geïntroduceerd, zakelijk het bedrijf een welhaast ongekend economisch succes gebleken. Maar ook taalkundig heeft het bedrijf invloed uitgeoefend. Vrijwel overal worden er te dikke McKids aangetroffen die dus aan de hamburgerziekte lijden. En de woorden hamburgereconomie en hamburgerbaan zijn beslist niet prijzend bedoeld, maar overgenomen uit het Engels dat ze als McJobs en McSlaves aanduidt. Om voor de hand liggende redenen zullen we ons verder beperken tot het volgende.

Ooit heeft iemand bij bedacht dat de universele verspreiding van de Big Mac over de aardbol misschien een economische wijsheid zou kunnen opleveren. Tussen haakjes, hetzelfde past men momenteel toe met de (Apple) iPod Nano en iPhone.

In ieder land heeft de Big Mac een eigen prijs en door de prijzen te vergelijken zouden we iets over de economie van dat land te weten kunnen komen, in het bijzonder over de waarde van het lokale geld. Dan zou men door een koopkrachtvergelijking (PPP: purchasing-power parity) kunnen ervaren of voor een euro - of een dollar - in ieder land hetzelfde gekocht kon worden. Er was dan eventueel vast te stellen of de valuta van het betreffende land wel de juiste (wisselkoers)waarde had. Kost een Big Mac in Europa $ 4,50,-- en in Amerika $ 3,50 dan is de waarde van een dollar 86 eurocent, ongeacht de officiële wisselkoers. Hoewel leuk gevonden, is het wel populair, geen echte standaard, maar wel een onderhoudend item geworden.

Om toch een inzicht te krijgen in de dagelijkse BM-werkelijkheid is er hieronder aan de hand van de huidige wisselkoersen een 'Big Mac index' gemaakt voor het eerste kwartaal van 2009. Er laat zich uit afleiden waar het levensonderhoud, aan de hand van een winkelmandje met slechts 1 dikke hamburger, goedkoper is dan in Nederland, of ook welke wisselkoers misschien over- of ondergewaardeerd is.
En een Big Mac in India is (natuurlijk) niet van rundvlees, zljl v zich zichbewilt moetzijn.

Big Mac global index
Euro zone
€ 3,--
€ 4,50
Ned. zone € 4,45
€ 3,--
€ 3,--
China
yuan 11
€ 1,42
Hongkong
Hk$ 12
€ 1,42
Egypte
pound 9,1
€ 1,15
Indonesië
rupia 16000
€ 1,24
Mexico
peso 29
€ 2,26
Z-Afrika
rand 15,5
€ 1,68
Japan
yen 280
€ 3,21
VS
US$ 3,22
€ 2,30
Brazilië
real 6,4
€ 3,39
Engeland
£ 2
€ 3,33
IJsland
kr 509
€ 5,78
Zwitserland
Zfr 5,75
€ 8,55




( 31-12-'08 == AEX slot 2008 is 245,94 )
23-01-'09
AEX 234,14 v   koersdoel 2009 is 295 (= CR2-index 119,95)
CR2-index   
(relatieve beursindices   --   slot 2008 is 100)
datum 23-01-'09
beurs AEX NMX AScX
  2009 in %-punten


95,20 v
73,19/71,09   173,80


96,55 v
244,98   -   13/07/'07

98,60 v
New York
23-01-'09
Dow Jones


92,02 v
€=$1,28v (1,57-27/06/08)

  Het laatste jaar was en moeilijke tijd voor de (particuliere) belegger. En zo zal het nog wel even blijven, dus zit stil. Wijk niet uit naar goud momenteel, want dat is (nog veel te) duur. Maar wat dan? De spaarrente is hoog wegens financiële krapte en doet nauwelijks onder voor 't rendement op de langere termijn. Tijd voor een deposito (van tegen de 6%! kort).
  Een prof  zegt hierover:
"Wie alleen geld over heeft en een lange beleggingshorizon hanteert, beleeft nu een prachtig aankoopmoment dat zich eens in de tien jaar voordoet." J. Potuijt, (IEX/VEB - 7/2/08)      Dit geldt gewoon nog steeds.


Dit is de CRedietCRisis-index (CR2-index) die is gestart op 1 januari 2009. Deze index houdt de belangrijkste Nederlandse beursindices - en New York - in het vizier en zal ons laten zien in welke mate deze nieuwe crisis zal worden overwonnen.
De verwachting is dat vanaf heden de AEX wel weer opwaarts zal gaan en dat zal door de CR2 omgezet in procentpunten worden gevolgd. U kunt dus, evenals bij de U-V-index, volgen of het beter gaat en in hoeverre, of juist minder. De verdenking is dat alle narigheid van de Amerikaanse nephypotheken nog niet helemaal uit de markt is. Als gevolg daarvan zullen, door de alsnog af te schrijven waarden, de koersen eerst nog wel eens een tijdje naar een nieuwe - en laatste - bodem gaan zoeken. M.a.w. de AEX zal nog wel enkele tientallen punten kunnen zakken, zeg dat de bodem zo op de 200 - 230 zal gaan liggen. Vervolgens komt het herstel, maar daarvoor heeft dit geen heel jaar meer ter beschikking. Het zal daarom in 2009 beperkt blijven en zo'n 50 tot 70 punten gaan bedragen. Dan komen we op een eindstand van de AEX op december 2009 tot een bedrag van rond de 295 punten maximaal - als er geen gekke dingen gebeuren, zoals een ander soort fophypothekengebeuren. Het zou richting 305 kunnen gaan wanneer we op dit moment anno 01-01-'09 de bodem van de AEX zaten, maar dat is nog engekende kennis. Omgerekend naar de CR2-index zal dat een slot van 116 (ev. 125) procentpunten betekenen.

