|
't heden, een bedenkelijk houvast
nov. '08
een toontje lager mag
De onderstaande kolom kan eigenlijk niet geschreven worden. Situaties op financiëel/economisch terrein bieden immers over het algemeen geen enkel houvast voor de tijd daarop volgend. Er bestaat klaarblijkelijk niet een vastliggend causaal verband tussen de situatie van nu en die van momenten in de toekomst.
En houvast is in feite iets waar iedereen en alles naar op zoek is. Wie zekerheid zou kunnen aanbieden en verkopen als wezenlijk product is binnen voor de rest van zijn leven. Daar dit simpelweg een fictief product is, kunnen wel velen hun brood verdienen met het inschatten van toekomstige ontwikkelingen. In dit geval denken we specifiek aan economische specialisten die er geen been in zien u te vertellen hoe u het beste en snelste rijk kunt worden. Maar de problematiek, die als gevolg van de Amerikaanse hypotheekcrisis tot een diepe en zeer ingrijpende wereldwijde financiële crisis van ongekende grootte is uitgegroeid, bewijst het kopje hierboven.
Wie de toekomst kent, heeft de macht - en dat is wat enkelen in hun ivoren torens meenden te hebben: de macht om met goede financiële beslissingen te kunnen heersen en alle gevolgen van een complex en immens aantal beïnvloedende factoren te overzien. Want dit is wat de financiële markt karakteriseert, gevat in enkele woorden.
Echter, de gedachte macht is louter onmacht gebleken. Zij waren niet bij machte hun hebzucht in de hand te houden die werd aangewakkerd door de dubbelwandige en wanstaltige financiële beloningen en bonussen - hoewel ere wie ere toekomt - en de gevolgen ervan, door het korte termijn denken te practiseren. Dit had helaas niets meer met zakendoen te maken, in tegendeel. Want de invloed ervan op de langere termijn werd maar gewoon even vergeten, tot schade van ontelbaar velen en tot zelfs de financiële ondergang van complete natien - o.a. IJsland - toe. Deze feitelijke onmacht heeft wel zeer duidelijk aan het licht gebracht, dat het ingegroeide graaicultuurgedrag ertoe leidt dat men geneigd is de verantwoordelijkheden die aan macht zijn gebonden domweg van zich af kan werpen. En we kunnen er niet onderuit vast te stellen dat dit niet per abuis is geschied, want het waren niet direct domme mensen die op dergelijke hoge en belangrijke posities terecht waren gekomen. Daarom hadden we toch des te meer mogen verwachten dat er voldoende zekerheden in het systeem bleven ingebouwd.
Onmachtig de toekomst te kennen gekoppeld aan hebzucht en egoïstische zelfverrijking hebben de wereld in een nog niet eerder vertoonde rampspoed gedompeld. Het goed op de hoogte zijn van de momentele feiten blijkt derhalve een bedenkelijk houvast. De winst van vandaag biedt geen garantie voor de winst in de toekomst; deze ijzeren economische wet in de financiële sector is met voeten getreden door lieden die dit onwrikbare economische gegeven letterlijk ieder moment van de dag voor ogen hadden moeten hebben. De verantwoordelijke personen hebben als het ware arglistig tegen deze wet»« samengespannen en aldus doende hun eigen maatschappij ernstig gedupeerd en het zo belangrijke vertrouwen in deze sector zwaar verstoord en zelfs bijna dodelijk ondermijnd. Voorlopig zal de economie daarom vooreerst een toontje lager moeten zingen - wat aan de andere kant onze ecologie weer kans geeft op te veren.
- * -
|
Pensioen naar 67
Pensioenleeftijd vogelvrij.
De tendens is om zo vroeg mogelijk met pensioen te gaan. Als men tropische jaren had, ging men met z'n 49e reeds met pensioen als men al op de 16e in dienst was getreden. Velen gingen gewoon elders een nieuwe baan zoeken, want wereldreizen waren toen nog niet bij. Vandaag kan dat allemaal wel, waardoor velen toch voor hun 60e het werkende leven opgeven. Om diverse redenen wil men in dit land de pensioengerechtigde leeftijd (staatspensioen AOW, en meestal ook bij bedrijven) opkrikken van 65 naar 67 jaar, waarbij het lijkt dat het daarnaast opgebouwde pensioen meegaat in leeftijd.
Dit geeft nogal wat commotie zonder een beslissing tot nog toe. Maar waarom niet opschroeven naar 70 jaar? Als men gezond is, wil men dikwijls wel blijven werken en velen zijn op die leeftijd nog voldoende fit. Voor wie dit laatste niet geldt, of wie dat wil, die gaat gewoon met zijn 65e met pensioen. Wie kan en er zin in heeft, gaat met 70 jaar met pensioen. De laatste krijgt echter per jaar wel een 20% hoger pensioen, want gedurende een of meer van de laatste 5 jaar heeft de baas salaris betaald en was hij geen belasting voor de pensioenkas maar droeg wel bij en betaalde ook AOW-premie. Daarnaast hoeft de verplichte leeftijd om met AOW te gaan niet meer op papier te worden vastgelegd.
Afgezien van het bovenstaande zal het (te lage onleefbare) staatspensioen (AOW) wel aanzienlijk omhoog moeten en toegankelijk voor hen die het uiteindelijk nodig hebben. We moeten niet voorbijgaan aan de optie dat het uiteindelijk een 'anti-armoedeverzekering' is, in welke richting de AOW zich ook moet ontwikkelen. Een vangnet waarop een beroep kan worden gedaan indien nodig, doordat het inkomen door omstandigheden beneden een minimum inkomen is gekomen. Dit is juist omgaan met mensen en met geld, hetgeen bezuinigen acceptabeler maakt en vrijwel direct uitvoerbaar i.p.v. over tientallen jaren.
Goed zijn voor elkaar maakt iemand niet direct tot een socialist. Wel tot iemand die wil samenwerken.
|
|
|
Staatsinvesteringsfondsen
Is de ene dwarsligger zichzelf tegengekomen, komt de volgende boven drijven. Zijn hedgefunds hun oppermacht kwijt, komen eind 2007 begin 2008 de staatsfondsen zich als machtige (reddende) medespelers aandienen. Vooral de staatsfondsen - sovereign wealth funds - uit het oosten zijn op het podium geklommen. Geld moet ergens heen om niet te verkommeren. Met hun miljarden aan oliedollars hebben deze fondsen o.a. Amerikaanse banken geldinjecties verstrekt toen deze door de credietcrisis wankelend dreigden om te vallen. Met zo'n 13.000 miljard dollar aan reserves wereldwijd kunnen deze staatsfondsen vanuit o.m. het oosten een belangrijke rol gaan spelen in het westen. En daar is men wel huiverig voor. Want hoe zal dit in de toekomst gaan uitpakken?
Daarom wordt er overleg gepleegd om tot regels te komen voor deze tientallen instellingen. Staatsinvesteringsfondsen mogen wel meespelen, is soms misschien wel nodig, maar moeten niet worden afgeschrikt, hoewel niet te veel zeggenschap toebedeeld krijgen. Economische motieven gaan nu onder de loep en minderheidsbelangen en geen toegang tot of te veel invloed op het management hebben staat bovenaan.
* - *
|
|
Microkrediet
een waardige oplossing?
Wat men al niet bedacht heeft in de financiële wereld. Het rustige agrarische wereldbeeld is welhaast verdwenen en een zware economische werkelijkheid heeft zich aangediend. Hielpen mensen elkaar vroeger graag, nu raken of worden ze met schulden beladen. Zo lijkt het rijke westen de o.a. arme Afrikaan en bewoners van India nu in financiële neo-slavernij te brengen, want men gaat beleggen in de allerarmsten. Zeer komt op deze wijze het harde gelaat van de economie boven drijven, ondanks dat de bedenker een Nobelprijs heef gewonnen. Ontwikkelingshulp is nodig, om vele redenen, evenals indertijd de Marshallhulp aan Europa. Maar mensen - en nog wel de allerarmsten - geld lenen, goedbedoeld in de schuld helpen en vervolgens in een groot risico laten delen (door o.a. zeer hoge 20-40% rentevergoeding te eisen), zouden
we toch wel als een minderwaardige oplossing kunnen aanmerken - de grote creditcrisis van 2007/2008 is er een voorbeeld van. Het is gewoon niet netjes, noch etisch, maar inhumaan, want het biedt geen enkele sociaal aspect in de vorm van uitzicht op een rustig en waardig leven. Geef mensen een beginkapitaal, én begeleiding, want dat zou ons sieren.
Vooral door toedoen van traditionele geldschieters en woekeraars die ongelooflijk hoge renten eisten (25-120%!) naast onderpanden, begon microcrediet of microfinfnaciering wortel te schieten. Deze was nl. billijker dan de lokale geldmarkt, zodat microcrediet gebruikt wordt om tijdelijke de hoge rentes af te lossen. Vooral omdat crediet slechts aan collectieven werd verstrekt - India -, kwamen velen naast deze service te staan wanneer er iemand niet aan de verplichtingen kon voldoen. Inkomsten zijn dikwijls onregelmatiger dan de verplichtingen, vooral bij beginners.
En nu heeft ook de professionele markt zich op dit fenomeen gestort als mfi's - alsof het een normaal verschijnsel zou zijn. Zelfs registreren organisaties die microcrediet verstrekken zich aan als ondernemingen met winstoogmerk. Het worden gewoon banken voor wie klanten op een andere planeet wonen, terwijl deze instituten ook al weer tussen de 15% en 60% rente eisen in een markt van tegen de €80 miljard. Er wordt gesteld dat financieel rendement op zeer gespannen voet staat met sociaal rendement.
Een snel veranderen van deze micromale hulp is nodig, want ook Nederland gaat zo te horen lijden aan deze vorm van onderwerping. Naast de kleur rose zouden Nederlanders zich ook met dit fenomeen niet willen inlaten. Wereldbank, IMF, ECB, DNB, en gelijken, er stroomt en zwerft zoveel kapitaal (onnuttig geld) over de wereld, zet je tanden er in.
Zwerfkapitalen
Sinds enige tijd komen de termen zwerf-, durf- of junglekapitaal, private equity (beleggen buiten de beurs om, opkopers van bedrijven) en hedgefondsen (speculatieve beleggingsfondsen) steeds vaker voor in de landelijke bladen. De term activistische belegger, zoals ze ook bekend staan, is beladen geworden. Zelfs de minister is erbij geroepen in 2007 voor aangepaste wetgeving, want de Autoriteit Financiële Markten (AFM, dat t.g.v. beleggers o.m. financiële verslaggeving van bedrijven controleert) merkt op dat de wet niet zegt dat in Nederland actieve
hedgefondsen hun boeken open moeten doen inzake hun doen en laten. Deze termen veroorzaken onrust in de beleggingswereld en bij werknemers en managers. Dit soort "waaghals-kapitaal"- krachtigen duidt men aan als roofridders en (perverse) ruige sprinkhanen of aasgier-investeerders, want zo plukken deze opkoopfondsen bedrijven kaal (saneren), gaan er met de winst vandoor en laten alles achter voor wat ervan is geworden, tot aan zelfs sterfhuis constructies toe. Vooral private equity fondsen leven van de schulden van overgenomen bedrijven - HEMA, Van Gansewinkel & Ziggo, 8-'8). Maar aan de andere kant, stelt de minister, hedgefondsen kunnen een ingedut management wakker schudden en aansporen tot daadkracht. Toch worden hedgefondsen een probleem genoemd, want hun werkwijze gaat ten koste van het lange termijn belang van aandeelhouders en werknemers zoals gebruikelijk was in Nederland. De huidige voorzitter van de ECB zei reeds een mondiale oplossing voor dit probleem te willen. Tegen eind oktober kwam er weer het oude idee naar voren om strenger toezicht op de handelwijze van bepaalde strategie te houden bijv. middels een marktmeester. Intussen heeft tot '09 de credietcrisis hedgefunds wel zeer stevig bij de kragen gevat.
In september 2006 zal er in de Tweede Kamer over een nieuwe overnamewet worden gesproken. Deze beoogt dat beleggers die (6 of zelfs 3%) aandelen van een bedrijf hebben verworven worden verplicht een openbaar bod uit te brengen. Het schijnt dat Nederland achter loopt wat betreft wetgeving op het gebied van 'snel-groot-geld' en dat daar nu wat verandering in gaat komen. Er moet meer publieke verantwoording komen over door wie en hoeveel geld er belegd mag worden.
In augustus 2006 heeft men het na Stork op Ahold gemunt. Twee durf-kapitalisten, de hedgefondsen Centaurus (Capital Ltd) uit Londen en Paulson (& Co Inc) uit New York (met ING Wholesale Banking als adviseur), willen Ahold en Stork opkopen en de ondernemingen daarna in delen splitsen en de minder rendabele verkopen. Het aandeel zou daardoor meer waard worden, omdat zo de huidige onderwaardering van Nederlandse effekten in een hogere beursnotering zou uitmonden. In veel gevallen heeft men tevens op kosten kunnen besparen door bijv. personeel te ontslaan, waarbij de rest van het personeel evenveel, zo niet meer, moet presteren. Dit gebeurt binnen enkele jaren. Vervolgens worden de bedrijven snel verkocht en is er ook snel aan verdiend. Waar het hierbij ook om gaat is, wie is de baas in een bedrijf, wie bepaalt de koers, de aandeelhouders of de directie. Als die twee er niet uikomen, dan rest slechts nog de gang naar de rechter. Maar Centaurus en & Paulsen laten het er niet bij zitten. Zij blijven doordrammen en verklaren dat waar Ahold nu €7,75 doet dit na splitsing 11,20 en zelfs 12,40 kan worden, na verkoop van delen van het bedrijf en ontslag van medewerkers op veelal managementniveau. Ook ASMi lijkt dit lot beschoren en is bezig zich te verdedigen tegen de grote hedgekapitalist Mellon.
Maar Nederland ging in 2007 nog meer in de uitverkoop. Transatlantisch bedrijf NYSE/Euronext kwam tot stand, ABN/AMRO is opgekocht en opgedeeld, Stork kon er niet meer aan ontkomen na een felle strijd, VLM is door Air-France/KLM opgekocht, dat intussen naar Alitalia lonkt, de Postbank verdwijnt onder het ING-logo, Alex is door BinkBank overgenomen, en dit is nog maar het topje. Uiteindelijk heeft de crediecrisis in de loop van 2008 deze tendence flink afgeremd, zo zeer zelfs dat hedgefunds voor hun leven moeten vrezen. `
Er valt ook iets te zeggen over de manier van financieren door deze op snelle winst gefocuste lieden. Men koopt een - vaak niet zo goed draaiend - bedrijf op met 30% durfkapitaal en 70% bankgelden. Na in rap tempo het bedrijf tot bloei te hebben gebracht verkopen ze het voor 130%. Daarvan wordt de 70% van bank terugbetaald en de 30% durfkapitaal is in korte tijd 60% geworden en dus verdubbeld. En hierbij gaat het minstens om miljoenen! Over snel rendemend gesproken.
Ter bescherming tegen o.a. dergelijke wijze van handelen had de Staat der Nederlanden een gouden aandeel in KPN. De Staat had van deze onderneming 8% aandelen in handen met een vetorecht. Zij kon daardoor overname van deze beursgenoteerde onderneming (TNT & TPG) voorkomen via een minderheidsbelang in het bedrijf. Inmiddels heeft zij in 2005 dit gouden aandeel van de hand gedaan, mede omdat het als fenomeen niet onomstreden was. Maar hierdoor loopt KPN - attentie: we schrijven 2006 - (met Philips, Heineken, TomTom, ABN-Amro [!! 2007], e.d.) wel het gevaar binnenkort als oer-Hollandse bedrijf in buitenlandse handen over te gaan en uit het zicht te verdwijnen. Puur toeval besluit echter soms anders.
Naast deze mogelijkheid tot bescherming van een onderneming staan nog de volgende opties ter beschikking: prioriteitsaandelen, preferente aandelen, een piramidestruktuur en certificaten. Ca. een derde van de Ned. bedrijven heeft geen enkele beschermingvorm, terwijl zo'n 40% er ten minste een heeft.
Eind juli 2007 begint met m.b.t. het gouden aandeel van mening te veranderen. Er gebeuren dingen die de wenkbrouwen heel snel omhoog doen gaan. De 'strategische infrastruktuur' van Nederland loopt gevaar te verdwijnen. Het 'Gouden Aandeel' wordt weer bespreekbaar* en bescherming van bedrijven weer dagelijkse kost. Dit moet niet slechts een bewapening worden tegen hedgefunds, maar eveneens een bescherming bieden tegen overnames door Chinese, Russische en Indiase ondernemingen in deze opklimmende markten.
Hedgefunds kennen een achttiental criteria waaraan een bedrijf moet voldoen wil het aantrekkelijk zijn om er mee aan de gang te gaan. Dit zijn, volgens het onderzoek "Barbaren aan de poort" naast ondergewaardeerdheid bijv. ook winstgevendheid en beurswaarde, marktpositie, kwaliteit management en uiteraard de mogelijkheid om bij het behalen van een bepaald rendement er weer uit te kunnen stappen. Het nadeel is, dat zo'n waagkapitalist aan slechts één criterium voldoende heeft om zo'n bedrijf interessant te vinden. In Nederland is dat met een twintigtal - dus een op de vier - ondernemingen het geval. Deze potentie aan risicolopende ondernemingen hebben weliswaar voldoende kapitaal in huis, een onbenut groeipotentiëel, onsamenhangend pakket activiteiten (dus opsplitsen) en natuurlijk onvoldoende rendement. Het tegenmiddel van ondernemingen lijkt te zijn "een duidelijk strategie bepalen en die omgaand in praktijk brengen". Ook is er een balletje opgegooid om aandelen weer op naam te zetten. Lees ook de mening van de Rabobank*.
Wereldomvattend hebben ca. 612 hedgefunds in 2006 een kleine $400 mjd aan waaghalskapitaal ter beschikking. Individuele hedgefondsen hadden soms al een beschikbaar vermogen van $50 mjd, wat het mogelijk maakt ook grotere bedrijven, met een marktwaarde van ca. $50 mjd, zoals o.a. Dell, in de tang te nemen. De omvang en drijging van het hedgefund imperium wordt aardig omschreven in het artikel 'Zeeën van geld' . Maar anno eind 2007 kwamen de hedgefunds in de problemen omdat de kredietmarkt een grote krapte ging vertonen. Corrigeerde de markt zichzelf?
In de loop van 2008 bleek dat de Amerikaanse credietcrisis een nekslag was voor hedgefunds en private equity ondernemers. In Italië werd in oktober geopperd om hedgefunds wettelijk te verbieden, want zij hebben mede de credietcrisis gecreëerd. Er was inmiddels niet langer zo eenvoudig aan kapitaal te komen als tot nog toe en banken gingen zelfs hun uitstaande gelden innen, waaraan sommige funds niet konden voldoen en, evenals enkele banken, gewoon omvielen. Het grootste gevaar van die zijde lijkt derhalve te zijn geweken. Hoewel, hun opvolgers zijn in vol bedrijf: kapitaalkrachtige Arabische en Chinese staatsfondsen beginnen zich in het westen te roeren en zich in te kopen in bedrijven, hetgeen vooral t.a.v. de - bedoelingen van de - Arabische activiteiten nieuwe angsten inboezemt. Maar ja, toen uiteindelijk toch de grote Amerikaanse bank Lehman brs omviel in sept. '08, waren de rapen gaar en de credietcrisis een feit.
Wel weer aardig is te weten: de korting die u op uw belastingaangifte kunt opvoeren wegens uw directe belegging in durfkapitaal. Deze korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepaling in box 3.
|
|
De regering en onze ondernemingen
Hoe absurd het ook moge klinken: "Hebben onze regeringen visie getoond?" Zonder hier uitgebreid opin te gaan, kunnen we het echec van Fokkker in 1996 (dhr. Wijers, EZ) aanhalen·¨, en de jongstl¹eden onderga¼ng van de ABN/Amro in '08 (dhr. Bos, fin.). Financieën zijn belangrijk, maar het inschatten van een toekomstperspectief nog meer. Beide staatslieden hebben Nederland niet direct goed gedaan, hoe goed ook bedoeld, terwijl er gewoonweg ook niet werd geanticipeerd i.v.m. geheel nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de invloed van de credietcrisis in en na 2007.
|
|
Een strategie
Aandelenstrateeg Ad v. Tiggelen (ING) schrijft voor grote [ook de kleinere] particuliere beleggers op 11/09/07 in De Pers:
Investeer en kwart [van het vermogen] in langetermijngroei, ofwel opkomende markten en grondstoffenaandelen. De helft gaat in degelijke Europese aandelen met mooie dividentsrendementen en stabiele groei. Dat geeft je bijna 4% rendement en inflatieprotectie. De rest stee¦ k je in staatsobligaties voor tijdens recessies.
En Corn. v. Zeijl (SNS) meent:
"Ga met die miljoenen snel naar een goede bank"²i>
£Het is maar dat u het weet als u mµiljonair of iets minder bent.
Anno 2007 is het 'well done' en 'in' - en misschien ook hip - om als rijkaard je aan een goed doel te verbinden. Voorbeelden te over. Daarnaast wordt zakendoen ook meer in verband gebracht met het 'rein houden' van aan te kopen producten. Leveranciers (AH o.a.) willen ervoor garant kunnen staan dat bijv. telers en goedkope (kinder)arbeidskrachten en de door hun te leveren producten goed worden behandeld. Consumenten gaan daarop letten en niet alleen door te lezen op de verpakking, maar ook hoe bedrijven daaromtrent bekend staan en willen staan.
|
Welvaartsfonds
Rijkaards, want Nederland kent steeds meer (multi)miljonairs, -jardairs en goed winstgevende bedrijven, zouden een
overkoepelend fonds in het leven kunnen roepen. Dit kan dan tevens als 'goed doel' erkend worden, zonder dat het als hypocriet wordt betiteld. Bedoeld is het in het leven roepen van een nationaal privaat fonds waarvan de rendementen verdeeld worden als aanvullend inkomen aan de minima, over het algemeen de minimumloners. Dan kan elk die het breed heeft voor zich bepalen in hoeverre men zelfregulerend aan inkomensnivellering kan meewerken. Op deze wijze zouden er geen problemen en staatsbemoeienis meer zijn t.a.v. van bijv. enorme winsten, zeer hoge inkomens en enorm grote bonussen.