 
  *   Beginjaren 21e eeuw begon WOWTR-labs (nu onderdeel van UNI-VERSUM.nl) een alternatieve index bij te houden van kleine fondsen, de NMAX beursindex waarin een klein aantal bedrijfjes als Antonov e.d waren opgenomen. Dit vond plaats tot Euronext zelf besloot een index van zeer kleine small caps op te zetten, de AScX die startte op 2 maart 2005 met oplopend tot nu (zoals de AEX) 25 fondsen. De AScX gaat dus logischerwijs van een andere 100%-datum uit. Als laatste is het NMAX aandeel Sopheon uit de AScX verdwenen.
De wereldeconomie draaide als een lier: hoogste notering DOW ooit: 14.000 op 19-07-'07
Met deze nog expanderende economie is het AEX onder de 449 advies is kopen, want ze stond ooit 701. Dit is natuurlijk geen tip voor kortetermijn -beleggers, wel voor degenen met enig geduld. Op de wat langere termijn wint de AEX immers toch altijd.

De rel. U-V.nl prognose voor 2007 werd gehaald, want in juli 2007 stond de AEX op 561,90. Maar toen; toen kwam de hypotheek- en credietcrisis uit Amerika overwaaien, en was het huilen geblazen. Tot onder de 500 ging het terug en voorzichtig kroop de AEX daarna weer richting 515 eind december 2007 (±4,2%) om in 2008 weer naar de 400 te duiken. Het zijn exorbitante marktomstandigheden met een booming conjunctuur, maar beurzen die beleggers voor schut zetten. Wat zou de index geweest zijn zonder de crisis van de waggelhypotheken? Er moet in 2008 veel goed gemaakt worden in het westen, maar beleggers blijven eigenlijk te veel naar de achterblijvende Amerikaanse economie kijken, hoewel die sterker blijkt dan menigeen vermoedt.
De wereldeconomie heeft, ondanks de enorme technologische en financiële kennis inmiddels, flink teleurgesteld. De conjunctuur, het gevoel van de ontwikkelde wereldburger over zijn kosten van levensonderhoud en ontspanning, is negatief geworden. De armoede in de ontwikkelingslanden neemt toe, ondanks enorme investeringen, en de vraag naar energie neemt meer toe dan men veronderstelde. De prijzen stijgen dus en de beurskoersen dalen.
De grondlegger van deze (wereld)crisis is Allen Greenspan, jarenlang de voorman van de US FED van wie ooit ieder woord waarde had. Althans, voor de Amerikanen, want die bleven maar consumeren en consumeren zonder over financiële middelen te beschikken, waarin de banken toen wel wilden voorzien. Totdat de bom barste en dat gegeven wist Greenspan (alleen niet wanneer), waarna hij aftrad. Maar de wereld zit met een groot economisch probleem, een wereldcrisis die we niet snel te boven komen en welke een bijna $ 1000 miljard (€ 670 miljard) reeds heeft doen verdampen en het is nog steeds niet over. Deze crisis heeft een spin off die alles wat tot nog toe gold voor altijd zal veranderen. Krijgen we te maken met een nieuwe economische orde met andere waarden?

De U-V-index geeft de relatieve waarde aan van de AEX t.o.v. de startdatum van de index: wat is nu de waarde van een mandje AEX-fondsen dat u toen kocht. Dit zal de langetermijnbelegger niet lekker zitten, maar het is reeds tien jaar zo. Deze index zegt derhalve niets over de waarden van de aandelen in de tussentijd, want door te handelen hebt u op momenten toch kunnen verdienen. En wie nu - ca. op de bodem van de indices - inkoopt, heeft na tien jaar een vermogen vergaart. Indien men tenminste gedurende dit tijdsbestek zo nodig op zijn handen kan blijven zitten, edoch wel alert blijft.


Voor de computer van morgen.


  Vreemde indices zoals
  de massa kan het beter   &   beursgorilla
  willen de andere aftroeven.



Klik op de pijl naar links < of naar rechts > voor meer aanbiedingen.



stellingen:

Economie dient erop gericht te zijn op duurzame wijze de welvaart te bevorderen. Ondernemingen zijn er om in werk te voorzien zodat iedereen het dagelijk brood kan verdienen, maar ze zijn er niet om managers of activistische beleggers snel rijkdom te doen vergaren.

Ondernemingen zijn er om werkgelegenheid te creëren, en niet om er op korte termijn financiëel alles uit een bedrijf te halen wat er in zit. Het eerste doel van een onderneming behoort werkgelegenheid te zijn en niet een maximale winst of hoogste notering ten koste van personeel.

Productie omwille van de productie is een groot gevaar voor de economie. Dat is niet realistisch meer, omdat het human intrest onderdrukt.
De financiële crisis van 2007-2008 en de daarop volgende genomen maatregelen vormen het treffendste bewijs.


   Hoe hij zich rijk denkt:      real time AEX      Plaats uw logo of kleine advertentie op deze pagina ...           naar boven

 
Meld uw bedrijfslogo of kleine annonce op deze pagina aan   naar aanmeld-formulier technical support       Copy-Copy
Leiden

kopiëer/printwerk/textiel
SHJOEK
advertentie pagina  
voor aparte en exclusieve producten PC-help thuis
071-301.60.78

advies
ultieme computer technologie


© 2006 - 2009
UNI-VERSUM.nl