Het is een idee, maar wie pakt het op en neemt het mee, zodat hiermee de welvaart redelijker wordt verdeeld en 'de economie' er een weer wat gunstiger imago door opbouwt.
Aardgas
En wat denkt u van de archaïsche koppeling van onze gasprijs aan de olieprijs! Als Nederland die koppeling los laat, dan kan de consument - verdiend - weer wat breder leven.
Hoge hypoth.rente
Ondanks dat begin 2009 de staat diverse banken met miljarden euro's heeft gesteund gaan, wat wel de bedoeling was, de rente op hypotheken niet omlaag. De huizenmarkt en kopers profiteren derhalve ook niet van het staatsingrijpen dat veel belastinggeld heeft gekost. Bovendien is de rente die banken aan elkaar berekenen (euribor) ook nog eens heel laag. Hoe valt de hoge hypotheekrente nu uit te leggen, vraagt menigeen zich af.
Omdat banken driftig geld nodig hebben en dat door een vertrouwenscrisis en concurrentie op de markt moeilijk te krijg is, bieden zij spaarders in Nederland een hoge spaarrente. Als u bij een van die banken om een hypotheek komt, want u verwacht een lage hypotheekrente, dan komt de aap uit de mouw. De hypotheekrente staat nog steeds onverwacht vrij hoog, meestal hoger dan de spaarrente. Hierin zit 'm de kneep. Wanneer een bank u een goede rente op uw spaargeld vergoedt, kan zij u toch dat zelfde geld niet tegen een lagere hypotheekrente teruglenen, immers. Eerst zal de spaarrente omlaag moeten en daarna kan de hypothreekrente zakken, op zijn eenvoudigst gesteld.
|
|
|
Onrust bij beleggingspolissen
Heb ik er een?*
Het wordt steeds duidelijker: beleggingspolissen krijgen het zwaar te verduren. In de loop van 2006, 2007 en 2008 is langzamerhand boven komen drijven dat ca. de helft van beleggingspolissen uit de jaren '90 en daarna niet alleen te onduidelijk en niet transparant zijn, maar eigenlijk geen goede, of liever slechte koopwaar zijn gebleken. Het komt erop neer dat ze bijna geen rendement creëren, doordat de verborgen kosten de beleggingswinst gewoon flink afromen tot wel 1% of minder, waardoor de bank er goed, maar de polishouder er zeer slecht vanaf komt. Tot de AFM toe concludeerde dat de kosten voor de verzekerden enorm hoog zijn en de term 'woekerpolis' werd ingevoerd. Dan gaat het om een financiëel complex product aangeduid als 'beleggingsverzekering'. De verstrekkers, o.a. Aegon en Nationale Nederlanden zijn een beetje verbaasd over de ophef, omdat bij hen een betrekkelijk klein aantal klachten binnen is gekomen. Maar de advocaat die zich met dit probleem bezig is gaat houden en bij wie u zich kunt melden, o.a. via de webpagina hier*, heeft daarentegen wel tienduizenden klachten van verontruste polishouders op zijn kantoor binnen gekregen. Hij werkt in deze verdorven affaire samen met Ver. Eigen Huis, Consumentenbond, Ver. v. Eff.bezitters en Independer. Ook is er de stichting WoekerPolisClaim* (WPC) werd in het leven geroepen en is er een website voor opgezet. Ook de Vereniging Consument & Geldzaken* heeft zich er al mee bemoeid. En ten laatste hebben de Vereniging van Effektenbezitters (VEB) samen met Independer en Ver. Eigen Huis de handen ineen geslagen om deze wanboel aan te pakken via hun stichting Verliespolis*. Dit alles is inmiddels allemaal voldoende reden om zich over deze affaire toch wel drukker te gaan maken. Het geld voor de oude dag of om een hypotheek af te lossen komt er gewoon niet op de voorgestelde wijze, mede doordat mensen aantoonbaar onvolledig en onjuist zijn voorgelicht door niet-transparante inlichtingen. De beleggingsverzekeringen & beleggingshypotheken liggen nu onder zware druk. Sommige banken voelen de bui hangen en beginnen al zelf oplossingen aan gedupeerden voor te stellen. Het gaat echter om miljarden en dan gaat de knip maar moeilijk open.
De verborgen kosten blijken ongelooflijk hoog, terwijl velen daar geen begrip van hadden en hebben, en ze er door hun bank nooit expliciet op zijn gewezen. Banken hebben wettelijk wel die zorgplicht. Wat banken in rekening brengen als verborgen kosten* - onder direct naar - zijn afsluitprovisie voor de tussenpersoon, de gewone provisiekosten, (levens)verzekeringskosten, transactiekosten, poliskosten, bewaarloon, beheerloon, enz. Het komst erop neer dat polishouders vaak weinig en soms geen rendement maken, terwijl ze een flink inlegbedrag voor ¢de polis moesten betalen. Dit weining kan wel 1% zijn, terwijl alleen al de inflatie op 1,5 tot 2,5% staat. Dan boer je dus goed achteruit. En sparen levert altijd nog tussen 3,5% en 7% op, waarom dan een beleggingspolis adviseren. Het Verbond van Verzekeraars geeft intussen toe dat er een geloofwaardigheidscrisis is ontstaan. Banken en verzekeraars vliegen elkaar in de haren over de oorzaak van deze commotie. M.a.w., over e.e.a. is het laatste woord nog niet gesproken in dit land, want soms meer dan 40% van het het rendement aan kosten opeisen is stelen bij volle zon.
Zorgplicht
Woekerpolissen waren in feite reeds woekerpolissen voordat men de term woekerpolis had bedacht. De verstrekkers van de polissen hadden op voorhand de wet overtreden door het belang van de cliënt te vergeten en zich alleen op eigen winst te focussen, zodat aan de zorgplicht voorbij werd gezien. Totdat het allemaal uitkwam, want uiteindelijk komt alles uit. Immers de wet stelt: "..., waarbij hij naar beste vermogen met de belangen van de consument rekening houdt." Die °hij is de verstrekker (onderneming/bank), maar toen alles booming leek te gaan, werd deze wetsclosule maar gemakshalve genegeerd. Dit gaat die hij bovendien echter wel geld kosten, want men kan de wet niet zo maar opzij schuiven. Het belang van de consument moet nu achteraf in ere gehouden worden, zij het via de rechter.
En nu kom ik in aanvaring met een goede leraar van mij . Hij stelde onlangs in een column dat de verzekeringnemer ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Die treedt in werking met het tekenen van het contract. Maar daaraan voorafgaand gebeurt er natuurlijk nogal wat. De cliënt is in feite een ondeskundige op dit gebied, reden waarom hij naar een beleggingsdeskundige gaat van wie hij denkt dat hem het beste wordt voorgesteld - niet een product dat de tussenpersoon het beste uitkomt. De zorgplicht neemt de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt uiteindelijk grotendeelds weg. Het is wel zijn geld, maar de zorg en verantwoording voor wat ermee gebeurt, gaat naar de belegggingsdeskundige. Die moet dat terdege beseffen, anders knoopt de rechter hem op.
Groen, duurzaam & verantwoord beleggen
Grote koppen in de kranten tegenwoordig, allemaal over duurzaam en nu nog meer over groen beleggen. Steeds meer beleggers laten zich ook leiden door nieuwe waarden zoals sociale en ecologische aspecten. Steeds meer beleggers worden ecobewust, maar de maatschappij blijft dat maar tegenstaan. Vooral met groen is het als met ethisch beleggen, het is een welhaast feitelijke onmogelijkheid. Echter, het is wel een hype, tijdelijk, de waan van de dag - en dan zou je niet in moeten stappen eigenlijk. Want voor veel ondernemingen betekent het slechts het oppoetsen van het imago. U kunt er voorlopig aan meedoen, want er is iets in te verdienen. Edoch, meen niet dat u uw geweten ermee van een last kan bevrijden. Indien u alle aanbiedingen, onder welke naam dan ook, zou doorlichten en uitzoeken tot op de bodem, dan komt u altijd terecht bij het ter beschikking stellen van financiële middelen tegen een vergoeding ... in de vorm van rente. Het is allemaal als met spaarlampen, het klinkt leuk, maar in de praktijk en technisch ga je er gewoon niet mee op vooruit (onhandelbaar, kwikdampen) - het kan simpelweg niet waarmaken wat het belooft en led-licht moet zich nog bewijzen. Toch proberen beleggingsinstituten duurzame en groene fondsen op de markt te brengen die welhaast even goed of gelijkwaardig renderen als traditionele fondsen. Groene stroom is ook even duur geworden als grijze, waarbij sommigen kiezen voor het etiketje. Groene stroom tendeert echter om duurder te worden, want meer vraag laat de prijs stijgen.
Echter, zolang er bijv. in China jaarlijks door een toenemend aantal auto's meer CO2 wordt geproduceerd dan het Westen er met de illusie groen te doen er op kan bezuinigen, betaalt u daar een premie voor, de extra kosten om 'op te groenen'. Uw groene aandelen zullen daarom te duur blijken. Over duurzaam beleggen kan feitelijk hetzelfde worden gesteld. Maar ja, het korte termijn rendement trekt, nietwaar?!, is momenteel de realiteit. Aan de andere kant, het kan best mogelijk zijn dat de groene hype een trend wordt. Althans, wanneer ondernemers niet tijdig opmerken dat de natuurlijke omst¥andigheden op aarde veranderen en hun strategieën dus niet tijdig (groen) worden aangepast, dan kunnen ze qua zaken doen wel eens op hun neus kijken straks. De groene hype van vandaag moet uitcrystalliseren tot een commerciëel verantwoorde trend voor de toekomst. Het begin ervan is reeds waar te nemen.
Zonder cynisch te willen overkomen, echt groen is even onmogelijk als een halalhypotheek. Want halal sluit rente uit, of je het nu links om of rechts om draait, en hypotheek houdt rente in, het is een ander woord voor lening (op onderpand weliswaar) met rente als vergoeding (wat door halal in koop op afbetaling wordt gewijzigd met een enkelvoudige maandaflossing bijv. in de vorm van huur bij een halalhypotheek). Shariabankieren is onder de gegeven omstandigheden (in Nederland) financiëel technisch niet haalbaar (achterdeurtje: een deel uit de winst wordt uitgekeerd i.p.v. een rentevergoeding). Begin 2008 heeft Barclays een sharia-proof beleggingsproduct met dividendmogelijkheid gelanceerd in Nederland. Korangeleerden zien toe op het halal-gehalte van de bedrijven, wat lijkt op westerse ethische beleggingen. Maar ... juli 2008 verbood de Nederlandse regering de halal-hypotheek, wat mede verband hield met de Nederlandse hypotheekrenteafrek.
Het probleem ligt in het feit dat het islaamboek zegt dat er met geld geen geld verdiend mag worden. En rente is geld, verdiend door en met geld. Geld verdienen is dus niet verboden, maar niet met geld. Geleerden op dat gebied kunnen dit niet goed overbengen.
Toch heeft het Engelse overheid in juni 2008 een Islamitische obligatie (sukuk) uitgegeven om de rijken uit het Midden-Oosten te lokken. Omdat rente en speculatie tegen de Sharia in zijn, wordt het rendement op een andere wijze verkregen. De winst (of verlies) van de onderliggende ondernemingen en fondsen wordt deels (naar rato) uitgekeerd of gedeeld. Dit blijkt een oplossing te zijn, ¤maar het blijft
dansen om heet vuur, hoewel shariabankieren in de Arabische wereld het aardig doet en in Brittannië een bank vaak een shariadeskundig-medewerker in dienst heeft tegenwoordig.
Omdat volgens shariawetgeving tegenover iedere lening een bestaand product - activa - moet staan in de reële economie, heeft de creditcrisis dit type banken (ca. 300 met een beheerd vermogen van €375 mjd) niet getroffen en hebben overheden niet hoeven ingrijpen. Momenteel kijken veel westerse geldindustrieën met een nieuwe blik naar de kennelijke stevigheid van shariabankieren.
Winst via goedkope valuta
Als je niet bang bent spring je erin. De valutamarkt. Doe aan carry trade, een bijzonder risicovolle manier van beleggen. Koop geld en beleg het elders. Het is wat minder aantrekkelijk na de augustuscrisis van 2007. Leen geld in een goedkope valuta, in een markt die weinig of zelfs een superlage rente vraagt, zoals bijv. de Japanse yen. Beleg het vervolgens in een deel van de markt dat een hoge(re) rente biedt, zoals de $US of zelfs de Europese euro (€) en haal hiermede een goed rendement. Velen verdienen hier goed geld mee. Maar ja, van het ene op het andere moment kunnen de wisselkoersen (weinig of sterk) wijzigen, hetgeen je dikwijls niet ziet aankomen, en weg is je kapitaal. Het was snel kwaad geld geworden. Het is een typisch speeltje voor hedgefondsen,die het extreem goedkope yengeld (lage rente) kopen, en daarmee euro's en dollars, om daar bedrijven mee op te kopen, over welks we reeds het een en ander hebben gezegd.
Na midden 2009 lijkt de centrale munt voor carry trade, de yen, te worden opgevolgd door de dollar ($), die tegen lage rente is aan te kopen. Kennis en reactiesnelheid in deze business is vereist binnen deze vorm van handel.
Miljardenwinsten en u
Grote bedrijven maken dikwijls miljarden winsten. Maar wat zegt dat over uw aandeel in die winst? Het kan zijn dat de onderneming 100 miljoen aandelen heeft uitgegeven. Als er 30% dividend wordt uitgekeerd, is dat ca. €300 miljoen bij een winst van een miljard €'s. Delen we deze op elkaar, dan komt dat uit op €3 per aandeel. Wanneer u dat aandeel voor €30 hebt gekocht, is dat 10% winst. Maar dit is een ideaal geval. Het laat zien hoeveel aandelen men moet hebben om er iets mee te kunnen verdienen. Want als de rente op dat moment 7% zou bedragen, hebt u 3% meer gemaakt met uw geld in aandelen, zonder de grotere financiële zekerheid die sparen oplevert. Het is maar of u dat het risico waard vindt.
Uit dit voorbeeld kunnen we ook de belangrijke koers/winst - k/w - verhouding van een aandeel berekenen. We moeten dan de huidige koers van het aandeel delen door de 'voor dit jaar' verwachte winst per aandeel (reëler is misschien de gemiddelde winst van afgelopen paar jaren te nemen). In ons laatste geval is dat 30£/3 = 10. Onder winst verstaan de nettowinst van een onderneming gedeeld door het aantal aandelen met recht op winst. Omdat de gemiddelde k/w verhouding van de AEX fondsen onder de 20 ligt (gemidd. US aand. 16.5), hadden wij weer een zeer ideaal geval. Veel analisten, kunt u nu wel bedenken, zijn over het algemeen dus op zoek naar bedrijven met een zo laag mogelijke k/w verhouding. Van verlieslijdende bedrijven - zoals in 2007 Ford - is geen k/w te berekenen, maar MAN en BMW hebben een koopadvies van analisten gekregen. Kijk eens voor koop/verkoop/houd-adviezen op de www.analist.nl site. Het duurste aandeel per stuk in puur geld uitgedrukt is een Berkshire Hathaway ad $120.000 van Warren Buffet, terwijl het meest billijke aandeel een pennystock ad €/¥/£/$0.01 is. Maar voor de prijs van een aandeel moeten we toch wel naar de k/w toe om vast te stellen of een aandeel relatief goedkoop of juist duur is. Frappant is dat een aandeel Google op het moment ca. $560 doet.
Om een voorbeeld te noemen van het aantal aandelen dat een onderneming kan hebben uitstaan nemen we het Amerikaanse bedrijf Microsoft. Het heeft alles bij elkaar 1033 miljoen aandelen uitgegeven, ruim een miljard dus. Daar nu het aandeel in 2006 met $24,75 staat genoteerd op de beurs is de onderneming in totaal $26.066 miljoen ofwel ruim $26 miljard waard in dat jaar.
We kunnen concluderen dat in het algemeen rijkdom in effecten is ondergebracht; de pure waarde in geld ontstaat pas na verkoop van de aandelen. Als effectenbezitter bent u financiëel afhankelijk van het (eventueel) uitgedeelde dividend als uw deel van de winst. En als er van de miljardenwinsten geen dividend wordt uitgekeerd - maar de winst bijv. in de onderneming wordt gestopt, of als stockdividend - bent u nog iets rijker op papier, want dan stijgt vaak de koers van het aandeel.
|
De beursindex in India
De grote investeringen van buitenlandse bedrijven en een sterke groei van de Indiase economie hebben de Bombay Stock Exchange sinds eind april vorig jaar (2005) aan een ongeëvenaarde opmars geholpen. Op dat moment noteerde de hoofdindex Sensex* ruim 6000 punten. Negen maanden later is daar meer dan 60 procent bijgekomen. Sinds 1990 zijn de Indiase aandelen met een factor 10 gestegen.
Op de aandelenbeurs in Bombay is de Indiase BSE Sensex-index maandag 7 februari 2006 voor het eerst boven de 10.000 punten gestegen. De index die dertig aandelen omvat sloot uiteindelijk op 9980 punten. Eind augustus 2006 liep de index op tot 11.699 punten. Deze geven de waarde van de BSE Sensex-index aan in de Indiase munteenheid rupi (INR) die naar euro's omgerekend slechts 0,017 cents vertegenwoordigt. Einde '06 heeft deze index in 's dus een koerswaarde van 196.
En het kan niet op, want op 5 dec. 2006 bereikte deze index een nieuw hoogtepunt van 14.000 punten en 14.400 lijkt in het verschiet te liggen. In dit jaar steeg de index met een ongelooflijke 48%. Maar op dit moment anno oktober 2007 noteerde de Sensex voor het eerst ooit de 20.000 punten grens, waardoor deze tot een tegen de magische hoogte van omgerekend bijna 400 is aangelopen.
De Indiase economie is de afgelopen drie jaar steeds met meer dan zeven procent gegroeid. De Indiase regering voorspelt dat, volgens eigen prognoses, over vier tot vijf jaar met een jaarlijkse economische groei tot 10 procent rekening gehouden moet worden. Het land met zijn circa 1,02 miljard inwoners geldt na China - en ver voor Brazilië - als de belangrijkste groeimarkt van Azië.
|
De beursindex in China
In tegenstelling tot India heeft China geen Engelse achtergrond. Het is een heel andere wereld met 1,3 miljard inwoners. Dat is merkbaar aan de informatie die de Chinese beurs verstrekt. En een grote drempel is natuurlijk het andere schrift. U logt niet even zo maar in op een Chinese pagina. Maar in het Engels is er al wel aardig wat te vinden. Nederlandse banken hebben welhaast allemaal beleggingsfondsen met China (en Japan en Azië gerelateerde beursindexen. Enig vertrouwen is er dus wel in de Chinese markt, maar velen zullen zich toch wel wat ongemakkelijk voelen als hen wordt gesuggereerd in China te beleggen. Maar professionele beleggers en instituten hebben het op zich genomen de beurzen in de snelst groeiende economie te wereld in hun portefeuilles op te nemen.
De voornaamste beursindex in China is de Shanghai Composite Index beurskoers-index, de SSE. In deze SSE* zijn de koersen van de 50 belangrijkste industrieën van China opgenomen.
De koers van deze beurs staat eind augustus 2006 op ca. 1048 punten, maar is loop november reeds met weer 74% opgelopen tot 2017, wat 100% boven het laagste punt was in 2005, maar nog onder de 2017 (gevallen van 2242) punten van 2001.
De Chinese munteenheid yuan (CNY) is momenteel ca. € 0,10 waard, zodat de SSE-index naar euro's omgerekend in augustus op een beurskoers van 105 komt. Ogenschijnlijk lijkt dit te kennen te geven, dat er nog een enorme groei in beurswaarden kan plaats vinden. Met een economische groei van ruim 10% per jaar in 2005 en 2006 wordt China welhaast een economische grootmacht. Er moet daar kennelijk nog veel zijn te verdienen voor een belegger. Men moet alleen kunnen overzien welke risico's daaraan verbonden zijn, ofwel de Chinese markt goed leren kennen, zodat ook de sociale stabiliteit e.d. kan worden ingeschat.
In okt. 2006 vond de grootste aandelenemissie ooit plaats. China's Ind. and Comm. Bank of China (ICBC) haalde bij haar beursgang €17,3 mjd binnen (zag was overtekend). De Chinezen geloven in hun eigen economie.
Men verwacht dat t.z.t. de omvang van de Chinese economie die van Amerika zal gaan overvleugelen. Dit houdt in dat deze economie van invloed gaat zijn op de wereldeconomie. Een zich stabiel ontwikkelende Chinese markt zal dus een evenwichtiger globale economie helpen bewerkstelligen.
Maar voorlopig moet er in China nog wel wat veranderen waaronder een betere positie op de Chinese beurs verkrijgen.
Om deze reden wijken veel bedrijven voor een beursnotering uit de naar de veiliger geachte Hang Seng graadmeter in Hong Kong. Deze is stabieler en heeft meer westers vertrouwen gekregen, want men wil de welvaart in China toch ook weer niet bagatelliseren. De economie is er echter nog niet voldoende uitontwikkeld en gestroomlijnd genoeg, zodat er te grote beursschommelingen op de Chinese markt voorkomen. De Chinese regering werkt er wel aan.
|
|
De beursindex in Brazilië
Naast China en India is Brazili려e derde economische groei- of opkomende markt van het ogenblijk, een z.g. Zuid-Amerikaanse tijger. Heel onopgemerkt is het land een flinke rol gaan spelen op handelsgebied en voor de belegger is er iets te doen. In tegenstelling tot Venezuela, dat door olie enige welvaart kent, heeft Brazilëie de beschikking over deze natuurlijke bron van inkomen. Veel auto's rijden er op de op suiker gebaseerde ethanol, een uit gewassen bereide brandstof. Dit door de regering gestimuleerde project is hetgeen de economie ook minder afhankelijk maakt van dure olieinvoer.
De beurs waarop de meest verhandelde aandelen van eigenaar verwisselen is de iBovespa (index Bovespa, SaolPaulo or Brazil's Stock Exchange, BOlsa de Valores dE Sao PAulo), de Bovespa Index in SAo Paulo, die is opgebouwd als een portefeuille met de (50) meest verhandelde Braziliaanse aandelen die aan een deelnamecriterium voor de Bovespa voldoen. Het is tevens de grootste aandelenbeurs van Latijns-Amerika, en heeft een van de grootste future-beurzen ter wereld. In januari 2008 stond de Ibovespa of Bovespa Index op rond de 61.000. Het omrekenen van de Bovespa Index naar een Europese norm is nogal ingewikkeld door de opzet van deze beurs. Maar het zou neer kunnen komen op 230-250 punten, zodat er nog wel wat groei in deze index moet zitten. Zelf suggereert men in Brazilië dat de beurs in 2008 toch minimaal tot boven de 100.000 gaat oplopen*.
Een aardig initiatief van Bovespa is haar milieuvriendelijke beurs met goededoelen behartiging, de BVS&A. Voor degenen die aan deze huidige hype mee willen doen is dat eens om te snuffelen.
Omdat Brazilië een erkende groeimarkt is, zou men er goed aan doen ook deze aandelenmarkt te volgen, maar met dezelfde ogen als men China en India volgt. Deze markten groeien weliswaar als kool, maar hebben in feite nog geen bewezen geschiedenis van bestaanszekerheid opgebouwd. Er heerst nog geen westerse stijl van denken en handelen in de vorm van good corporate governance, die ons zo vertrouwd is. Er is veel te verdienen, maar de risico's liggen derhalve ook op een veel hoger niveau. Het is niet goed deze markt links te laten liggen, maar men moet er wel continu bovenop blijven zitten.
|
|
De Japanse beurs
Na de tweede wereldoorlog hebben de Amerikanen een grote vinger aan de pols gehouden bij de Japanners. Dat is mogelijk mede een reden geweest dat de Japanse economie zich zo snel weer heeft kunnen ontwikkelen. Vooral in vergelijking met de rest van Azië. In de aanloop naar de verovering van Azië´s na WO II had Japan zich in technisch opzicht al meer ontwikkeld dan zijn buren, maar met de economie moest het toch weer van voor afaan beginnen. Eerst begon de industrie met namaak artikelen, maar meer en meer kwamen er eigen ontwikkelingen aan. Ten slotte heeft Japan zich ontwikkeld tot de tweede grootste en rijkste economie ter wereld en telt ook mee bij de stemmingen op de beurzen.
De toonaangevende beurs in Japan is de Nikkei-index van de effectenbeurs in Tokio. Daarin heeft men de koersen van de 225 belangrijkste industriën van het land opgenomen en aan de hand waarvan de Nikkei-index* wordt vastgesteld. Op 1 sept. 2006 stond deze index op 16.134 punten, wat het dubbele is van die van vier jaar geleden. En er zit nog veel klim in deze index, want in '89 had de beurs zelfs de recordhoogte van ca. 38000 bereikt. De Japanse economie moet dus nog flink wat op kunnen opkrabbelen.
Wanneer we de huidige koers van de Nikkei bekijken en deze omzetten naar € 's dan komen we uit op 119,5 bij een waarde van de yen (JPY) van € 0,00666 (€ 1 = 150 JPY) en 119,65 yen voor een europ. Ook wat deze wijze van benaderen betreft kan de Nikkei inderdaad nog veel groei vertonen. De waarde van de Nikkei in € 's kan enigszins gecorrigeerd worden als deze alleen tot 25 belangrijkste Japanse industrieën zou worden beperkt. Voor beleggers is het gewoon nodig de Japanse marktontwikkeling goed te volgen.
Maar de laaste 10 jaar - met een staatrente van 0% - is de economie stil blijven staan. De economie was voor 90% afhankelijk vande export en dei zakte langzaam in. Vooral nu de credietcrisis de zaak alleen maar veregert, waardoor we ook in Japan de voedelbanken en daklozen enorm zien toenemen - het op een na rijkse land te wereld ruikt de armoe oprukken. De kortlopende contracten spelen vooral de ouderen op dit moment parten.
|
|
Beursklimaat in Afrika
Speelt dit verloren continent anno 2006 nog een rol in de economie, zou de vraag kunnen luiden. Maar ja, er zijn mensen die overal wel (exotische) kansen zien en zij laten daarbij Afrika niet buiten beschouwing. U kunt er beleggen, aandelen kopen. Er vindt enige vorm van democratisering plaats en dat is weer een stabiele bodem voor handelsactiviteiten en enig vertrouwen om te investeren. En met investeren komt er weer wat groei, zodat er optimisme ontstaat en dat is weer goed voor het beleggerssentiment dat altijd zo'n cruciale rol speelt.
Men stelt dat de marktkapitalisatie voor Afrika even groot is als die van Rusland, en zelfs India of China. Ergo, er zou gewoon belegd moeten kunnen worden, alleen het land wekte geen vertrouwen en er was in Nederland geen beleggingsfonds bekend. Inmiddels wel omdat
SNS Fundcouch het Zweedse EQ Afrika-fonds* in het programma heeft opgenomen. De koers in dec. 2006 is SEK9,48 wat op ongeveer €1,05 neerkomt. Wanneer u op de link klikt, komt er een grote hoeveelheid informatie over het fonds maar ook over de mogelijkheden in Afrika te voorschijn. Dit fonds is vooral geschikt voor een langetermijnoptie.
Dat er in de loop van 2007 veel door China in Afrika* wordt gepompt en er rendement valt te behalen* al zijn de volumes laag, blijkt uit deze twee artikelen.
|
|
De Amerikaanse economie
De kooplust van de Amerikaanse burgers drukt zwaar op het internationaal economisch gebeuren en dus ook op de beursindexen wereldwijd. Consumentenbestedingen zijn de motor van de Amerikaanse economie, maar wereldwijd worden de cijfers erover met argusogen bekeken. De Amerikaanse economie is de grootste en kooplustigste ter wereld en de US-dollar (US$) een wereldwijd geaccepteerd betaalmiddel (de US-regering wil het dollarbiljet vervangen door een dollarmunt i.v.m. de hoge vervangingskosten van papiergeld). De laatse tijd is de waarde van de dollar echter flink gedaald door bezorgdheid over de economie en het voortdurende tekort op de handelsbalans. Een Amerikaan is een grotere besteder dan bijv. een Europeaan. Voornamelijk komt dit niet alleen omdat zij dit gewend zijn, maar zij kopen anders, meer 'op de pof'. Hierdoor wordt een grote schuld gecreëerd (eind 2006 meende kredietbeoordelaar Moody's dat de Nederlandse hypotheekschuld een last is voor de groei van de economie. Mag zijn, maar een hypotheek is daarentegen geen Amerikanistische op-de-pof-schuld). Vooral de sector groei huizenmarkt in dat land ligt gevoelig voor het beurssentiment. Het gaat eigenlijk niet meer om koopkracht, maar om kooplust. Zo gauw de kooplust van de Amerikaanse burgers gaat tanen, gaat de betreffende index omlaag en alle beurzen trekken zich daar iets van aan. En wanneer het aantal nieuw gecreëerde banen toeneemt of het aantal aanvragen voor een werkeloosheidsuitkering daalt, veert de Amerikaanse beurs op en met deze alle belangrijke beurzen in de wereld.
De belangrijkste beurs ter wereld is de Dow Jones Industrial Average als hoofdbeurs op de New York Stock Exchange (NYSE), ook wel aangeduid als het Big Board. Om deze reden wordt New York (the Big Apple) ook wel de hoofdstad van de wereld genoemd. Op 26 september 2006 bestond de beurs 110 jaar en diende al die jaren als een pilaar in de Amerikaanse economie. De Dow geldt als belangrijkste leidende graadmeter en indicator voor alle beurzen in en de welvaart van de wereld. Op 28 september 2006 staat de Dow even op een historisch hoogte van 11.724 punten, een all time high sinds 2006. Dus ver boven de 10.000 en dat is een goed teken. Begin oktober was deze index zelfs hoger dan juist voor het moment van de internethype. Maar in de loop van midden 2007 bereikte de DJ het absolute record van 14.000 punten. En Amerika doet haar best ook dit weer te breken in de nabije toekomst.
De Dow Jones-index is gebaseerd op het reilen en zeilen van de 30 grootste Amerikaanse ondernemingen. De hoogst genoteerde is IBM ($ 82 - jaaromzet $ 100 miljard) en de laagste Intel ($ 19). De gemiddelde koerswaarde van de bedrijven is $ 48, wat overeenkomt met € 60,75 (voor de Nederlandse AEX-fondsen komt dit op € 23,70). Omdat de Dow Jones-index niet in dollars maar in punten noteert, wordt een vergelijking met andere beurzen daarom wel enigszins problematisch. De waarden van de 30 fondsen in de DOW krijgen samen koud opgeteld, daarna gedeeld door e.o.a. zwevend getal - was 1, maar nu 0,1323... om deelnemerverandering en koersveranderingen op te vangen, een gewogen som toegekend voor de marktkapitalisatie van de index* die wij nu populair de Dow Jones van de NYSE noemen. Een beetje speculatief en manipulatief trekje is deze index niet vreemd, maar maakt hem desalniettemin wereldbepalend (met een gem. aandel.koers v. 52). Een omzetting naar AEX-waarde zou op 04-09-09 heel wellicht een waarde van 315 opleveren, waar de AEX ook tendeert heen te gaan, een beetje brutaal opgemerkt.
De Amerikaanse economie draait voor een groot deel op geleend geld, zij leent $3 miljard per dag van de rest van de wereld. En zo lang Europa, Japan en China (door het kopen van staatsobligaties de Amerikaanse economie draaiend houdt ) geld blijven lenen is er niets aan de hand. De euro en de yen worden duurder voor de Amerikaan, en men wil ook dat China de yuan opwaardeert, omdat de regering deze kunstmatig te laag houdt. En dat is niet vreemd, want een goedkope munt is export bevorderend. En export maakt nu eenmaal deel van de economie uit en is goed voor werk en vreemde valuta.
Maar wat nu wanneer credietverstrekkers - Japan, China, Europa - hun geld weer gaan opeisen of geen crediet meer verstrekken aan de overconsumerende Amerikaan? Want geleend geld moet eens terugbetaald worden - (dit was 2006; eind sept.2007 zegt Dominic Rossi directeur van groot beleggings-fondsbeheerder Threadneedle: "We hebben ons altijd afgevraagd wat er ging gebeuren als de rest van de wereld de tekorten in de VS niet meer wilde financieren. Dat is precies wat er nu aan de hand is.)* -. En dat is er dus niet. Dit betekent geld bijdrukken en de dollar daalt in waarde. Meer geld in circulatie houdt inflatie in, zodat alles (veel) duurder wordt. Dat zal een zware tol van deze economie eisen vanaf de eerste tekenen van dit proces. En door de invloed van de Amerikaanse economie op de rest van de wereld zal dit globale gevolgen teweegbrengen. Dit was nog steeds 2006. Geruststellend lijkt het er intussen wel op dat anno 2009 andere economieën (voorlopig) nog steeds bereid zijn de toenemende schulden van de Amerikanen te blijven financieren, althans, Amerika weet zijn financiën nog steeds zo op orde te houden dat de schuldeisers hun geld niet gaan terugvragen. Daarna zou het dan ook afgelopen zijn met de dollar als wereldmunt. Wel gaan er stemmen op om een nieuwe wereldmunt te introduceren, wat kan inhouden dat de dollar een flinke deuk aan de crisis heeft overgehouden.
In augustus 2007 is men zichzelf inderdaad tegengekomen. Weliswaar geen mondiale crisis, maar wel een financiële kredietcrisis die flink om zich heen greep in de wereld, terwijl toch maar een deel van de Amerikaanse economie, de subprime loans, de hypotheekmarkt voor niet zo kredietwaardige huizenkopers, direct in moeilijkheden was geraakt. Maar ja, het Amerikaanse dagelijkse op-krediet-leven leven, de wortel van en angel in dit systeem, kreeg een gevoelige klap in zijn geheel, want geld werd ineens duurder en moeilijker verkrijgbaar. Het risico dat banken door het goedkope lenen namen was echter wereldwijd gedeeld, zodat het een globaal issue werd dat toch wel enige vorm van een crisis in zich meedroeg gezien de nogal roodkleurende koersen van de meeste hoofdindices.
In augustus 2007 kreeg de US huizenmarkt dus inderdaad de verwachte rake klappen. De hypotheekrente steeg voor velen (van 4% naar 8%) en de huizenprijzen daalden. Veel vooral de minder kredietwaardige subprime-hypotheeknemers konden het oplopende maandelijkse rentebedrag niet meer opbrengen en de huizenmarkt stortte kompleet in. Overal verschenen bordjes te koop en Amerika was in paniek - en daarna ook Europa - want de kredietmarkt ging op slot en daar leeft die economie eigenlijk van. Enkele banken vielen om en ook zakelijk krediet werd niet alleen duurder maar vooral ook schaarser. In dien mate dat de Amerikaanse centrale bank met miljarden goedkoper geld (tegen minder rente) in de economie moest leggen om het credietwezen in stand te houden (waarop ook de Centrale Europese Bank dit voorbeeld volgde). Eind augustus zag ook de US overheid dat er iets moest gebeuren, zodat de president zelf meedeelde dat de in economische knechtschap terecht gekomen Amerikaanse huizenbezitters en a.s. faillietverklaarden - ook ruim een miljoen per jaar - geholpen zullen worden om met de banken tot een herschikking van de schulden (mogelijk met staatssubsidie, maar dit is Amerika, dus niet) te komen. En dit gaf de economie weer even lucht, wat zich ook wereldwijd liet voelen. En toen de FED de rente met zelfs een half % omlaag bracht in de loop van september stegen de beurzen weer flink.
Dus toch. Tegen haar eigen natuur in heeft Amerika staatsinvloed op de economie gepleegd door haar overheidsinterventie in de economie. Dit maakt duidelijk dat de US regering de ernst van deze crisis heeft ingezien en tot de conclusie kwam dat staatbemoeienis gewoon onontkoombaar was om de wereld in toom te houden. En in oktober 2008 werd de rente weer met 50 procentpunten verlaagd tot 1,50% zoals ook veel staten in Europa dat deden, maar daar naar 3,5%. E.e.a. om de economie weer een peppil te geven.
Maar het lijkt erop dat de economie thans niet meer te besturen is; ze gaat haar eigen gang. En op dit moment lijkt alles mis te gaan en is iedere beslissing een misser. Miljarden worden geïnvesteerd door de staat, maar het lijkt niet te lukken. Wereldwijd is er een groot wantrouwen in de economie en vooral in de financiële markten. Niemand leent meer geld aan iemand en ook de banken niet meer aan elkaar. Toch is dat nodig, want investeringen dragen de economie en investeren is geld lenen, van wie en aan wie dan ook. Een onderneming kan niet meer sparen tot het geld genoeg heeft om te beginnen. Zelfs een tandarts begint met een lening om zijn praktijk in te richten, wanneer hij start. En in de loop der jaren lost hij dat vervolgens af. Zo gaat het ook met bedrijven, en hoe groter ze worden, des te meer (geleend) geld hebben ze nodig om te kunnen groeien. Het is in feite de omgekeerde wereld, maar wel waar.
De nieuwe Amerikaanse president heeft nu in 2009 onAmerikaanse staatssubsidies toegezegd om vooral banken en automotives overeind te kunnen houden. Daarnaast gaat orthodox investeren in de infrastructuur van het land een flinke rol spelen. Hoewel hij iedereen op hart drukt dat dit de burger voorlopig geld gaat kosten; maar die lopen immers voor de baat uit.
- * -
Beleggen in 2008
Het voorspellen van de toekomst is een schier ondoenlijke zaak. En beleggen is dat eigenlijk een beetje boel, want de huidige koers van een aandeel vertegenwoordigt de verwachting in de toekomst. De koers van een aandeel is afhankelijk van een welhaast onoverzichtelijk aantal factoren. Alleen de dollar en de olie spelen reeds een rol van enorme importantie. De kooplust van het publiek, oorlogen, rellen en een epidemie, introducties van nieuwe technologieën artikelen, de hoogte van de rente, koersontwikkeling op andere beurzen, hedgefondsen, fusies en overnames, economische groei (EU 2% en VS 2,4%), politieke instabiliteit, ze hebben allemaal een cruciale invloed en zijn van te voren nauwelijks te weten. En dit is nog maar een beperkt deel van het aantal faktoren die koersen kunnen beïnvloedeen.
In 2006 is de koers van de AEX dit jaar met 13% (Midkap zelfs 30%) toegenomen van 436 tot 497 punten eind december, zodat ze al hikkend einde jaars· net onder de 500 punten bleef hangen, terwijl op 2 jan. 2007 ook nog deze 500-grens werd genomen. In 2006 werd er bovendien 0,11% meer dividend uitbetaald dan de hoogste rente op een (internet)spaarrekening (3,6%). Het uiteindelijke koersdoel op langere termijn is een reeds eerder behaalde stand van ca. 700. Wat kan het koersdoel voor 2007 van de AEX zijn? In 2006 heeft de economie meegezeten, maar dezelfde groei zal in 2007 misschien niet kunnen worden vastgehouden, maar wel op niveau kunnen blijven. Houden we het opnieuw op een groei van 13% (sommigen houden het op 10% vanwege een enigszins afzwakkende trendmatige groei), dan moet eind 2007 de AEX op 561 uitkomen, wat een 20 tot 30 punten boven de verwachting van de meeste instituten, analisten en goeroes is en dat de hoogste koers van deze eeuw was van de AEX in 2002 (het lijkt momenteel niet realistisch de 570 aan te houden die alternatieve goeroes opperen). Hoewel, er is een beleggingsinstituut dat wel op 560 punten uitkomt en dat ook voor 2006 al hoog had ingezet, maar net niet zo hoog als de AEX in werkelijkheid is geklommen. Omdat dit kenmerk, het koersdoel van de AEX, een belangrijk gegeven vertegenwoordigt om aan- en verkopen te kunnen verantwoorden, is dit een belangrijk punt van aandacht.
In feite is de stemming, het beleggingssentiment, voor 2007 zeer gunstig, van positief tot optimistisch toe. Dit geldt vooral wat betreft het beleggen in aandelen. Met gunstige economische ontwikkelingen en verhoogde winstgevendheid van ondernemingen, meent men dat de koersen omhoog zullen gaan en de inkomsten van de burger aardig zullen toenemen, waardoor er flink veel geld naar de aandelenmarkt kan toestromen, zodat de vragende omzethandel de koersen omhoog zal stuwen. Dit gelinkt aan de verwachting dat de olieprijs redelijk redelijk stabiel zal blijven en de weliswaar stijgende renten het over het algemeen aan de lage kant zullen houden, waarbij de Amerikaanse huizenmarkt niet mag instorten, en sparen dus niet zoveel zal opbrengen, maakt het beleggen in aandelen zeer aantrekkelijk.
Het is maar weinigen gegeven met een eigen portefeuille de AEX te verslaan. Bijna honderd procent van de professionele en particuliere beleggers doen het minder dan de AEX. Als we daarom verwachten dat de AEX het in 2007 goed gaat doen, dan zou het niet eens onverstandig kunnen zijn de AEX na te doen. Hierbij kunnen we denken aan (zo strikt mogelijke) passieve AEX-volgers als trackers e.d., aantrekkelijk door de lage beheerkosten, doorzichtigheid, en die andere kosten (bij losse aankoop van ieder fonds in de AEX) kan mijden. Van welke omvang dat bepaalt uw vermogen omdat u zo veel u wilt in een tracker kunt stoppen, maar naar inhoudt is de AEX de koersvormer. Een tracker kan ook dividend opleveren.
Voor wat betreft het buitenland blijft het oppassen geblazen. Beleggen via vastgoed in India lijkt leuk, maar overzie de risico's, zoals uiteraard bij alle exotische beleggingsproducten. Beleggen via (transparante) beleggingsfondsen is niet af te raden, maar u kunt zelf net weer iets meer verdienen als u zich er op toelegt een actieve belegger te zijn in de loop van 2007. Echter, houd wel uw transactiekosten in het oog, want het verhaal gaat dat - vooral particuliere - overactieve beleggers het rendement van hun portefeuille daardoor flink te kort deden.
De tweede helft van 2008 laat een droeve stand van de AEX zien, nl. 403 punten. En nog wordt door sommigen vooral technische analisten afgeraden nu te kopen, want de bodem van de AEX behoeft nog niet bereikt te zijn volgens hun berekeningen en marktsituaties, zoals o.a. dalende obligaties, hoge inflatie en stijgende marktrente. De bodem van de AEX kan wel eens op net 300 komen te liggen, wat een beter tijdstip is om in te stappen. Aan de andere kant kunnen we nu op de bodem zitten, waardoor in de loop van 2008 voorzichtig naar de 500 kan worden geklommen. Kortom, het is nodig de marktontwikkelingen scherp te volgen, (lagere inflatie, obligaties stijgen weer iets, e.d.) waarbij een beetje (ervarings)intuﴩe een grote rol kan spelen.
Hoe waar is hett gebleken altijd voorzichtig te zijn, want, de bodem van de beurs was nog lang niet inzicht. Stond de AEX eind vorig jaar op 515, nu gaf deze index aan dat het nog erger kon: het werd 245. En vermoed wordt dat het echte dal nog moet komen, al zijn we er niet ver meer vanaf. Het jaar 1572 was ooit het politieke Rampjaar voor de Lage Landen, 2008 werd het rampjaar voor economisch Nederland.
- * -
Economische ontwikkelingen in '08
Zoals we reeds hebben geciteerd, is de economische wereldbeurs even voorspelbaar als het weer; zeer moeilijk dus, want het aantal invloed hebbende factoren is welhaast legio. Een hoofdoorzaak wordt gevormd door het feit dat het gros van de beleggers niet nuchter kijkt naar cijfers, er wordt slechts emotioneel op gereageerd met een vreemd soort anticipatie, althans, men denkt steeds te anticiperen. Men 'denkt' bijv. dat de olieprijs gaat stijgen, doch houdt daar slechts gevoelsmatig rekening mee, want men verdisconteert het gegeven als een automatisme in de huidige koersen. Het zou er anders uitzien, wanneer men ervan uitgaat dat binnen tien jaar de olieprijs 200 (1,26/$1,81 ltr) per vat zal gaan bedragen, tegen momenteel (dec '07) $88 p/v (2,48/$0,57 ltr) en in de loop van 2008 zelfs $135 p.v. Alleen is een fust bier (50 ltr) nog duurder geworden: meer dan 100,-- per fust. Ook een stijging van de olie tot $300 p.v. op een kortere termijn wordt reeds voorspeld. De teloorgang van de kwaliteit van de dollar en de wereldwijd oplopende vraag - door de nieuwe economieën naast stagnerend aanbod - en een moeilijk te remmen toenemende inflatie zijn er debet aan. Het gevolg is dat er aan geld geen waarde meer kan worden toegekend, het is nog slechts een indicatie. Er is bijv. wereldomvattend geld genoeg om iedereen rijk te maken, toch lijden de meeste Afrikanen aan armoede. Een kapitalistisch economisch wereldbeeld blijft rijk en arm gescheiden en in stand houden. Maar hoe rijk en hoe arm? En welke rol gaat water spelen in de toekomstige economie? Water lijkt te goedkoop op dit moment en hijgt te zijner tijd olie achterna kwa prijs. Ook die schaarste kan armoede veroorzaken. Dat het nog lang niet goedzit met de economie anno einde 2008 bewijst opnieuw de olieprijs. Van $147 midden van het jaar naar $47 een half jaar later en zelfs even de $30 rakend, toont toch aan dat men de weg krijt is. De hele glimmende Amerikaanse automakerswereld in onvoorspelbaar korte tijd naar de knoppen, zelfs met onAmerikaanse staathulp en bemoeienis ziet het er niet goed uit. Wie of wat haalt ons uit dit alles?, is de grote vraag.
Dat is waar deze visie op 2008 over gaat. Er zullen meer rijken bij komen, maar ook naar verhouding meer armen. Er is, simpelweg, bij heel veel armen meer te halen dan bij een paar rijken. Daarom betalen veel Nederlanders in evenredigheid meer belasting dan de meest rijken. Het is gewoon een gegeven, redelijk of niet redelijk; de fiscus heeft geen geweten.
Wat gaat het milieu ons straks kosten? De wereldproducie neemt nog steeds toe en welhaaast alle producten hebben energie nodig. Meer energie veroorzaakt meer milieuverontreiniging, maar dat kan niet altijd doorgaan, hoe groen men ook produceert en belegt. Er is reeds een groene (hype)markt, maar tevens een markt voor emissierechten en men verdient daar zelfs geldt mee. Dit zijn echter misplaatste rechten, want ze geven recht op (CO2) uitstoot in plaats van die te beteugelen. Dit gaat op de economie drukken in de vorm van extra kosten die misschien niet meer zijn weg te werken in de prijs of de arbeidsproductiviteit moet omhoog. Op de lange termijn zal daardoor alles duurder worden en aandelen worden geremd in hun winstgevendheid. Op de korte termijn lijkt er vooralsnog groei in de markt te zitten en de beursverwachting zowel als het sentiment voor 2008 zijn niet negatief. Daarna wordt het moeilijker ondanks dat dan de ongekend verschrikkelijk abrupte kredietcrisis van augustus 2007 alweer vergeten is. Neem het er nog even van.
Een fenomeen dat half 2008 de kop op begon te steken, is het beleggen in voedselproducten. Grondstoffen voor voedsel worden steeds duurder en opkomende landen vragen naar soorten voedsel die ze voorheen niet kenden. Alleen aardappelen lijken op de termijnmarkten nog te betalen. Banken worden ervan beschuldigd onethisch te handelen door aandelen uit te geven die dividend opleveren wanneer de voedselprijzen stijgen. Ethisch beleggen wordt dus nog moeilijker in het vervolg. De prijs van ons dagelijks brood lijkt de pan uit te rijzen en sommigen menen daaraan te moeten verdienen. Na die van de hypotheek lijkt dit de nieuwe wereldcrisis te vormen: de stijgende voedselprijzen. Is het apocalyptisch zwarte paard men de dunne man met de weegschaal nu toch weer harder gaan rijden? De trend lijkt inderdaad gezet en hier en daar verneemt men al het advies niet te gaan hamsteren (zoals in 1974/75) omdat dat alles alleen maar nog duurder maakt.
In China wordt het nationale varkensvlees onbetaalbaar (april +70%) o.a. door een hoge inflatie die naar de 10% gaat (idem dito in Rusland, alleen hier stegen de lonen met ca. 30%). De Chinese regering moet er iets aan doen om eventuele sociale onrust onder de bevolking te voorkomen. Een andere reden die de voedselprijzen opdrijft, is dat het meer en meer wordt aangewend om tot biologische brandstof te worden verwerkt. De boer vangt nu een goede prijs, de consument betaalt een hoge. Ook wordt aangevoerd, dat het instorten van de US dollar een oorzaak is, want nog veel wordt afgerekend in deze valuta. Waar men wel vanuit gaat, is dat de dollar, ondanks alles, voorlopig nog 's werelds vertrouwde betaalmiddel blijft.
The Big Bang
De mogelijkheid die banken hadden te groeien tot onbeheerbare finaciële reuzen lijkt een oorzaak van de creditcrisis uit 2008 te zijn. Ze waren niet meer aanstuurbaar en verkochten producten die ze zelf niet meer begrepen. Uiteindelijk waren die producten niets meer waard en werden ze van de balans van de bank geschrapt. Toen viel de bank om. De Big Bang van de Engelse Margret Thatcher uit de jaren '80 lijkt de start voor het debakel van 2008. Deregulering van de bankenwereld maakte vanaf dat moment iedere financiele mogelijk tot werkelijkheid te maken. Een wereldomvattend toezichtsoorgaan van de G20 in 2009 kan dan ook een zeer wankele oplossing blijken, omdat ze onaanstuurbaar kan worden. Banken moeten dus niet te groot worden, overzichtelijke producten aanbieden en als een schoenmaker bij hun leest blijven wat hun handel en wandel betreft. En bijv. niet handelen in effecten voor eigen rekening. Anders gaat het weer fout, is de voorspelling.
* - *
|
|
|
BRAND NEW DAY
pensioenen,
maar met weining
kosten en zeer transparant.
|
|
Een introductie
Inleiding
Beleggen is een van de moeilijkste bezigheden. Meestal gaat het erom van geld en met geld nog meer geld te maken. En dan doelen we nog niet eens op speculeren, maar op beleggen als typische financieel-economische bezigheid. In feite behoort het doel van beleggen te zijn het op langere termijn behouden van de waarde van het vermogen door de inflatie voor te zijn en eventueel te streven naar een hoger rendement dan bijv. spaarrente oplevert, naast het optimaliseren van het risicobeheer. Maar rendement is immers niet meer dan de beloning voor het genomen financiële risico, en meer niet. In werkelijkheid betekent dit dus simpel dat risico inhoudt dat u uw inleg of vermogen - deels - kwijt raakt (hoge instap en met verlies er uit moeten stappen). Het is hetzelfde als met concurrentie, het maakt het geheel er uiteindelijk en noodgedwongen niet goedkoper op.
Het lijkt echter allemaal wat uit de hand gelopen. Wat in de huidige economie onder langere ter·¨mijn bedoeld wordt is discu¼tabel, terwijl er daarbij toch ook, onbedoeld maar onontkoombaar, een groeiende risicofactor wordt ingevoerd. Wat is bijv. de huidige opvatting over de betekenis van het woordje: economie? De orthodoxe of klassieke economie behelsde de leer van de schaarste. Echter, vandaag is economie simpelweg het zo goedkoop mogelijk verdienen van geld. Schaarste is een archaïsch woord geworden. Emotionele en ethische waarden hebben binnen het veld van het huidig economisch denken en handelen geen enkele (winst)waarde. Het motto is verdienen, winst ¹genereren, en dat laat geen ruimte voor human(itair)e overwegingen, want verdiensten laten zich alleen meten in immer meer zwart op witte cijfertjes die de grotere verdiensten in langere getalvorming weergeven. Zoals in New York - en nu ook in Nederland - een eeuwigdurend groeiend lichtend getal aan een gevel de (groeiende) staatsschuld per seconde aangeeft. Kennelijk gaat dit samen in het post war economisch denken van de laatste halve eeuw, hoewel geen econoom een persoonlijke thermometer wil hanteren om de gezondheid ervan vast te stellen. De kapitale kredietkrisis van 2009 bewijst het failliet van deze handelwijze, hoewel een nieuwe vorm van juist economisch handelen nog door geen econoom onder woorden is gebrach, hetgeen waarschijnlijk ook niet mogelijk is.
Beleggen betekent investeren, deelnemen in een onderneming en daarmede winst behalen. En dat is een ware kunst, men moet er ten mi¦ nste een beetje feeling voor hebben. Veel particulieren bezittenen dit echter niet in voldoende mate en gaan om te beleggen dan ook naar een bank of beleggings- £adviseur. En men luistert naar goeroes. Maar zelfs die hebben af en toe de wijsheid niet in pacht [de praktijk toont aan dat daarom(?) beleggen ook ²een typisch manlijk beroep en bezigheid is]. µWilt u desalniettemin toch zelf alle touwtjes in handen houden, wel, weet waar u aan begint, want een onderneming kan immers ook verlies lijden. En bedenk dat papieren effecten eigenlijk niet meer bestaan. Kocht u vroeger op de beurs aandelen, dan werden ze vaak dezelfde dag nog per kruiwagen thuis bezorgd. Dat waren nog fysieke stukken *. Maar evenals men tegenwoordig bijna alleen nog maar over giraal geld kan beschikken, zo zijn ook effekten tot alleen maar cijfertjes op papier of een monitor geworden. Ook de beurs zelf is veranderd. Stonden er kort geleden nog, allemaal hard roepende en heftig gesticulerende hoekmannen in getinte jasjes op de nu dus verdwenen beursvloer, nu treffen we er alleen nog maar schermen aan waarop gehandeld wordt, ons financieel hart aan Beursplein 5 tegen het Damrak is een schermenbeurs geworden.
De eerste aandelen ooit uitgegeven waren die van de VOC, de
Vereenigde Oost-Indische Compagnie - de eerste multinational trouwens - in het begin van de 17e eeuw, toen ook de Nederlandse Gouden Eeuw begon. Vanaf dit moment kon men investeren oftewel deelnemen in een onderneming, zij het dat het niet risicoloos was. Sindsdien is er echter wel het e.e.a. veranderd. Laten we eens in vogelvlucht kijken wat er in de huidige beleggingswereld allemaal aan te pas komt.
|
|
Er zijn ezels, paarden en kamelen, alle milieuvriendelijk natuurlijke vervoermiddelen, en toch worden we welhaast genoodzaakt ons per duur en vervuilend vliegtuig, boot of auto te verplaatsen. Gras groeit voor niets, evenals koren, mais en rijst op het veld, en appels en peren aan de bomen. Maar als men geen geld heeft, kan men er niet bij en verkommert dan van de honger. Eerlijk of oneerlijk, het is een feit, zie maar eens naar Afrika - er is dikwijls voedsel (genoeg), maar mensen hebben geen geld om het te kunnen betalen: er heerst armoede.
De z.g. westerse welvaart heeft armoede gebaard en een nieuw kastenstelsel voortgebracht: de armen, de bijstandstrekkers, de minimumloners, de modale inkomens, de rijken, de miljonairs en miljardairs, en de superrijken. Men heeft vergeten dat ooit de volgende woorden als eeuwige waarheid en waarschuwing werden geschreven: 'De liefde voor geld is de wortel van veel kwaad'. Onze maatschappij vormt er het bewijs van. Geld representeert tevens de oorzaak van geestelijke armoede. Hoewel vroeger alles beter was, waren dat toch tijden van een vriendelijk 'Wat kan ik voor u doen?', terwijl het er tegenwoordig op lijkt dat de een geboren wordt om een euro te verdienen aan de ander. Het is daarom verstandig economie van een gepaste afstand te bekijken, als "een middel en niet als een doel". Anders exploiteren we onze planeet op een onverantwoorde wijze en zullen we haar uitgewoond en onbewoonbaar achterlaten te zijner tijd, want het begin ervan is reeds duidelijk zichtbaar geworden. Om de hele wereld - ieder van de 7 miljard aardbewoners - de 'welvaart' van de gemiddelde Amerikaan te kunnen aanbieden, zijn er vijf aarde's nodig waarop in feite roofbouw wordt gepleegd. Dat is de huidige omvang van de voetstap die een deel van de mensheid groot is.
Het primaire doel van de economie dient te zijn niet slechts de welvaart te bevorderen, maar deze naar evenredigheid over de wereldbevolking te verdelen. En dan moeten we vaststellen dat de economie een soms machteloze leme kolos is geworden.
Ziet u wat ik zie, of klopt deze beeldvorming niet? Waarom bestaan er scharreleieren? We gaan op onderzoek uit via deze pagina.
Geld, de slappe was, ook pecunia of poen genoemd, het is bedacht, is kunstmatig, het groeit nergens in de natuur en is derhalve een onnatuurlijk iets. Daarom
ook heeft het in de loop der tijd een zeer bedenkelijke reputatie opgebouwd, waardoor het ook wel als het slijk der aarde bekend is komen te staan.
Het is bedacht om het ruilen te vereenvoudigen. Als we iets dat groot is inruilen voor iets dat klein is, heeft dat grotere een overwaarde, en met een aanvulling van enig geld compenseren we die overwaarde en kan daardoor het kleine tegen het grote worden geruild. Maar intussen is welhaast iedere vorm van ruilhandel uitgestorven. Alles wordt exclusief geruild tegen geld en betalen is een soort onmisbaar smeermiddel dat vooral de kapitalistische handelswereld als markteconomie (i.p.v. een behoefte-economie die slechts produceert wat nodig is en daardoor ook gewoon groen is) gladder laat verlopen. Daarvoor is vertrouwen nodig, vertrouwen dat u morgen nog voor
uw geld kunt kopen wat u er vandaag voor kon aanschaffen. Het muntgeld of de bankbiljetten die u in handen hebt, vertegenwoordigen als materiaal in feite niets, heeft geen intrinsieke waarde, noch het afschrift van uw bank. Het moet geruggesteund zijn door koopkracht, dat geeft geld zijn waarde, hoewel de basis van waarde toch in werkgelegenheid moet worden gevonden. Daartoe had de economie moeten dienen, die in feite meer een geldzuchtig overconsumptiestrategie dan een welvaartinstituut blijkt te zijn geworden in de 21e eeuw. I.p.v. de productie van het noodzakelijke en de distributie ervan, meent men dat welvaart slechts produceren en consumeren inhoudt. De economie is de openbaring van 'de jacht op geld' geworden, gecamoufleerd door de levering van goederen. In ontwikkelingslanden probeert men (het rijke Westen) dit instituut op te krikken door met scholing en politieke rust goede omstandigheden voor de handels-, kapitaal- of markteconomie te creëren. Desondanks - het is een grote sprong - bedraagt in 2007 het Nederlandse minimumloon €1301, terwijl een kindslaaf in India met moeite 20 centjes per uur kan verdienen.
In 1989 liet Nederland de goudstandaard los, waardoor een deel van het in omloop zijnde geld zelfs niet langer door de waarde van een door de staat aangehouden vastgesteld·e hoeveelheid goud was gekoppeld. De waarde van geld wordt vanaf dat moment slechts nog bepaald door de koopkracht die de heersende conjunctuur aan vertrouwen op dat moment aan de economie meegeeft.
Het grote nadeel van geld - naast enig voordeel, want het kan beschermen tegen honger en dakloosheid, bijv. - is dat men het kan vergaren; wie veel geld ontvangt wordt rijk, wie minder ontvangt kan soms gewoo¢n arm zijn en zelfs armoede kennen. De kapitalistische of marktconforme vorm van omgang met geld wordt aangeduid als 'de economie', een platte winst-machine, wat een wel zeer zelfzuchtige levenswijze vertegenwoordigt, met als motor concurrentie, een eufemistischer woord voor de oorlog om de dagelijkse boterham, zoals iemand dat eens verwoordde. In het algemeen wordt dit aardig gecamoufleerd door er andere namen aan te geven, zoals markteconomie, marktpolitiek, handelswaarde, financiële overwaarde, beurs, effecten, en zelfs defensie of staatshuishoudkunde, e.d. Ze vertegen woordigen allemaal het kennelijk almachtige geld. Hoewel sommige vriendschap daar nog wel eens buiten willen laten, wordt dikwijls gesteld dat voor geld alles te koop is, hetgeen de praktijk dagelijks ondersteunt. Daartegen moet daarom worden gewaakt, zodat er allerlei toezichthouders in het leven worden geroepen, zoals de IMF (Internationale Monetaire Fonds), de ECB (Eur. Centr. Bank), de Ned. Centrale Bank (NCB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Vereniging van Effektenbezitters (VEB) en de Consumentenbond als waakhonden, om er maar een paar te noemen. Naast tv-progamma's als Radar, Kassa, e.d.
Wat geld in de toekomst gaat betekenen, begint zich nu reeds af te tekenen; macht. Geld gaat een politiek wapen worden, als er dan nog wel politiek wordt bedreven.
Echter, zoals duidelijk is geworden, we kunnen nu om geld niet heen. En als we het hebben, willen we het niet alleen beschermen, maar we willen er ook steeds meer van, ons bezit niet alleen in stand houden, maar ons vermogen zelfs vergroten. Dat kan met oppotten in een oude sok, sparen bij een bank*, of het beleggen in o.a. effecten, zoals staats- of bedrijfsobligaties en aandelen en de afgeleiden daarvan. De aandelsn willen we in een wat breder perspectief op deze pagina eens wat nader onder de loep nemen.
Een belegger moet niet al te snel nerveus worden of gauw in paniek geraken. Aan de beurswereld ligt een zelfde kenmerk ten grondslag als aan het voetballen: een enorme dosis emotie. De 22 miljonairs op één veld kunnen hele natiën op stelten zetten, terwijl ongeveer één man met enkele suggestieve woorden de wereldeconomie kon beïnvloeden (A. Greenspan/B.Bernanke). En door emotie kan men in paniek geraken, gevoelsmatig handelen en het verstand erbij verliezen. Dit gebeurde in Amerika voor en op 29 oktober 1929, de bewuste 'zwarte donderdag', toen iedereen (vooral de particuliere belegger) ineens alleen maar aandelen wilde verkopen, met als gevolg dat de beurs er na korte tijd instortte - wel aanbod, geen vraag - en een enorme beurskrach vormde die jarenlang wereldomvattende gevolgen had. Er was een echte wereldomvattende economische depressie. De Amerikaanse regering nam tijdens deze Grote Depressie de leiding door de New Deal economie in te voeren om weer in werk te voorzien en de economie aan te zwengelen. Nederland had er tot 1939 tien jaar
voor nodig om er weer wat bovenop te komen. In die tijdsperiode bezuinigde de regering en liet zij publieke werken uitvoeren zoals de drooglegging van de Noord-Oost Polder en de aanleg van het laatse stuk van de Afsluitdijk ('32) .
Deze emotie liet zich ook weer gelden 2008 en begin 2009. De koersen waren dermate ingezakt dat velen besloten hun aandelen vande hand te doen, vaak sterk aanbevolen door banken, die daardoor andere producten konden aanbieden. Terwijl er toch werd aanbevolen dat deze lage koerswaarden van de aandelen juist een goed (zeer billijk) instapmoment vertegenwoordigde. Het kon eigenlijk alleen maar omhoog.
Een economische verklaring die dit economisch/financiële debakel aan het begin 20e eeuw helemaal verklaart is er nog niet. Er zijn veel verklaringen in omloop, tot aankoopverzadiging en dus vraaguitval van de consument aan toe. Uiteindelijk is dat ook zo. Maar de oorzaken? Het zal wel zo zijn dat er tegelijkertijd een aantal faktoren deze globale marktimplosie veroorzaakten.
Aan het einde van de 20 eeuw, op 19 oktober 1989, dit jaar 20 jaar geleden, deed zich zwarte maandag voor, op een dag klapte de beurs met 23% in. Misschien een van de grootste beurskrachs ooit. Maar het werd geen depressie zoals 1929 (-13%), het was wel verschrikkelijk wat er gebeurde. Het bleek echter om een koerskorrectie te gaan, waardoor vervolgens de beurs de ralley omhoog van de jaren '90 kon inzetten. Tot - natuurlijk - de volgende economische supernova.
Rond de jongste eeuwwisseling zagen we iets dergelijks toen de Nieuwe Economie met de internethype als gangmaker gewoon als een zeepbel ontplofte. Veel aandelen van aan het internet gerelateerde ondernemingen sneuvelden (zoals het geval World Online in 2000 met o.a. een scherp onderuitgaan van de beurs in het rampjaar 2001) en trokken de rest van de markt met zich mee. De beurs had er zeer onder te lijden, vooral ook omdat de AEX nogal wat techfondsen had opgenomen. In korte tijd viel de beurskoers van 703 naar 217 punten, wat in maart 2002 de bodem van deze beurscrisis werd. En van dat oude hoogtepunt zijn we tot op dit moment nog ver verwijderd, dus er moet nu nog wel wat te verdienen zijn via effekten maakt de geschiedenis duidelijk. In concrete cijfers betekent dit dat tussen 2000 en 2006 de beurs met 32% in waarde aftakelde, maar dat die beurs dat ook weer zal terug willen winnen en dat zal winst voor u betekenen.
Intussen zijn we in 2007 een half decennium verder en de AEX heeft zich in die tijd inderdaad ruim hersteld, mede omdat er over het algemeen niet zeer nerveus op het inzakken van de 'internet' aandelen werd gereageerd, vooral niet door institutionele beleggers (pensioenfondsen, e.d.). Al je geduld hebt, kan beleggen altijd geld opleveren, zij het af en toe wat minder, maar groeipotentie heeft de Nederlandse beurs zeker, wat mede een reden is voor de aanwezigheid van als onsymphatiek ervaren hedgefunds in dit land.
Beleggen en economie zijn fenomenen die het introduceren van risico's zeer in de hand werken. Ging de economie voortvarend te werk, andere factoren namen de economie te pakken en na half 2007 en vooral in 2008/2009 kregen we plotseling te maken maken de credietcrisis die wereldomvatend een economische en financiële crisis aan de gang bracht die zelfs grote banken deed omvallen (Lehman Brs, de grootste blunder van de US regering) en de finciële sectoren flink in waarde en vertrouwen aantastten. In de loop van 2009 hopen we weer wat op te krabbelen, maar een normalisatie van de economie - zoals voor deze crisis - kan pas na 2010/2011 in gang gezet worden.
Wat betreft het instappen in effecten is dit moment een droomwereld, althans voor beleggen op wat langere termijn. Op korte termijn moet men een uitgekookte specialist zijn op dit moment.
Het is een wel zeer bekend feit: banken vervullen een centrale rol in de financiële wereld. Zijn ze echter te vertrouwen? Immers, via banken probeet u uw spaargeld te beheren, en via banken doet men in het algemeen de aankopen van effecten en derivaten. Zo kunt u nagaan hoe belangrijk de positie is die banken innemen. En hoe het vertrouwen in elkaar zakte toen er in 2008/09 grote banken gewoon omvielen.
In het algemeen zoudt u instituten als banken - uw bank - dus absoluut moeten kunnen vertrouwen. Is dat nu nog mogelijk, in deze momenteel welhaast onbestuurbare wereld?
Dan komt een regering om de hoek kijken. De staat kan niet failliet gaan (op IJsland na dan), zegt men, en wanneer ze 'in een uitzonderlijk gaval' geld te kort komt, laat ze het gewooon bijdrukken - wat momenteel in Amerika gebeurt, doch wat met argusogen wordt gadegeslagen. Het nadeel is, dat meer geld in omloop het leven duurder maakt, er is meer geld beschikbaar voor een zelfde product: dit heet inflatie, en dat eist hogere lonen, enz.
Het voorbeeld is de huidige crdedietcrisis: er is wantrouwen in de financiële wereld, banken lenen elkaar en anderen met moeite geld, en geld is niet meer verkrijgbaar of heel duur, hoge rente. Banken wantrouwen elkaars credietwaardigheid, en dit moedigt hen aan zuinig te zijn en de onderlinge gevraagde rente niet omlaag bij te stellen. U krijgt moeilijk geld en dan nog tegen een hoge rente.
Een nieuwe commissie heeft de taak van banken nader in regels gevat. Waren de klanten ooit vergeten en stond de directe winst van de bank bovenaan, nu moet dit veranderen. De klant moet weer koning worden en de effektenbezitters (die winst willen in de vorm van dividend) moeten een flinke stap terug doen. De banken moeten een nieuw soort vertrouwen zien te verwerven: het geld van de klant op een verantwoorde wijze in diens voordeel beheren. Wanneer het dan goed gaat met de bank, gaat het met de effectenbezitters ook wel weer goed of, volgens dhr. Zalm, met een excellent en efficiënt bedienende klant door bekwaam en gemotiveerd personeel, komt het ook met de winst goed.
Inmiddels hebt u toch geld nodig, gewoon de dagelijkse uitgaven moeten gedekt zijn. Uw inkomen voorziet daarin. En komt u tekort, dan kunt u naar de sociale dienst. Die is verplicht u in uw dagelijks (financieel) onderhoud te voorzien, in Nederland. Maar het blijkt dat te weinig Nederlanders van die rechten gebruik maken en dat het geld dat gemeenten overgehouden wordt gebruikt om elders gaten te dichten. Maar hoe of wat dan ook, waar komt u die verzorging nog tegen, hoe, in onze ogen, minimaal dan ook?
Steeds meer jonge mensen komen goed opgeleid 'in de economie' terecht, betreden de markt. En deze leert en motiveert hen onmiddellijk om een carrière na te jagen en rijk te worden. Ieder een eigen auto, liefst een eigen huis en wellicht een tweede huis aan de Costa. Intussen na enige tijd vader en moeder worden, zodat overal tussendoor kinderen moeten worden 'grootgebracht' en u bent in de tv-soap beland die 'de maatschappij van vandaag' heet en waarop door velen wordt neergekeken door haar misdragingen, zodat bijna niemand het er meer mee eens is.
Dit is helaas de korte samenvatting van de dagelijkse inhoud van uw krant en het journaal. Nu worden kinderen niet meer opgeleid om ouders te kunnen worden of te zijn op het nodige moment, want wat vroeger door moeder - en soms op school - aan de aanrecht werd geleerd, moet nu worden opgevangen door opvoedingsbureaux voor ouderen. En vervolgens is men intussen al weer oud geworden zonder dat de jeugd zich eigenlijk heerlijk als jongeren heeft kunnen gedragen en eerlijke levenservaring heeft kunnen opdoen om verantwoordelijkheden te kunnen dragen en dit weer door te geven.
Is beleggen iets voor jongeren? Is het iets voor jonge mensen die soms nog niet eens hun zakgeld kunnen beheren? Jongeren weten niet dat echt alles geld kost, tot geld zelf toe, en mede dat wat als gratis wordt aangeboden. Bijv. dit te weten behoort tot een verantwoorde opvoeding, want ouder worden gaat immers vanzelf. Ook geld kost geld (en geld lenen helemaal), en wat de jeugd moet leren is 'in de knip houden' en niet op arrogante wijze 'onbeheerst en onbeheerd uitgeven'. Koopkracht is niet oneindig, het is beperkt tot wat men heeft, anders raakt men in de schulden. Dat is nu juist wat de credietcrisis heeft veroorzaakt. Kijk eens naar onze staatsschuld anno september 2009. Daarom is het omgaan met cash aan te bevelen boven het hanteren van een creditcard. Als de cash op is, is je geld op, weet je dan, het kopen is even gedaan.
Men hoort politici wel zeggen dat ieder een eigen verantwoordelijk heeft [bij het nemen van beslissingen]. Maar kan iedereen verantwoord beslissen als men de gehele dag door wordt geïndoctrineerd door aanhoudende reclameleuzen en het aanprijzen van het idee 'dat je er anders niet bij hoort'. Vooral jeugd is hiervoor zeer gevoelig, maar wordt het minste beschermd. Zo kruipen politici mooi onder hun veranwoordelijkheden uit.
De economie heeft - naast die van de ouderen - de 'markt van de jongeren' ontdekt. Wat hebben ze wel niet uit te geven, daar kijken managers met grote eurogretige ogen naar. Aangepaste advertentie- en reclamecampagnes worden uitgerold om de jeugd het geld te onttrekken of aan de creditkaart te verslaven. Leren sparen heeft meer waarde dan weten hoe een bankpas aan te vragen, het kan het verschil tussen welstand en armoede betekenen. Wat kunnen ouders nog tegenover dat marktgeweld stellen - zonder de rust in het gezin te ondermijnen.
Aan wie of wat moet ik mij verbinden? Wanneer u op het internet eens rondkijkt, kunt u, of uw kind, van veel sites deelnemer worden, er bijv. iets op te mogen zeggen. Maar bent u het echt met de waarden van die site eens, of is die site geschikt voor de belangen van uw kind? Vaak zult u 'neen' zeggen, maar maak uw gezinslid dit maar eens duidelijk, want het lijkt zo gewoon. Velen onder u zullen 'geenstijl.nl' geen informatieve bron voor uw kinderen vinden, maar uw kind ziet dat anders. Doordrukken, u bent immers wijzer dan uw kinderen, moeten zij beseffen - en moet u hen duidelijk maken. Zo zijn er meer sites waarop uw kinderen zich niet moeten registreren en liever ook de inhoud ervan niet onder ogen mogen laten komen. U bent geen baas in huis, maar wel de georganiseerde en wettelijk geregistreerde regelgever in het gezin, wanneer u het op een bepaald moment nodig vindt het hard te moeten spelen. Hard? Maar dat zijn kinderen vaak ook. En u moet ze beschermen, daar bent u ouder voor!
Praten ouders met kinderen over de waarde van geld, het op de juiste wijze en op de juiste leeftijd verkrijgen van bezittingen, respekt en noodzaak van werken, en met wie wel of niet om te gaan? Vooral het laatste blijkt een bron van problemen, de jeugd zoekt verkeerde omgang, verkeerde vrienden. Dit zijn geestelijke waarden die jongeren nodig hebben om op een gezonde wijze volwassen te worden en een rustige maatschappij te creëren waarin ze breed inzetbaar zijn. De huidige kijk op geld, op bezittingen - op beleggen -, op de waarde van arbeid en de verantwoording voor de natuur - en voor elkaar - schiet simpelweg tekort. Het is een kortzichtige uitwas van het kapitalistisch stelsel dat de 20e eeuw voortbracht.
Mensen hebben een individueel geheugen, mede dat maakt ieder individu zo uniek. Maar mensen hebben geen autoriteit het recht op een individuele intelligentie te claimen. Het is niet rechtvaardig dat de door de natuur goed bedeelde knappe kop er rijk op los leeft aan de Rivièra en de minder goed bedeelde zonder eigen schuld in een achterbuurt moet zien rond te komen. Dit is een kwestie van juiste opvoeding, van kindsbeen af, want dit zorgt voor een verzorde samenleving i.p.v. een verzorgende samenleving met een minimum aan zorg. Weliswaar draagt de een meer verantwoording dan de ander, hetgeen gewaardeerd mag worden, maar dat is geen excuus om verpaupering weg te redeneren. Want dan krijgt en heeft men geen vertrouwen meer.
Men zou ook wat strategisch inzicht moeten hebben, want eigenlijk is het beleggingsweer voor aandelen nooit goed. Wanneer de economie groeit en het inflatiespook dreigt dan kan de rente stijgen wat weer een negatieve druk op de koersen van de aandelen kan hebben. Maar is er geen economische groei dan gaan de winsten van bedrijven omlaag en zakken de aandelen eveneens, maar is het dan een tijd om te kopen? En als de olieprijzen stijgen zakken de winsten van bedrijven ook en ontstaat er hetzelfde fenomeen. Dalende olieprijs laat de dollar stijgen wat goed is voor ondernemingen die in dollars afrekenen of belangen hebben in de VS, echter niet voor hen die in euro's factureren.
Daarnaast moet u de effecten van de huizenmarkt, meningen van ondernemers, prognoses van analisten, stemmingen - sentimenten - op beurzen, rentepolitiek van de ECB en de FED, het doorgronden van de psychologie van de markt(en), e.d. in uw overwegingen meenemen. En dit alles moet resulteren in een gevoel van vertrouwen, of juist niet. Want daar draait de hele effectenwereld om, vertrouwen, er een goed gevoel bij hebben. De waarde van aandelen weerspiegelt over het algemeen het vertrouwen dat beleggers hebben in de waarde (en winst) van een aandeel in de toekomst. En derhalve niet de hoop, want de laatste kent geen doelstellingen. De AEX - en de onderliggende Nederlandse aandelen - is een index inzake het vertrouwen, of weinig of geen vertrouwen, in de toekomstige markt (en dus niet van de huidige, hoewel er iets uit is te concluderen). En houd ook eens in de gaten wat de beursgoeroes te vertellen hebben, hoewel u zich daaraan niet moet vertillen.
Maar met vertrouwen alleen bent u er niet. Want als u vertrouwen hebt, moet dat nader onderbouwd zijn. Met uw doelstellingen: wanneer ga ik wat doen, tot hoe ver ga ik, wat, naast zo mogelijk vooral spreiding, hoofdregel worden. Stel dat u een bepaald aandeel besluit te kopen, wat daarna? Want u kunt risico blijven lopen, het aandeel kan in waarde stijgen, maar ook dalen, want de beleggingsmarkt blijft uiteindelijk een ongeleid projectiel. En, als u niet koopt voor de lange termijn, wanneer daarna weer verkopen? Dat kunt u van te voren bepalen aan de hand van doelstellingen, hoewel die af en toe door afwijkende omstandigheden best eens mogen worden bijgesteld of af en toe overtreden. Deze laatste zijn misschien zeer moeilijk te bepalen, omdat u wellicht niet over de expertise beschikt om die momenten te kunnen onderscheiden. Dat is nu ook wat een expert tot een expert maakt. Wel kunt u bijvoorbeeld besluiten het aandeel uit uw portefeuille weg te doen wanneer het 5% of 10% in waarde is gedaald. Dan bepaalt u daarmede wat u hooguit wilt verliezen, wat een realiteit is die u zeker onder ogen moet zien en accepteren, omdat het bij 'het spel' hoort, vooral als u wat actiever belegt (wat beleggen overigens voor u duur maakt en de bank spekt, want iedere activiteit van u op de markt kost u geld). Maar eveneens wannneer het aandeel in waarde stijgt, op welk moment wilt u uw winst behouden, winst nemen, heet dat. M.a.w., hoe loopt u het minste gevaar dat de koerstwinst aan u voorbijgaat? Daarvoor moet u in beginsel ook weer een verkooppunt bepalen, zoals bij koersverlies, maar nu bij koerswinst. Neem u zelf streng voor te verkopen wanneer de koers - weer afgezien van afwijkende omstandigheden - met bijv. 10%, 20% of 25% is gestegen. Zo zijn er nog meer strategieën te bedenken. Op deze wijze zijn er grenspalen gezet, hebt u uw strategie bepaald en u kunt vervolgens van een ongekende beleggersrust genieten, ondanks dat u er mee bezig bent.
De handel en wandel van het financiëel verkeer in Nederland, waaronder ook het beleggingsverkeer wordt verstaan, staat onder toezicht van de Nederlandse Centrale Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Deze geven o.a. vergunningen af aan zich daartoe aanbiedende kantoren om voor u vastgelegde handelingen inzake beursactiviteiten te mogen verrichten.
Ten slotte, het gemiddelde Nederlandse gezin belegt in 2006 ca. € 70.000 en in uw boekwinkel treft u goede tijdschriften en andere vormen van lektuur op dit gebied aan.
Welke motivatie hebt u om te gaan beleggen. Wilt u uw geld, uw vermogen, veilig stellen voor de toekomst? Dan is duurzaam (in dit geval lang) beleggen in aandelen een optie. Wilt u beleggen met het oog op dividendrendement, dan komt er al een beetje meer specilisatie om de hoek kijken. In beide gevallen zult u een effektenportefeuille moeten opbouwen. Over het algemeen zal uw adviseur of uw bank u voorstellen te spreiden, deels te beleggen in aandelen, deels als vastrentend (spaarrekening, obligatie) weg te zetten.
De tijden van de flink hoge renten op spaarrekeningen (tot 5 a 6%) en deposito's liggen midden 2009 al weer achter ons. Nu is een 2,5 á 3,5% al aardig goed, want renten die van 5,25% tot 2,5% (Credit Europe Bank) zakten, komt gewoon voor. Op dit moment vergoedt de ASN-bank nog 4% wanneer u €50 per maand inlegt. Er is niet veel te beleven op dit moment, want 5% voor 20 jaar vast is toch niet leuk meer. En beleggen is op het moment ook niet je van het, zodat het anno vandaag best moeilijk is goed met geld om te gaan.
In de praktijk komt het voor dat veel ouderen hun (spaar)geld bij een traditionele bank hebben ondergebracht tegen een zeer lage (1-2 %) rente. Die banken maken bewust gebruik van het angsthazengevoel van hun klanten om te switchen, naar een andere rekening of andere bank te gaan die soms een (aanzienlijk) hogere rente biedt, zoals we zagen. Vooral bij wat hogere bedragen kan dit nogal wat uitmaken en, ter geruststelling, de in Nederland actieve banken worden sterk gecontroleerd.
Voor wie op de lange termijn beleggen, zullen koersschommelingen niet zo belangrijk zijn. Degene die als speculanten en kortetermijnbeleggers worden aangeduid hebben er belang bij op ieder moment op de hoogte te zijn van iedere koersverandering, zij willen real time op de hoogte gehouden worden.
Zelfs kan worden overwogen om, deels of voor een escape, onroerend of vastgoed* te kiezen, of misschien zelfs in goud* (maar ook zilver, platina of palladium natuurlijk). Dit laatste metaal (goud) is trouwens traditioneel een toevluchtsoord gebleken voor veel beleggers tijdens
ongewisse economische omstandigheden, omdat het een onafhankelijk eigenwijze maar doorgaans stabiele en heel langzaam stijgende prijs !) kent op de wereldmarkt. Begin januari 2008 bereikte goud een recordprijs door 580 ($855) per ounce (31,1 gr.) te noteren, 30% meer dan dan een jaar geleden. Dit was het laatste het geval in 1980, terwijl 1999 een slecht goudjaar was met een prijs van $252. In maart 2008 ging het goud door de $1000 grens (een jaar eerder slechts $650) en medio 2009 doorbrak het zelfs de $1100 grens. Dure olie (> $100 pv), lage dollar ($1,48 - $1,55) en politieke onrust hier en daar zijn de onderliggende factoren. Tevens neemt de productie van dit edelmetaal niet toe, maar wel de vraag van de industrie en landen zoals India waar alleen gouden sieraden tellen, vooral nu het land rijker en rijker wordt. Toch goud kopen? De prijs kan nog even oplopen en zal daarna wel weersterk zakken wanneer de economie weer gewoon op orde is gekomen, zodat nu kopen een dure lifhebberij kan zijn. Maar het blijft een goed troostaandeel voor de toekomst.
Wie verkoopt er goud in natura in Nederland, goud in 't handje? Een gram, een ons, een troy ounce (31,1 gram), een ton, of meer, dat koopt u de auto in bij de HBU, de Hollandse Bank Unie (dochter ABN-AMRO). U gaat er heen en neemt een onsje goud mee naar huis; weegt wel wat, maar ja. Op dit moment ligt deze bankdochter ter discussie; jammer.
Om u enig idee te geven hoe duur goud eigenlijk is, tekenen we het volgende voorbeeld op. Stel u voor dat op uw tafel een doos staat die in alle richtingen 33 cm. meet. Dat is niet al te groot, denkt u. Maar nu vullen we diezelfde doos met goud. En ineens weegt dan die niet al te grote doos wel meer dan 700 kg. Bij de huidige prijs van $1000 per ounce (31,1 gr.) benadert de waarde ervan zelfs $22 miljoen, is ca. €15 miljoen. En daarvoor hebt u dan nog maar een doosje goud in feite. Een
aspect van beleggen in edelmetalen is dat er geen regelmatige inkomsten uit voortvloeien; deze markt is zeer en onregelmatig in beweging.
Daarnaast is heel modern zelfs beleggen in groen tropisch of Europees (gecertifiëerd!) hardhout, e.d. Dit laatste is overigens een voorbeeld van een beleggingsconcept voor de lange termijn en met een wel zeer groot risico (de AFM sprak in dit geval van 'gokbelegging'). In september 2006 en maart 2007 doken nog berichten op dat het zeer slecht was gesteld met sommige aanbieders van 'exotische' beleggingsproducten als hardhout (ananasplantages, wijngaarden, vakantiehuisjes, ed.), die tot ver in 2010 nog een flinke nasleep kent in deze branche. Eind dit jaar zal de AMF (Autoriteit Finaciële Markten) diverse aanbieders geen vergunning meer geven en zullen ze derhalve hun deuren moeten sluiten waardoor 40.000 beleggers als een kat in het nauw zitten nu 25 teakhoutfondsen hun wettelijke status zijn ontnomen . De reden hiervoor is dat deze producten pas onlangs - tegen midden 2007 - onder de AMF resorteren en daardoor (nota bene: voorlopig) vergunningplichtig zijn geworden. De objecten bevinden zich vaak in landen waar geen kadaster of financieel toezicht wordt gehouden, nog afgezien van de onvoorspelbare weersomstandigheden, en dat vindt de AMF te onbetrouwbaar. Hout moet bijv. zo'n zeven tot dertig jaar groeien, in Finland zelf zeventig jaar tot tachtig jaar.
Ook beleggen in grond* komt voor en is een speculatieve onderneming in een heel eigen wereldje. En wat te denken van beleggen in kunst. Daar is wel een zeer veel specifieke kennis voor nodig, evenals voor beleggen in postzegels.
Zelfs beleggen in schepen is mogelijk. Daarvoor zijn er o.a. de z.g. scheeps-CV's (commanditaire vennootschappen) in het leven geroepen. Voor een naar verhouding minimaal bedrag koopt men een CV in een schip en deelt vervolgens in een rendemend dat wordt gerealiseert door te verdienen op de waarde van de CV aan het einde van de looptijd. Twee van de bekendste zijn JR Shipping* en CVCOM*, bij wie u prospecti kunt opvragen. De rendementen lijken aardig te zijn, hoewel 2009 een kentering te zien gaf. Alleen, CV's zijn niet zo makkelijk verhandelbaar als aandelen. Dat is eventueel wel weer mogelijk met de open CV, maar niet met de besloten CV. En wie heeft er nu verstand van schepen. Er zijn natuurlijk ook CV's op andere terreinen van handel, zoals een film-CV. loopt de film goed door een goed bezoek en de theaters, dan verdient u. In het andere geval bent u uw geld kwijt. Let er daarom vooral op wie de film gaat maken.
Er zijn er die willen beleggen om (snel) geld te verdienen middels kort beleggen, want zo kan een vermogen worden opgebouwd. U dient nu een 'actieve' belegger te worden en dan dienen ook dagelijks alle zakelijke feiten, zoals we die reeds bespraken, beschouwd te worden. Dit betekent dus elke dag een stevige vinger aan de financieel/economische pols te houden. Denkt u dat een aandeel gaat stijgen dan kopen, en wanneer het gestegen is verkopen. In het ideale geval. En ook nu komt het toverwoord spreiden weer aan de orde. Hoe meer diverse aandelen u - op uw vertrouwen - aankoopt, des te vaker zult u uw verwachtingen bevestigd vinden en zullen winsten tegen verliezen gaan opwegen.
Er zijn particulieren die met dagelijks kopen en verkopen tot wel duizend euro per dag verdienen. Klik bijv. maar eens op deze site*. Zij zitten achter computerschermen voor realtime koersinformatie, kopen wereldwijd op de ene effectenbeurs en verkopen op de andere beurs waar de koers net iets hoger is. Dit eist een enorme ervaring, concentratie en ook incasseringsvermogen, want niet alles loopt even goed af. Dit fenomeen heeft ook een eigen naam gekregen, nl. daytrading. Maar u begrijpt dat we dit geen beleggen meer willen noemen.
Dan kennen we ook de soort affectie-belegger. Het zijn geen hobbyisten, maar toch hebben en houden ze een min of meer emotionele binding (middels het aanhouden van effekten) met de onderneming, hoe die ook reilt en zeilt. We kunnen hierbij denken aan de beleggers in aandelen Antonov plc*, bedenker van automatisch transmissies. Jaar op jaar verlies lijden, en jaar op jaar nieuwe aandelen uitgeven (nieuwe emissie) om weer aan nieuw kapitaal te komen om verder te gaan. En de aandeelhouders Antonov nemen het - het bedrijf is in de loop der jaren al verliesgevend blijven bestaan en staat nog steeds op de beurs genoteerd (aug.'06 0,76//feb.'09 0,15). Kijk wat dit betreft ook eens naar Spyker Cars en Ajax. Over vertrouwen gesproken, en vandaar affectie-belegger.
Sommigen kiezen ervoor een deel van hen beleggingskapitaal in vastrentende (staatslening)obligatie's te beleggen. Ook deze worden op de beurs verhandeld en de koersen ervan zijn overal terug te vinden. Niet alleen in goud, maar tijdens slechte tijden voor aandelen vlucht men ook vaak in obligatie's, waardoor deze in waarde stijgen en duurder worden. Het rendement op obligaties kan 4 tot 4,5% zijn. Als vastgoed dan zo'n 5% aanvangsrendement oplevert, bedraagt de premie (het effectieve risicorendemend) slechts 0,5%, zodat velen dan toch voor obligaties kiezen.
Op den lange duur (een decennialange beleggingshorizon, hoewel tegenwoordig deze horizon door snelle rendementseisen tot wel max. 4 jaar is teruggebracht) wint beleggen in effekten het van obligaties. Brede beleggingsportefeuilles geven een doorslaggevend hoger rendement door een juiste verhouding van aandelen en obligaties. Dikwijls hanteert men hierbij het beginsel jaarlijks 85 procent van het te beleggen vermogen minus de eigen leeftijd in aandelen te investeren. Zo belegt men ouder minder risicoloos door automatisch meer in obligaties te gaan. Op zestig jarige leeftijd wordt de verhouding dan 25 procent aandelen en 75 procent obligaties. Als men nu ook in een wereldwijd aandelenfonds en een breed obligatiefonds deelneemt, is het de eenvoud zelve, de spreiding optimaal, alleen het rendement zal niet de top halen.
Wie een beetje het nieuws heeft gevolgd de laatste jaren heeft het echeck gezien van de inmiddels beruchte aandelenleasevormen als Dexia en Legio Lease. Duizenden kochten aandelen met geleend geld of staken de overwaarde van hun huis in aandelen via een leaseproject. Dat leek aardig toen loop jaren negentig de AEX-index booming was, maar tienduizenden zitten nu met enorme schulden omdat bij de eeuwwisseling de aandelen weliswaar niet instorten, maar de koersen wel aardig plompten. De aandelen werden derhalve minder waard en in het algemeen veel minder dan de som van het geleende geld waarmede was belegd. Men kwam dus bij de bank zeer in de schuld te staan in plaats van iets te verdienen. De les hieruit is derhalve: alleen beleggen als u geld (over) hebt, want aan beleggen kleeft nu eenmaal altijd een risicofactor en zelfs specialisten kunnen dit risico slechts beperken. Om het leed van gedupeerden enigszins te verzachten werd voor honderdduizenden getroffenen de Duisenberg-regeling in het leven geroepen, hoewel velen zich daarin niet kunnen vinden vanwege de magere schikking die toch al gauw een omvang van €1 miljard heeft.
Maar ook de overheid heeft hiervan geleerd. Tot rond de eeuwwisseling dacht men dat de aandelenbomen tot in de hemel groeiden. Steeds gedurfder constructies verleidden de potentiële belegger in te stappen. Aan risico werd nooit meer gedacht en de kleine lettertjes werden niet gelezen, laat staan onder de aandacht gebracht. Tot de markt inzakte. Daarna heeft de overheid geboden dat de kleine lettertjes grote letters werden en de consument daardoor (eerder) op de hoogte wordt gesteld van het te nemen risico. Er moest, om het eenvoudig te stellen, duidelijker op worden gewezen dat de behaalde resultaten in het verleden geen garantie waren voor dezelfde resultaten in de toekomst. (Let u maar op bij leningadvertenties. Er moet vermeld worden: lenen kost geld.)
Het woord transparantie kwam in de mode en in meer opzichten. De klant moest een beter inzicht krijgen in het risico, in de kosten en wie waaraan hoeveel verdienen (tussenpersonen). Alles om het rendement van zijn geld voor de klant - de belegger - duidelijker en inzichtelijker te maken, maar vooral de tomeloze kosten op tafel te krijgen, want de klant had daar gewoon geen zicht op. Tot nog toe boerde een belegger vaak achteruit (rendement beneden de inflatie), terwijl hij daar feitenlijk niet van op de hoogte was door een tekort aan voorlichting en transparantie van beleggingsprodukten. Nu is daar hard aan gewerkt. U dient wel goed te overleggen met uw tussenpersoon, omdat die u nog niet altijd uw kosten - wat deels zijn imkomsten zijn - duidelijk schildert, want u zoudt wel eens kunnen schrikken.
Wanneer we het hier over beleggen hebben, bedoelen we het kopen van aandelen. Er zijn diverse firma's - vermogensbeheerders - die zich hierin hebben gespecialiseerd, maar dikwijls moet u dan wel een aanzienlijk bedrag voor handen hebben willen zij voor u aan het werk gaan, uw portefeuille gaan beheren. Dit variëert per beheerder van minimaal €500.000 tot zeg €2.000.000 om mee te beginnen. Maar tegenwoordig kunt u ook met &euro25.000 bij sommige specialisten reeds terecht, hoewel dat niet als vermogensbeheer wordt gezien. Gewoonlijk kan vrijwel iedere bank u - zelfs telefonisch of via het internet - van dienst zijn, al gaat het slechts om tien aandelen, maar hiermede gaan naar verhouding hoge kosten gemoeid, zoals we boven uitlegden. Tevens is het reeds geruime tijd mogelijk te beleggen via inmiddels bekende hierin gespecialiseerde sites op het internet, die tegen vergoeding ook adviseren.
Het laatste nieuws is dat nu de belegger vanaf €1000* inleg hetzelfde professionele beleggingsadvies ontvangt als de miljoenenbelegger. Er zitten wel wat kantjes aan, want advies moet u nog altijd opvolgen - en dat doen veel beleggers in de praktijk kennelijk niet -, maar helemaal onwaar is het niet.
Met het kopen van een aandeel verkrijgt men een financieel stukje bedrijf, men neemt deel in het kapitaal van een onderneming, en wordt dan een (aan)deelhouder. Zo wordt men een beetje eigenaar van een NV of BV, maar dat stelt op zich dikwijls niet veel voor ook al heeft men stemrecht. Als het bedrijf goed draait en winst maakt, kan de koers van het aandeel stijgen op de beurs. Wanneer u denkt dat de koers niet meer stijgt, kunt u het aandeel verkopen. Het verschil tussen de koopprijs van het aandeel en de verkoopprijs (de koerswinst) maakt dan uw winst uit in dit geval. Dat is dé manier waarmede met aandelen geld kan worden verdiend, omdat het hebben van een aandeel geen recht geeft op iets zoals rente moet u bedenken. Een aandeel heeft meestal ook geen nominale waarde, het is waard wat de beurskoers op dat moment aangeeft - hoe belachelijk laag, of hoog die ons vaak ook toeschijnt begin 2009 en wat later. Als aandeelhouder bent u middels dat aandeel weliswaar eigenaar van dat stukje - in grote afhankelijk van het aantal (miljoenen) uitgegeven aandelen - van het bedrijf, maar u hebt verder in beginsel geen zeggenschap. Dat heeft de directie of Raad van Bestuur met de dagelijkse leiding. Wel is het zo dat degene met het grootste aantal aandelen (min. 51%) het als grootaandeelhouder via de (algemene) aandeelhouders- vergadering het meestal voor het zeggen heeft. De aandeelhouders- belangen worden in het bedrijf behartigd door hun vertegenwoordigers, nl. de Raad van Commissarissen. Maar pas op, een minderheid (2%) van de aandeelhouders (hedgefund) kan reeds eisen stellen aan de strategie van de onderneming en zelfs om opdeling vragen (ABN-Amro, Stork). Het is mogelijk, maar rechtvaardigheid is dan een andere zaak.
Een tweede manier waarop aandelen geld kunnen opleveren is wanneer er cash(dividend) wordt uitgekeerd, zodat een dividend-rendement kan worden gerealiseerd, dat ook wel de yield wordt genoemd. Dividend is dat deel van het door het bedrijf gerealiseerde winst dat, meestal jaarlijks, in contanten wordt verstrekt aan de aandeelhouders (minus de ingehouden dividendbelasting). De onderneming heeft daarvoor meestal een dividendbeleid, terwijl het beleid van dividenders niet op de koers van een aandeel maar op het dividend dat wordt uitgekeerd is gefocust. Historisch gezien wordt over het algemeen 2 tot 3% aan dividend uitgekeerd - koersverschillen leveren vaak meer op - hoewel in 2008 en 2009 op ca. 5% kon worden gerekend. Veelal wordt gemaakte winst weer in het bedrijf zelf geïnvesteerd, zodat de onderneming zich bijv. kan uitbreiden, de koers van het aandeel op peil kan houden of het eigen kapitaal versterken (zodat een jaar verlies maken niet meteen tot faillisement leidt, waardoor u soms kunt lezen dat een onderneming een miljoenen of miljarden verlies lijdt en toch gewoon blijft bestaan), of eigen aandelen kan inkopen (om de beurskoers te verstevigen) of om een andere onderneming over te nemen teneinde de marktpositie te versterken. Wordt er dividend uitgekeerd, dan wordt bekend gemaak hoeveel het bedraagt per aandeel. En hoe meer aandelen u dan hebt des te meer dividend u ontvangt. Daarnaast, dividend is een redelijk stabiel gegeven ondanks dat de markt soms tegen kan zitten, wat betekent dat veel bedrijven historisch gezien een redelijk consistent dividendbeleid hebben weten te handhaven. De vraag voor de belegger is of dat ook voor de toekomst de verwachting is.
Wanneer de koersen dalen gaat de yield (logischerwijs) omhoog - bij gelijkblijvend percentage dividend. Deze kan dan wel oplopen tot 10% en dan wordt het opletten geblazen. Bij dit hoge rendemend kunnen bedrijven besluiten - en practiseren - het dividend te verlagen, want de yield kan eigenlijk immers niet veel hoger worden dan de huidige stand van de rente op de markt.
Soms wordt er in plaats van cashdividend stockdividend uitgekeerd. Indien dat 3% bedraagt dan krijgt men 3 nieuwe aandelen van de onderneming voor iedere 100 aandelen die men in portefeuille heeft. Omdat er nu meer aandelen in de markt komen kan het de koers negatief beïnvloeden.
Af en toe wordt er ook een tussen-dividend (interim-dividend) uitgekeerd, voorafgaand aan het slotdividend aan het einde van het boekjaar. Eind aug. '06 bijv. maakte Mittal Steel bekend dat het aan aandeelhouders een interim-dividend van $ 0,125 gaat betalen. Het aandeel doet dan $ 24,95 op de beurs, zodat het dividend daarbij in het niet lijkt te vallen. Maar er moet natuurlijk nog een slotdividend komen en dat zal wel aanzienlijk hoger uitpakken.
Beleggen om het dividend is een algemeen gevolgd principe. De koers van een aandeel is dan minder belangrijk, men belegt niet om koerswinst te realiseren maar om via dividend inkomen te verwerven. Hiertoe is natuurlijk selectief aankopen een must. In het algemeen zou men op deze wijze toch nog 3% of iets meer rendement kunnen behalen, hetgeen t.a.v. sparen jarenlang een goede indruk achterliet.
In roerige tijden behoudt men aandelen met een bewezen constant dividend langer in portefeuille omdat men belegt voor het rendmend. Wanneer een recessie uit het dal begint te klimmen komen deze aandelen ook als eerste bij beleggers in de picture. Tijden later gaat men ook weer aandelen die kwa koers stijgen aankopen.
Om aandeelhouders aan zich te binden heeft DSM een nieuw hechtingsmiddel bedacht: de loyaliteitsdividendbonus. Trouwe beleggers die hun aandelen ten minste drie jaar in bezit hebben gehouden krijgen een extra portie ad 30% dividend uitgekeerd. Dit is uniek in Nederland, maar in enkele buitenlandse bedrijven schijnt het te werken. Dit houdt tevens in dat aandelen aantoonder nu op naam moeten worden gesteld. Het was DSM's antwoord op z.g. hedgefunds. Daarna kregen deze fondsen en private equity e.d. het in de loop van 2007 wel zwaar, want de kredietmarkt kreeg flinke klappen door het instorten van een deel van de Amerikaanse huizenmarkt.
Als u op het ogenblik met beleggen, op korte of langere termijn, een rendement van 5% behaalt, dan doet u het zeker goed, en met 8% bent u een kei. Dit schreven wij al voor de CR2.
Sommige families bezitten hun aandelen tientallen jaren lang (misschien zelfs nog fysiek op naam of aan toonder). Ze gaan er gewoon van uit dat op de lange termijn een aandeel zijn gemiddelde waarde blijft behouden. Het rendement van hun belegging vinden zij in het dividend dat (regelmatig) wordt uitgekeerd. Eigenlijk zijn dit ook de echte beleggers, geen gelukzoekers, maar bijna beleggers pur sang. Zij geloven in de trend dat effecten op de lange duur hun (koers)waarde behouden of zelfs toenemen en samen met het rendemend gemiddeld 3% meer opleveren dan een spaarrekening, die het voordeel heeft minder risico met zich te dragen, hoewel risico afneemt met de toename van de beleggingshorizon. En deze trend om te gaan voor het dividend is dan ook overwegend. Dus al gaan de bedrijven achter de betreffende aandelen door diepe dalen - waardoor hun koersen op de beurs diep zakken - meestal komen er wel dividenden over de brug en op de langere termijn, jaren en tientallen jaren, behoudt het aandeel zijn waarde doordat die zelfs langzaam kan oplopen. De meest verhandelde aandelen, zijn over het algemeen het betrouwbaarst. U kunt ze immers ook weer snel kwijt, zo nodig, omwat winst op te strijken.
Men kan beredeneren dat divident een vestzak-broekzak strategie is. Divident nl. haalt geld bij de onderneming weg en tast haar solvabiliteit aan. Echter, dividend wordt algemeen uitgekeerd uit de winst en niet uit het (eigen) vermogen van de onderneming, behalve wanneer het een jaartje minder goed gaat misschien. Het is geen teken van achteruitgang van het bedrijf en wanneer u het in het oog houdt, kunt u genoegzaam genieten van uw vermogen.
Maar kennelijk zijn er ook korte termijn-trends in de aandelenkoersen te ontdekken. Naast cijfermatig-economische fundamentele beursanalisten, zweren sommigen erbij dat de beurskoersen bijna wiskundig nauwkeurig te beredeneren (technisch te berekenen) zijn. Deze chartisten verdelen de markt onder in een (dalende) bear en (stijgende) bull market aan de hand van charts, afbeeldingen van lijnen en breekpunten in de koersen die al eerder op- of neergang lieten zien. Zij laten zich hier dikwijls door leiden in hun aan- en verkoopadviezen of besluiten.
Defensieve aandelen zijn die, die in waarde toenemen wanneer de economie krimpt, hetwelk vooral geldt bij technisch georiënteerde bedrijven. Op dat moment is het mischien verstandig aandelen te kopen die bijv. voedsel produceren, want dat hebben mensen altijd nodig.
In Nederland is de hoofdindex en belangrijkste graadmeter van beurs- genoteerde bedrijven met het grootste aantal verhandelde aandelen de AEX (Amsterdam Exchange Index). Deze is het forum waarop sinds 1983 in Nederland vraag en aanbod van effekten bij elkander worden gebracht. Op 4 maart 2008 vierde deze beurs haar 25 jarig bestaan. Inmiddels is het onderdeel gaan uitmaken van Euronext die tevens beurzen in Londen, Brussel, Parijs en Lissabon exploiteert.
In de loop van 2006 was er sprake van dat Euronext door een Europese of Amerikaanse beursonderneming zou worden overgenomen. Uiteindelijk lijkt het erop dat de NYSE de Euronext zal opslokken, waardoor we met Amerikaanse managers en wetgeving te maken krijgen. Reden waarom Europa een vetorecht claimt bij het benoemen van Amerikaanse topmanagers.
Vervolgens is in de loop van 2007 Euronext inderdaad opgeslokt door de NYSE, zodat de naam veranderd is in 'NYSE-Euronext', het allereerste aandelen beursplatform van mondiale omvang.
De EAX-index (ook aangeduid als Euronext Amsterdam, het Damrak of Beursplein 5) is gewoonlijk opgebouwd uit de 25 meest verhandelde fondsen, betrouwbare ondernemingen van wie het Damrak de AEX* dagkoersen (eerst slechts 45 en nu bijna 500 fondsen) bijhoudt. Hierbij wordt dividend geheel buiten beschouwing gelaten, zodat uitsluitend de koersverschillen in aanmerking worden genomen. Hoewel begonnen werd met het vermelden van de kale koersen, is er in de loop der tijd meer evenwicht aan de AEX toegevoegd door met gewogen koersen te werken. Dit houdt in dat minder 'belangrijke' ondernemingen wat minder gewicht in de schaal leggen dan 'belangrijker' ondernemingen, naast meer spreiding van de soort ondernemingen, wat een evenwichter koersbeeld oplevert. Aan de andere kant, als er dan een credietcrisis komt en de voornaamste noteringen zijn banken, dan voelt de AEX dat wel heviger, zoals is gebleken.
Hun voorname plaats ziet men aan hun koers of bedrijfsaard niet af, want de onderneming met de laagste koers staat eind nov. '06 genoteerd op € 4,02 en de onderneming met de hoogste op € 90,65 terwijl er banken, staalconcerns, elektronikabedrijven en voedselconcerns in zijn opgenomen. Deze koersen komen tot stand door het aantal aangeboden en gevraagde aandelen per beursdag van ieder fonds in overweging te nemen. De gemiddelde gewogen waarden van deze 25 indices leveren een slotgetal als indexcijfer op dat de AEX-index wordt genoemd. Haar koers eind september 2006 bijv. bereikte opnieuw het hoogtepunt van vier jaar geleden nl. 480 punten met alsnog een verwachting naar boven, terwijl begin dat jaar met 420 werd begonnen. Drie jaar geleden stond deze index half zo hoog. Er kon dus wat verdiend worden met beleggen, en naar verwachting zal ook de komende jaren de index verder stijgen. De hoogsste koers ooit van de AEX was 701,56 op 4 sept. 2000, net voordat de internethype ontplofte. Loop november 2006 begint de AEX hijgend naar de 500 punten op te stomen, waarna tot augustus 2007 op 550 gepiekt kon worden, maar binnen ongeveer een week zakte de AEX weer in tot 490 om kort daarop weer naar ruim 514 op te lopen. De schrik kwam door de augustuscrisis op de kredietmarkten. De beursweek die op 17 aug. 2007 eindigde liet op die dag de grootste handelsomvang ooit noteren.
Soms verdwijnt er een onderneming uit de AEX en moet er een vervanger komen. De samenstelling van de AEX vindt jaarlijk plaats in maart. Men overweegt vaag om zo'n herweging twee of meerdere malen per jaar te doen. Het laatste fonds dat een plaatsje heeft gekregen op het AEX-podium is het navigatieconcern TomTom, maar de vraag is of dit niet een beetje te vroeg is geweest. De firma voldeed echter aan de voorwaarden om in de AEX opgenomen te kunnen worden. VNU verdween door een overname uit AEX en naar men aanneemt zal ook Getronics eruit vallen. Voor deze twee fondsen zullen vermoedelijk Randstad en Mittal in de plaats komen. Klik op deze plaats* om de namen en indices van alle hoofdfondsen te bekijken.
In maart 2008 werden Tele-Atlas en Corio toegevoegd, om het verdwijnen van ABN-Amro en Numico te compenseren. Maar ondanks alles is de AEX een van Europa's populairste en snelgroeiendste indici geworden.
Als men er van uit gaat - wat sommigen doen - dat veel fondsen op het moment toch wat ondergewaardeerd staan genoteerd, dan zit er nog heel wat in voor AEX-koers in de toekomst. En het zegt iets over de robuuste kwaliteit van onze economie en de conjunctuur in het algemeen, wat echter weer niet veel zegt over de individuele inkomens van de Nederlander.
Tegenwoordig kent men ook de z.g.n. (index)trackers. Dit zijn fondsen die een mandje van AEX-aandelen bevatten en als het ware de AEX volgen. Deze laten u niet alleen delen in koerswinsten maar nemen ook het dividend mee. In Amerika en ook in Europa hebben beleggers ze gevonden, maar in Nederland worden ze nog slechts in zeer beperkte mate gepromoot. Er zijn trackers die diverse beurzen in de wereld volgen.
Het ziet er naar uit dat de AEX concurrentie gaat krijgen in Europa in de vorm van een nieuw handelsplatform. Diverse commerciële banken willen een eigen beurs-index opzetten. In welke vorm moet nog blijken. Zij zullen de verhandeling van aandelen goedkoper kunnen afwikkelen, hoewel dat in de praktijk voor de consument voorteerst niet merkbaar zal zijn. De dag voor deze aankondiging had Euronext nog een tariefsverlaging van minstens 10% aangekondigd, waarmede de voorlopige monopolist bekende wel te weten wat er in de markt speelt.
Het grote probleem is dat u als particulier niet zelf op de beurs aandelen kunt kopen. U zult naar een bemiddelaar toe moeten, een bank of een (internet)broker/commissionair (die weer bij een market maker terecht komen, een instelling bij wie vraag en aanbod samenkomen en die als enige gerechtigd is op de beurs te kopen resp. te verkopen en mede prijsbepalend is dus vraag/aanbod·¨ - bid/ask middelen en ve¼rdient aan de spread, het verschil tussen aan/verkoop van aandelen, die daalt naarmate het aantal verhandelde aandelen - volume - stijgt). Een broker maakt het moegelijk online de waarde van uw portefeuille (aandelenbezit) te volgen. En dat kost geld dat van uw geboekte aandelenwinst af gaat en niet zo weining ook. Het is zeer verstandig een bemiddelaar te zoeken die per transactie niet te veel rekent en niet zo veel bewaar/beheerloon eist. Struin derhalve de markt af. Eventueel kunt u voor deelname in een fonds kiezen, waardoor het risico weer iets meer gespreid wordt, en dat is de moeder van alle wijsheden in beleggersland. Alleen, echt risico spreiden lukt u alleen met een voor de meesten onmogelijk kapitaal van 500.000 euro. Hebt u nu een klein beetje door hoe moeilijk goed beleggen eigenlijk is voor de gewone man - maar ook voor de professional, kijk maar naar de credietcrisis die ondanks pro's een kans kreeg? M.a.w., beleggen maakt het mogelijk dat u in één keer uw volledige kapitaal¹ kwijt bent en tot armoede vervalt. Klinkt niet aanoedigend, maar is gewoon ter verduidelijking van het feit dat omgaan met geld enorm veel aandacht vergt.
D e alternatieve beursindex sinds de zomer van 2006. Het is een nieuw initiatief van Euronext dat het voor kleine bedrijven makkelijker moet maken een beursnotering te kunnen verkrijgen en ze wordt daarom ook wel de kleintjesbeurs genoemd. De bedoeling ervan is o.a. dat kleinere fondsen beter verhandelbaar worden. Het begint een populaire gelegenheid te worden voor vooral snelgroeiende technologiebedrijven. De beurs voor kleine ondernemingen is in 2007 reeds actief i¦ n Brussel (5) en Parijs (60 bedrijven). Meer dan de helft van it-ondernemingen die een beursgang overwegen denken aan de Alternext. Maar wet- en regelgeving houdt £nog menig onderneming tegen om de sprong te wagen . Aan de andere kant zijn de toelatingseisen minder zw²aar en zijn er minder regels, ook wat betreft dµe verslaggeving. Voor jonge en groeiende beginners dus goede reden om een kans te wagen en misschien niet meer van durfkapitaal, banken en financieringsmaatschappijen afhankelijk te zijn, terwijl de aandelen makkelijker verhandelbaar worden. Kapitaal werven wordt goedkoper. Voorlopig houdt men het erop dat er zich in 2006 nog zo'n zes kandidaten voor de Alternext zullen aanbieden. Tot op dit moment is er echter nog geen sprake van gewenste fiscale steun vanuit Den Haag.
Eigenlijk gaat de beurs pas van start als er een bedrijf zich heeft aangemeld. Groot nadeel van een beursnotering is dat een bedijf ineens onderdeel wordt van het publieke domein, er komt een verplichting wat betreft informatie en men moet rekening houden met allerlei belanghebbenden. Dat kan verlammend werken op het ondernemerschap. Voor de Alternextnotering zijn een trackrecord van minstens twee jaar vereist en er moet voor minstens 2,5 miljoen euro aan aandelen worden geplaatst. De overheid overweegt fiscale voordelen voor Alternext-bedrijven.
In de loop van november kwam de eerste candidaat voor de Alternext zich aanmelden. Naar alle waarschijnlijkheid zal het detacheringsbureau The Member Company (TMC) op 24 nov. 2006 een notering aan de Alternext verkrijgen. Het bedrijf zal voor €20 miljoen ruim anderhalf miljoen aandelen uitgeven met een bandbreedte van €12,75-€14. Echter, particulieren kunnen alleen bestens inschrijven.
En zo geschiede, hoewel de notering met €12,75 werd geïntroduceerd en met €12,74, een verlies van een eurocent, een eerste notering kreeg, bracht deze in totaal slechts €6,4 mjn op. Koudwatervrees meende men dat de oorzaak was voor het iets teleurstellende resultaat, naast de tendens dat de belegger voorlopig toch maar voor wat meer grote fondsen te kiest.
In de loop van 2007 heeft de Alternext nog slechts twee noteringen, het eerder genoemde bedrijf waar zich de Koninklijke Reesing bij heeft gevoegd. Men had er meer van verwacht, want de Alternext is toch opgezet om te voorkomen dat startende ondernemers niet meer bij durfkapitalisten behoefden te bedelen. Maar zelfs grotere familiebedrijven hebben moeite met de ALTERNEXT blijkt tot in 2008. Men geeft de schuld aan de verkeerde promotie die de voordelen niet voldoende naar voren brengt, zoals het private placement. Nog steeds geldt het in Nederland 'dat toch niemand naar de Alternext gaat.' (maaar naar de Engelse AIM, toch.). Tot nog toe wendde men zich tot de private equity voor geld als familiebedrijf, mede om eigen zeggenschap in stand te houden. De Alternext werkt aan het imago.
U w geld kunt u niet alleen in aandelen beleggen, maar ook in obligaties. Het is zelfs raadzaam om een vast deel van uw - groot of kleine - vermogen in obligaties weg te zetten (zie elders op deze pagina). Maar eerst, wat zijn obligaties?
Een obligatie is in feite een schuldbekentenis van een lening die voor een vastgestelde tijd wordt aangegaan. Meestal koopt u obligaties van nominaal €1000,-- die worden aangeboden door de Staat (staatsleningen) tegen de uitgiftekoers (bijv. de 2004-2014 75,25% tegen 99,3% uitgifte) en ook wel door bedrijven en diverse instellingen. De aanbieders van obligaties erkennen dat zij bij u in het krijt staan voor dat bedrag en dat zij u voor deze lening een vergoeding in de vorm van rente - per jaar - zullen betalen en aan het einde van de looptijd, die in jaren wordt uitgedrukt, hun lening (voor 100% - a pari) te zullen aflossen. Omdat de Staat eigenlijk niet failliet kan gaan vertrouwen velen een deel van hun vermogen op deze wijze aan de overheid toe. De meeste obligaties geven recht op een vaste rente, hoewel u dient op te letten of gewenste obligaties wellicht een variérende rente bieden of nog een andere verschijningsvorm hebben. In het algemeen dienen (internet)banken als de tussenpersonen via wie u obligaties op de obligatiemarkt koopt. Het woordje markt zegt het al: obligaties kunnen worden verhandeld en gaan daardoor een eigen prijs krijgen, een prijs die meestal afwijkt van de oorspronkelijke waarde.
Omdat de overheid in ons land zoveel geld nodig heeft om alles rond te kunnen breien, vormen staatsobligaties¸ een groot deel van de kapitaalverstrekking op de obligatiemarkt. In diverse dagbladen worden dagelijks de koers van de bijv. top-20 staatsleningen afgedrukt en maakt men melding van de uitgifte van nieuwe obligatieleningen waarop u kunt inschrijven. In diverse dagbladen treft u ook veel koersen aan van bedrijfsobligaties. De huidige verhandelkoers van een obligatie wordt vermeld in %-en van de nominale waarde. Dikwijls wordt tevens het effectief rendement aangegeven. Velen menen dat zij een vast deel van hun vermogen moeten beleggen in (staats)obligaties, voor alle zekerheid. Ook bij deze vorm van beleggen dient rekening te worden gehouden met de transactiekosten in welke vorm dan ook. Als u meent dat u door uw obligaties te verkopen winst kunt behalen, dan verkoopt u ze gewoon op de obligatiemarkt. U zult echter uw nieuw verkregen geld opnieuw dienen te investeren om uw vermogen op peil te houden. Dat is een inherent deel van vermogensbeheer via het aanhouden van een beleggingsportefeuille. En niet te veel handelen levert immers ook geld op.
Op de financiële pagina's van veel dagbladen treft u nog de AMX (Midkap) aan, dit zijn de fondsen die eigenlijk de plaatsen 26 t/m 50 in de AEX zouden moeten innemen, maar niet aan de voorwaarden daarvoor voldoen. De verdere 25 (die dus in feite de plaatsen 51 t/m 75 zouden innemen) beursgenoteerde fondsen staan in de AScX-index. Daarnaast treft u op deze krantenpagina's meestal de overige wel en niet beursgenoteerde fondsen aan, en de wisselkoersen van de diverse valuta of vreemd geld, de valutamarkt, vaak goud- en zilverprijzen en grondstoffen (commodities), de rente, alsmede diverse buitenlandse fondsen en beursindexen (Dow Jones), naast derivaten zoals opties/futur·es.
Wat u ook zult aantreffen zijn de koersen van beleggingsfondsen. Dit zijn over het algemeen door banken in het leven geroepen pakketten van diverse aandelen die door een eigen fondsmanager worden beheerd en die men onder één n¢aam op de markt brengt. Het idee er achter is dat door deze ingebouwde spreiding het beleggingsfonds stabieler van waarde is en meer groeikans kent dan ieder enkel aandeel uit het beleggingsfonds op zich. U dient er wel rekening mee te houden dat uw rendement van deze fondsen flink wordt geminimaliseerd door de - jaarlijks - in rekening gebrachte (beheer)kosten. Dit wordt veroorzaakt doordat de voorwaarden die aan zo'n fonds kleven voor de belegger niet transparant genoeg zijn geweest, waardoor verborgen kosten die de bank rekent niet voldoende duidelijk overkwamen.
Ten slotte worden op de meeste financiële pagina's de aan- en verkoopkoersen van veel staatsleningen aangetroffen in de vorm van obligaties, en grafieken van aandelen, valuta of een beurs over de laatste paar maanden.
D iverse zenders plaatsen op teletext meestal enkele pagina's beursnieuws aangevuld met de aandelenkoersen. Dit geldt voor zowel de nationale als enkele buitenlandse zenders waaronder BBC, CNN, Euronews, enz.
Wilt u naast deze gegevens ook de berichten van veel analisten (en dagbladen, banken, vermogensbeheerders, enz.) bestuderen, dan is het internet een welhaast onuitputtlijke bron en handig, omdat er veel Nederlandse sites on line zijn. Met wat zoeken zult u een ware Fundgrube aan bruikbare (gratis) financiële informatie aantreffen.
Op het internet heeft ook in Nederland het 'online' beleggen een grote vlucht genomen. De twee grootste en typische online internet beleggings bankiers zijn BinkBank.nl (die Alex.nl heeft overgenomen) en Today's Brokers(.nl) als kleinere en billijkste. De vergoeding hiervoor bedraagt meestal alleen de transactiekosten opgedeeld in een vast min. bedrag en een percentage van de omzet. Maar tegen andere tarieven wil men u tevens van advies voorzien.
H et werd reeds duidelijk dat u ook buitenlandse aandelen kunt kopen. Bijv. Japanse, die kennelijk op dit moment zeer laag staan door omstandigheden, want de rente in Japan is laag (was tot voor kort zelfs 0%) wat eigenijk goed is voor (hoogte van) de aandelenkoersen. Tegenwoordig komt ook de Chinese beurs wat meer in het beeld, maar deze is nog niet zo gereguleerd als wij gewend zijn zodat er binnen kote tijd grote schommelingen (50%) kunnen plaats vinden. Maar de Chinees is wel beleggingsgek, mede omdat hij nergens met zijn geld heen kan en mag. Deze economie groeide er tot een 10/11 procent per jaar en een groot deel van de productie is voor het buitenland bestemd. Wanneer de groei van de Chinese economie onder de 9% komt, dan slaat bij Chinese managers de paniek toe, want dat kan het enorme land niet hebben zonder sociaal onrustig te worden. Het land begint olie te gebruiken en westerse goederen te importeren. Kortom er wordt handel gedreven en er ontstaat een aandelenbeurs. In 2010 is China uitgegroeid tot een economische wereldspeler waar ieder andere natie geducht rekening mee houdt. Niemand is bijv. bij machte onm China te dwingen haar CO2 uitstoot aan bande te leggen.
Dit gaat ook op voor India, zij het iets trager. Dit laatste land heeft intussen een ca. 140.000 miljonairs voorgebracht en zit nog vol mogelijkheden. Hierbij moet aangetekend worden dat er naast een gegoede middenstand van aardige omvang, het merendeel van de bevolking nog pure armoe lijdt. En zelfs wordt er in Rusland belegd, een land dat met Brazilië en voornoemde natiën als de BRIC wordt aangeduid. Op al deze beurzen kunt u terecht, hoewel in China via een omweg. Afrika begint economisch interessant te worden, waarbij u echter veel reserves in acht moet nemen. Een groot deel van Afrika doet goede zaken met China, dat dat ongemerkt een groot aandeel in de economie heeft verworven, maar vaak eigen (Chinese) werknemers in dienst heeft. Houd in het oog dat het allemaal markten in ontwikkeling zijn die niet de zekerheden kennen van onze ontwikkelde en gereglementeerde effectenbeurzen en bewezen fondsen. In feite om de hoek vindt u de BEL20, de Belgische AEX als het ware, met de twintig best presterende Belgische ondernemingen, in Frankrijk de CAC40, de FTSE100 in Engeland en de Xetra in Duitsland.
Beleggen op de Amerikaanse markt is mogelijk via de meeste banken en u treft daar op bijv. de NYSE zelfs Nederlandse* fondsen aan. Een van de meest geraadpleegde, aangehaalde en langst dienstdoende indexen ter wereld is de DOW, de Amerikaanse Dow Jones index (aan de NYSE, ook wel als Wall Street aangeduid). Deze index berust op de 30 belangrijkste industriële pilaren in Amerika (o.a. 3M, Boeing, Coca Cola, Dupont, General Motors, HP, IBM, Intel, McDonalds, Microsoft, Walt Disney) en is mondiaal toonaangevend en vaak stemmingmakend, want bijv. Amsterdam reageert sterk op de Dow.
|
Ethisch en moreel verantwoord beleggen |
M isschien is dit wel het moeilijkste onderwerp tot nog toe. Is het in deze niet alleen geïndustrialiseerde en vercommercialiseerde, maar ook bijna karakterloze maatschappij nog wel mogelijk er ethiek en mores op na te houden wanneer u belegt?! De grootste industrie ter wereld is nog steeds de wapen- of oorlogsindustrie, euphemistisch wel als 'defensie industrie' aangeduid. Zelfs gewone Nederlandse industriën hebben divisies die voor defensie werken en Airbus is internationaal een deelonderneming van en gefinancierd door het Frans/Duitse defensiegigant EADS, een oorlogsgigant dus. Het grootste defensieconcern ter wereld, het Amerikaanse Lockheed Martin, zet bijna tien miljard euro per kwartaal om. In dat bedrijf beleggen wordt niet als duurzaam gezien in de zin van etisch verantwoord. Fylosofisch beschouwd ontkomt men er niet aan te concluderen dat aandelen en politiek in het algemeen verantwoordelijk zijn voor het relativeren van goed en slecht, waardoor ethiek een randverschijnsel wordt. Etisch beleggen blijkt praktisch gesproken slechts schone schijn te zijn. Wanneer u spaart bij een bank en wilt weten in elke ondernemingen de bank belegt om uw rente te kunnen uitbetalen, kijkt u eens op eerlijkebankwijzer*.
Mensen beleggen duurzaam bij een bank, maar kennelijk klinkt alleen de naam van het fonds duurzaam. Verstonden we onder duurzaam beleggen het vasthouden van de aandelen gedurende meerdere jaren, de trend is steeds meer er mens-, dier- en milieuvriendelijk onder te verstaan. In die zin heeft duurzaam beleggen een grote vlucht genomen, want sommigen laten hun geweten een beetje meespreken in die inmiddels tot dertig uitgegroeide fondsen. Dit wordt ook wel als groen of beleggen met het hart omschreven. Maar wanneer dat hart of geweten niet geoefend is, spreekt het niet snel en lijken duurzame of eerlijke groene fondsen goed, terwijl ze toch door financieel anti-etisch terroristische krachten worden aangestuurd. Hoe kan anders de handel in bont tabak, bio-industrie, slaafchocolade, dierproeven, kernenergie, verboden diersoorten, bloed- of oorlogsdiamanten, immorele en milieuonvriendelijke activiteiten en wapentuigfabricage van mijnen en clusterbommen, reklame bij vecht- en risicosporten, en met anti-milieu groepen, kinderarbeid, corruptie en illegalen blijven bestaan? Ook vallen olie-, automobiel- en vliegtuigindustrie in feite onder de betreffende noemer, immers waaronder heeft het milieu ernstiger te lijden!
Als voorbeeld van een onverdacht aandeel neemt men wel eens beleggen in een hotelketen. Lijkt niets op tegen, maar u financiert wel de eraan verbonden gokcasinos's mee, wat u niet had bedacht. Dus of er echte duurzame bedrijven bestaan is vandaag de dag twijfelachtig, waardoor het er verdacht veel op lijkt dat brandschoon beleggen eenvoudigweg een utopisch onmogelijke zaak is geworden. Groen beleggen is momenteel een hype; u kunt er aan meedoen, maar het gaat wel weer over door de volgende erdoor opgeroepen crisis. Het heeft er meer van weg een nieuw product in de markt te zetten dan het groen te bevorderen. Wel is het zo dat veel fondshouders (o.a. het ABP) in 2007 onder druk hun portfolioos hebben opgeschoond door aandelen van clusterbomfabriekenten e.d. eruit te verwijderen. Tenslotte wijzen we op het bestaan van de Verantwoorde Ketenbeheer Award (VBDO).
De Staat der Nederlanden zorgt ervoor dat iedere Nederlander een pensioengeld (AOW) krijgt wanneer hij of zij (nog) 65 jaar is geworden. Dit is de eerste pijler onder het Nederlandse pensioenfondssysyeem. Soms is de hoogte van dit pensioen afhankelijk van het aantal jaren dat men in Nederland heeft verbleven. En nu komt er meteen een probleem om de hoek kijken: wat als u niet vanaf uw 15e t/m mijn 65e in Nederland hebt gewoond? Dan zult u dat pensioengat zelf moeten bijkopen, anders zal uw AOW-recht financieel lager uitvallen.
Daarnaast bouwen en betalen veel Nederlanders aan de tweede pijler: een (persoonlijk) pensioen voor na hun pensioenering, bij een pensioenfonds, (verplicht) via de baas - die meebetaalt gedurende hun werkzame leven en salarisopbouw. Dit fonds doet ook aan fondsvorming, waaruit later het pensioen wordt betaald. Maar wanneer zij jaren hebben gewerkt - eventueel bij een baas - en niet bij een pensioenfonds waren aangesloten, dan hebben zij een pensioengat. Zij kunnen ook dit weer aanvullen door er later pensioen voor bij te kopen, maar dat is fors in prijs.
De derde pijler is een verzekeringsproduct dat mede als aanvullend pensioen kan dienen is o.a. het individuele pensioen (o.m. lijfrenteverzekering), maar het uit te keren bedrag staat niet apart naast het vermogen van de verzekeraar. Het is dan goed dat u dit pensioen niet slechts op de waarden van aandelen laat rusten. Een deel in obligaties aan houden is dikwijls niet onverstandig. Praat hierover intensief met degene bij wie u uw pensioen afsluit, want ieders omstandigheden zijn anders. M.a.w., in het geval dat de (pensioen)verzekeraar failliet gaat, is (een deel) uw pensioen ook verdwenen, zoals in Amerika het geval was toen begin deze eeuw het machtige energiebedrijf Enron omviel. Toen werd men niet slechts werkeloos, maar ook verdween ieder recht op pensioen dat men bij het bedrijf had opgebouwd. Dus ook na de pensioengerechtigde leeftijd dienden de slachtoffers te blijven doorwerken.
Zulke onzekerheden vragen om oplossingen, want men kan daardoor na de pensionering soms niet meer verder leven zoals men dat gewoon was. Daarom is het voor iedereen altijd goed om na te denken over de mogelijkheden voor een oudedagsvoorziening.
Vooral in tijden van financiële onrust maakt men zich hier zorgen om. Bijv. of het pensioenfonds wel gedeeltelijk of geheel aan zijn verplichtingen kan blijven voldoen. Dergelijke fondsen zijn weliswaar gereguleerd, de staat en de wet stellen eisen, maar waar niet is, verliest de keizer zijn recht. De eis is bijv. dat een pensioenfonds een bodemdekking of minimale dekkingsgraad - 105% eist de DNB - heeft, een stevig fundament, dat ten minste een beheerd kapitaal omvat dat meer is dan waarin op dat moment voorzien moet worden (in de vorm van pensioenuitkeringen). Na 2008 zakte de dekking van het ABP bijv. tot 95%, terwijl deze daarvoor nog 145% bedroeg. Om ook indexering van de pensioenen mogelijk te maken, blijft een dekkingsgraad van minimaal 125% noodzakelijk. Begin 2010 begint de dekkingsgraad weer naar de 105% te stijgen, maar duiken er nieuwe problemen op, o.a. de vergrijzing met meer pensioengerechtigden en daarnaast minder premiebetalers. Het percentage van het brutoloon dat werkgevers dienen in te houden voor het aanvullend pensioen moet van 15 naar 17% en elders van 23% naar 27%, terwijl de bijdrage van de werkgever uiteraard ook omhoog moet. Althans, dat beweren sommigen allemaal. Is de vergrijzing wel zo erg onvriendelijk als wordt ze wordt afgeschilerd.
De dekking bestaat uit meerdere onderdelen. In de eerste plaats de pensioenpremies die iedereen betaalt. Maar als de maatschappij vergrijst, betalen minder mensen premie, en de dekking komt in gevaar. Daarnaast wordt een deel van het vermogen belegd, en hier zit 'm de kneep. Want beurskoerzen kunnen stijgen, maar soms ook gemeen diep dalen. Dan komt de dekkingsgraad eveneens en nog erger in gevaar. Veel pensioenfondsen kwamen in 2009 onder de 100% uit.
Een oplossing lijkt dan een verhoging van de premie (door de werknemer en een deel door de werkgever in Nederland), of een verlaging van de uitkeringen te zijn. En soms is dat ook noodzakelijk. Het schrappen van de indexatie is eveneens nog een optie. Dan vervalt het aanpassen van het pensioen t.a.v. de prijsindexatie of tewel de inflatiecorrectie, hetgeen zeer effectief kan zijn. Het pensioen gaat er niet op vooruit, betekent dit. Wanneer de economie weer goed aantrekt, kan er een pensioencorrectie of reparatie in zitten, men krijgt weer wat meer. Het gaat er echter om dat de laatste maatregelen niet noodzakelijk zijn. Een geod toezicht is derhalve een eerste vereiste, want hoe goed ook bedoeld, iedere handeling drijgt altijd uit de hand te willen lopen. Toezicht moet dit in het oog houden en tegenhouden. Daarom denkt men in de toekomst wat voorzichtiger om te gaan met aandelen om de vereiste dekkingsgraad in stand te houden. Daarom moet vooral hoe het spreidingsbeleid van pensioenfondsen worden aangepast om minder afhankelijk te zijn koersschommelingen op de effektenbeurzen.
Sluit u zelf een extra (individueel) pensioen af, let dan op de kosten ervan, want die kunnen in totaal wel 40% to 60% van uw jaarlijks inleg bedragen. Het dient u - als leek - volkomen transparant te zijn wat u krijgt en helemaal wat het u kost! Een nieuwe speler op de markt die zeer concurrerend is kwa kosten, is BRAND NEW DAY*. Log er eens in, want zij zullen vermoedelijk bepalend zijn voor de (aanzienlijk lagere) kosten die andere in rekening zullen gaan brengen. De trend is gezet, lijkt het.
|
Een eigen portefeuille beheren |
W anneer u van plan bent als particulier toch zelf een aandelenportefeuille aan te leggen, dan moet u bij een (internet)bank een effecten/belegingsrekeningopenen. Dat kan bij uw eigen bank of een bank die u de minste transactiekosten bij aan- en verkoop van aandelen in rekening brengt. Of u daarnaast nog advies van de bank kan verwachten hangt meestal af van de hoogte van het vermogen dat u bij hen in aandelen wilt onderbrengen. Houd in het oog dat transactie- en beheerkosten het rendement van uw portefeuille stevig kunnen laten bloeden, vooral wanneer u regelmatig de inhoud van uw portefeuille aanpast, dus een actieve belegger bent met een klein vermogen. Het is zaak rustig te kijken naar wat professionals ook doen: het ontdekken van ondernemingen die goede (bovengemiddelde) winstcijfers verwachten in de de toekomst, want dat doet de koersen (bovengemiddeld) stijgen. Dit is een vrij algemeen geldende regel, en een die in het algemeen tijd en geduld eist. Want, geachte lezer, beleggen gaat niet om winst, maar het is niets meer of minder dan het inschatten van het risico dat de door u belegde gelden minder opleveren dan u verwacht. Een belegger is iemand die moet kiezen tussen rendement en risico, want dat is beleggen, een afweging tussen het te nemen risico en het eventuele rendement. En dit is een harde realiteit. U kunt iets verdienen met beleggen, maar voor het zelfde geld bent u uw ingezette centjes of vermogen gewoon (grotendeels) kwijt. Het is niet direct te vergelijken met een casino, want uw invloed blijft aanwezig, maar uw vermogen kan buiten u om wel eens opeens verdwenen zijn.
Bij al het bovenstaande zijn we uitgegaan van een fun£
damentele beleggingsstrategie, aanwijzingen die u zelf uit het marktgebeuren en de economische cijfers kunt afleiden. Daarnaast kennen we echter nog een strategie, die volgens de technische analyse verloopt. Hierbij gaat men uit van aan de hand van de markteigenschappen ontwikkelde statistieken, grafieken en patronen. M.a.w. we kijken nu niet naar de feitenlijke cijfers, maar veel meer wordt de historische ontwikkeling van de beurs - wat betreft op en neergang en de duur ervan - gevolgd. Men kijkt naar de beurs op dit moment en probeert dan een gelijkwaardige eerdere ontwikkeling te zien, die in grafieken is vastgelegd, en men meent dan te weten wat er vervolgens gaat gebeuren, omdat van gelijkwaardige historische grafieken de uitkomst bekend is. Dit is weer een wereldje op zich. Misschien iets om in de loop der tijd ook eens aandacht aan te besteden of er in de lektuur eens wat over na te lezen. In ieder geval hopen we in okt. 2008 niet dat de grafieken - de technische analyse dus - gelijk krijgen, want dan duurt de crisis nog wel even. Kijk
· ook eens naar bijv. dit korte artikeltje* dd. 7 aug. 2007.
Vrijblijvend beleggen is er niet bij, U dient er in feite goed op voorbereid te zijn. Tussen haakjes, doe het alleen met geld dat u over hebt en nooit met geleend geld. Bedenk dat u moet spreiden, anders is het zeker gokken op één paard. Goed spreiden doet u door ten minste 30 fondsen in portefeuille te nemen. Bedenk daarbij dat dit de nodige aankoop- en beheerkosten met zich meebrengt wat ten koste gaat van het rendement. U begrijpt dat dan slechts met een fiks bedrag wat te verdienen valt. Om de kosten enigszins in de hand te houden, beleggen velen in een beleggingsfonds van een aanbieder. Die spreidt voor u en het kost slechts een keer aankoopkosten.
Uw belegging moet een goed rendement opleveren. Dit moet hoger zijn dan de inflatie, ca. 2 tot 3.5% per jaar, en het moet meer winst boeken dan de rente bij een bank (2 tot 3,5%), samen dus ten minste 5 tot 8%. Veel beroeps fondsmanagers halen dit niet, laat staan dat u dit bereikt. Het is maar dat u een idee hebt van waaraan u begint.
Wanneer u effekten gaat kopen, doet u dat niet alleen op gevoel of sentiment. Besluit aan de hand van door uzelf ingewonnen informatie, waar u die dan ook vandaan haalt. Van het internet, prospecti, boeken, beleggingsclubs of beleggingscursus, de dagbladen, enz. En houd vast aan uw motivatie om te gaan beleggen, het bedrag dat u er voor uit hebt getrokken, het principe van spreiding en ga niet mee met de waan van de dag. Dit laatste houdt in dat als iedereen koopt is iets duur, en als iedereen verkoopt lijdt u verlies (dus maar liever even afwachten in het laatste geval). In beginsel behoeft een particulier niet langer minder geïnformeerd te zijn - zodat hij minder effectief kan beleggen - dan een professionele beleggingsdeskundige, daarvoor ligt informatie tegenwoordig voor iedereen binnen handbereik beschikbaar. Een particulier is dikwijls zelfs vrijer om te handelen, want een bedrijfsbelegger is verplicht bepaalde veiligheidsaspecten ingebouwd te houden. De particuliere belegger moet daarentegen leren de gegevens uit de markt te interpreteren, kennis van de markten te verkrijgen en daarop gezond verstand los te laten.
Ook de beurs is beslist geen boom waar geld aan groeit al lijkt het soms zo. Wanneer u daarom wat wilt spelen met beleggingen, dan is het aan te raden dat te doen met geld dat u over hebt. En wilt u wat bewuster beleggen, dan zult u het volgende in het oog willen houden, want aandelen zijn en blijven een risicodragende beleggingen. Wie een aandeel koopt, heeft recht op twee dingen; deze zijn invloed op de onderneming (stemrecht) en recht op dividend. De invloed gaat meestal naar de comissarissen, omdat aandeelhouders vaak wisselen, en het dividend kan wel eens - vaak - worden overgeslagen.
Hoewel u winst wil t behalen, ook rendement genoemd, dient u ten eerste altijd de risicofactor die u door uw handelingen verricht in overweging te nemen; u kunt immers uw belegde gelden verliezen, laten beurscrises zien. Aandelen vormen derhalve een risicodragende belegging, want o.a. het dividend kan gepasseerd worden (vindt de AVA) en de koers kan dalen (vindt het - sentiment van het beleggend - publiek). U dient daarom uw eigen risicoprofiel te kunnen bepalen naast het risicopeil van uw portefeuille. Dit klinkt al niet makkelijk, maar dat is beleggen ook niet, anders dan zou iedereen rijk zijn; bij wijze van spreken. Deze risicobepalingen gaan u en uw geld - uw vermogen - beschermen bij het beleggen, want u komt in een hard zakelijke en gevoelloze wereld terecht, die niet op uw winst uit is, maar op eigen voordeel. Zij zijn de waakhonden die de grenzen bewaken waarbinnen u - naar eigen inzicht als dat van adviseur - veilig kunt handelen.
Wanneer u een beeetje wilt oefenen met beleggen, dan kunt u terecht op wie het beste belegt of beursspel iex.
D e macht van (partikulier) effektenbezitters is sinds het ontstaan van internet aanzienlijk toegenomen. En dat komt niet alleen omdat er een Vereniging van Effektenbezitters* bestaat. Het internet heeft niet alleen voorzien in een snelle toegang tot (huidige) koersen, maar tevens in een bredere en diepgaander beleggingsinformatie. De partikulier kan nu over dezelfde gegevens beschikken als de beheermanager van de effektenafdeling bij een bedrijf (maar wordt waarschijnlijk niet even slim). Beleggers overleggen via het internet op sociale sites of fora en delen ervaringen met elkaar. Hierdoor worden bronnen als radio, teletext, tv, e.d., naar de achtergrond verdreven. Via het internet beleggen moet goedkoper zijn en het kan voor optimaler informatie zorg dragen. Het is mogelijk op bepaalde sites vergelijkingen te maken en aan de hand daarvan keuzes te bepalen. Beleggers zijn gewoon minder afhankelijk geworden en als het ware mondiger.
Om als effektenbezitter macht uit te kunnen oefenen, op bijv. de directie van een bedrijf, is wat meer nodig dan een paar aandeeltjes. Weliswaar geeft een aandeel stemrecht, maar op de miljoenen aandelen die er gewoonlijk uitstaan tellen een beperkt aantal beslist niet mee. Men dient ten minste enkele procenten aan aandelen van een concern bezitten om wat druk uit te kunnen oefenen om een bepaalde strategie van een bedrijf aan te passen. Dit kwam o.m. naar voren toen hedgefunds vooral in 2007 hun krachten toonden en macht aan de dag legden. Dat waren kapitaalkrachtige fondsen, alleen of als consortium, met bovendien kennis van zaken. Zij bezaten nauwelijks 3% van het aantal aandelen in een bedrijf. Dat presteert een partikulier niet.
Misschien het lelijkste woord in de beleggingswereld is voorkennis. Kennis die men heeft voordat anderen die kennis hebben. Kunt u zich het geval Airbus (EADS) nog voor de geest halen. Toen verkochten topmannen aandelen even voordat er algemeen bekend werd gemaakt dat de levering van Airbus A380 vliegtuigen vertraging had opgelopen. Deze laatse mededeling zou de aandelen doen zakken, en men zou verlies lijden tenzij men deze tijdig verkocht. En tijdig was voor de officiële bekendmaking. Het kwam echter aan het licht en er vielen ontslagen bij deze topmensen.
Een ander, en weliswaar twijfelachtig geval, deed zich voor bij de beursgang van internet provider Worldonline in 2000, dat het begin van de implodering van de internet- of dotcomhype kenmerkte. Er kwam naar buiten dat de oprichtster, Nina Brink, tegen een lage prijs haar meeste aandelen had verkocht voor de beursgang van het bedrijf had plaats gevonden. Dit leidde tot haar terugtreden en ondergang van de onderneming.
Een vaag spoor van voorkennis is technisch gewoon niet uit te schakelen. Hoe dichter men bij het vuur zit, - familie, vrienden, bekenden, werknemers - hoe warmer men is en des te meer men weet of te weten komt over de gang van zaken bij een bedrijf. Daaraan valt niet te ontkomen. Het is dan aan de onbedoelde (voor)kennishebber daar wel of geen gebruik van te maken.
Maar het voorgaande ter zijde. Onderzoeken hebben aangetoond dat het online beleggen in omvang toeneemt, getuige ook de florisante ontwikkelingen van internet beleggingsbanken. Via het internet beleggen meer dan een miljoen huishoudens in Nederland die voor ruim de helft (als actieve belegger) hun aan- en verkooporders online doorgeven. Over het algemeen spelen de mindere kosten daarvan een belangrijke rol.
Anno 2008/9 heeft de macht van aandeelhouders een twijfelachtige status bereikt. Door hun (nieuwe) invloed op het bestuur en de commissarissen hebben zij druk kunnen uitoefenen om voor een kortetermijnwinst te gaan i.p.v. een langer durend voordeel van het concern op het oog te hebben. Zo hebben beleggers meegewerkt aan het ontstaan van de huidige kredietkrisis. Denk nog even aan de macht van een hedgefund/aandeelhouder als boven genoemd. De macht van beleggers gaat weer tanen, zodat zij, niet tevreden met het huidige rendement, hun kapitaal maar elders moeten uitzetten.
Desondanks blijft beleggen een bezigheid met risico's, iets dat u zich goed dient te realiseren. Mailings die bij u in de bus vallen die enorme rendementen beloven (maar gelijkwaardig aan de infame rommelhypotheken zijn), doen u anders geloven. Overleggen is wijsheid, waarbij u ook de eraan verbonden kosten in het oog dient te houden. We zeiden het reeds, het is en blijft een moeilijk vak.
Waar de Chinese machthebbers beducht voor zijn is sociale onrust. Zij moeten ca. 1,4 miljard mensen tevreden houden en dat lukt alleen als al die mensen werk hebben, als er voldoende arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. In dat land lukt 'op dit moment' dat alleen door een economische groei te handhaven en zelfs boven een grens van 8 á 9%, iets dat hier in het Westen onmogelijk lijkt en wellicht ook niet nodig is. De kern van de aangehaalde redenatie is, dat werkgelegeheid o zo belangrijk is. En wanneer iederen werk heeft, zal de economische groei wel afnemen, want iedereen heeft toch al alles. In zo'n economie zullen crises ook minder kans hebben, hetgeen weer meedraagt aan economische en derhalve sociale stabiliteit. De Anglosaksische wijze van zaken doen, het kapitalisme in zijn meest extreme vorm, moet niet gehandhaafd blijven.
Daarom doemen er nieuwe inzichten op ten aanzien van de positie van effektenbezitters en hun macht.
Deze laatste zou kunnen worden ingeperkt, zij behoren niet op een bestuurdersstoel te kunnen gaan zitten, of zelfs een bedrijf te kunnen manipuleren.
De grondgedachte hiervan is dat een berijf - en de economie in zijn geheel - er is om in werkgelegenheid, arbeidsplaatsen, te voorzien en dat onnoodzakelijke winst maken van later zorg is.
Echter, is een effektenbezitter eigenlijk toch niet mede-eigenaar van dat bedrijf, en een eigenaar heeft toch wel iets te zeggen in zijn eigen bedrijf o.a. door zijn stemrecht. Hier is het woord mede-eigenaar een iets te aangedikte uitdrukking. We kunnen beter spreken van mede-deelnemer doordat hij eigenaar is van aandelen; hij neemt deel in een bedrijf, dus, als het hem niet bevalt hoe het gaat, verkoopt hij zijn aandelen gewoon. Hij weet van te voren dat een bedrijf reeds een bestuur heeft en waaraan hij begint, althans, dat behoort een belegger van te voren te overleggen bij zichzelf. Het moet niet zo zijn dat een beperkt deel van de deelnemers in een bedrijf het kunnen dwingen maatregelen te treffen die tegen haar eigenbelang, en derhalve tegen haar werkgelegenheid, indruisen, zoals dat bijv. met hedgefondsen het geval is (geweest).
Daarnaast was het gewoon geworden bedrijven te saneren - in het aantal arbeidsplaatsen te snijden - omdat de winst wat afnam. Dit zou de effektenbezitter wel eens niet welgevallig kunnen zijn en daarom maar saneren de borel. Hier wordt gedoeld op situaties waar duidelijk niet het sociaal/maatschappelijk/culturele belang op de voorgrond stond, dan wel de winst per aandeel. Niet alleen (1.000.000 US banken) managers, maar ook effektenbezitters kunnen aan ongezonde graai- of bonuskultuur doen. Niet slechts het socialistisch-communisme is ondeugdelijk gebleken, het kapitalisme heeft eveneens aangetoond niet de ideale vorm te zijn om algemene welvaart te creëren - 'We hebben er een enorme rotzooi van gemaakt' zei de Amerikaanse staalman Dimicco). Waar het dus op neer komt, is een evenwicht te vinden tussen werkgelegenheid en tevredenheid van de belegger. Het duidt erop dat we het poldermodel niet kunnen handhaven en flexibele werkgelegenheid moeten accepteren. Dit zullen we moeten accepteren, maar er dient wel een gedegen vangnet tegenover te staan. Het is goed hierbij in gedachten te houden dat werkgelegenheid een natuurlijk gegeven is, men moet werken voor zijn brood, maar dat hoge rendementen weliswaar aantrekkelijk zijn, echter meer op hebzucht steunen dan waar het in feite (ook) omdraait: 'brood op de plank' op de langere termijn. Wat is en welk systeem brengt dat evenwicht?
|
Wachele credietmarkt crasht beurzen |
Vanaf augustus 2007
De wereldbevolking omvat circa 6000 miljoen bewoners. Daarentegen maken of breken slechts een paar honderd miljoen de globale welvaart. Die paar worden gevormd door de overconsumerende Amerikaanse kooplustigen, die samen wel de grootste en daardoor invloedrijkste economie ter wereld vormt. In feite is het fenomeen nog erger: slechts enkele miljoenen ervan blijken de financiële situaties op alle wereldmarkten te kunnen beïnvloeden en daardoor het mondiale welvaartsniveau.
De ca. twee miljoen Amerikaanse huizenkopers die hun hypotheek niet meer kunnen betalen begonnen zich eind 2006 aan te dienen. Maar in augustus 2007 zijn het er zo veel geworden, dat het invloed op de geglobaliseerde financiële gebeurtenissen begon uit te oefenen, hoewel dit aantal consumenten slechts een uitermate klein deel vormt van de wereldeconomie en een klein deel van de Amerikaanse economie. Dat is nu een van de angels van het kapitalisme, het is door het extreme belang van geld zeer gevoelig voor ook slechts maar een klein deel van de markt, in dit geval de zeer roekeloze Amerikaanse hypotheek- en kredietmarkt, die inmiddels voor een financiéle crisis die nog net geen recessie is heeft gezorgd. Hiermede trad duidelijk aan het ligt dat er in de booming economische wereld wel degelijk een (super)lijk in de kast zat dat er nu uit is gevallen. Er heerst financiële onrust en dat nu juist is wat de economie en de markt niet nodig hebben.
De moeilijke situatie op de (hypotheek en krediet) schuldenmarkt in de Verenigde Staten komt hard aan. Amerikaanse subprime loans - o.a. hypotheeknemers en leningen van (aanzienlijk) minder kredietwaardige kwaliteit - konden jarenlang op hun huis een in feite te zware hypotheek nemen, omdat krediet, door een lage (aug. '07 korte, in eurozone 4%, Japan 0,5%, VS 5,25%, China 7,26%) kapitaalmarktrente, redelijk goedkoop was. Maar als de rente dan omhoog gaat, wat het geval is, dan kunnen ineens velen de hypotheekrente, die in de loop der tijd stijgt (4% -> 8%), niet meer opbrengen. Dit kon voorlopig gecompenseerd worden doordat de huizenprijzen bleven stijgen en er daardoor meer geleend kon worden door de overwaarde te consumeren. Maar inmiddels zakten (onverwacht op dit moment) de huizenprijzen op de markt ook nog eens in. Banken die als hypotheekverstrekkers dienden, ontvingen en ontvangen het geleende geld niet meer terug, en kunnen daardoor ook niet meer aan hun eigen financiële verplichtingen - want zij hebben dat geld ook weer geleend - voldoen. Deze banken gaan dan failliet, want zij kunnen de grote banken, van welke zij het geld geleend hebben, niet meer terugbetalen. Dan krijgen ook de grotere banken problemen met kredietverstrekking door liquiditeitstekorten, want hun geldverstrekkers stellen zich nu argwanend op, zodat zelfs ook hedgefunds en private equities nu minder eenvoudig aan kapitaal komen. Bedrijven kunnen minder makkelijk geld lenen om te investeren, waardoor de economie een gevoelige klap krijgt, want aandelen zakken in waarde. Toonaangevende beurzen storten in en het begin van een wereldwijde augustuscrisis en 'bijna' resessie 2007 was geboren.
Waardoor deze primair lokale Amerikaanse aangelegenheid kans kreeg zich vanaf 23 juli 2007 over de hele wereld te doen voelen in augustus daarop, is eenvoudig uit te leggen. De (hypotheek)banken verkochten delen van het risicopakket aan collegeabanken om het risico te spreiden. De laatste deden dat op hun beurt ook weer middels diverse productconstructies die wereldwijd werden verkocht. En zo werd een internationaal olievlekscenario gecreëerd dat alle beurzen in zijn greep kreeg toen de hypotheekmarkt in de Verenigde Staten begon in te storten en velen waardeloos geworden papieren in handen bleken te hebben - en dus verlies hebben geleden. De ene bank wist niet in hoeverre de andere bank nog financieel was te vertrouwen omdat deze misschien wel aan kredietwaardigheid had ingeboet door (een groot) bezit aan waardeloze papieren.
Deze inter-Amerikaanse kredietcrisis heeft intussen wel het een en ander aangetoond en bewezen. In ieder geval dat de financiële wereld zeer gevoelig is, zeer onderhavig aan sentiment en dikwijls aan vals sentiment. De huidige economie dendert door in opgaande lijn, maar de beurzen maken barre tijden door gevoed door eigenlijk vals sentiment. En er zaten gaten in de markt! De kredietwaardigheid van consumenten werd zwaar overschat, en het toezicht op het hypotheek- en kredietwezen (in Amerika) heeft in feite zitten slapen, anders had deze grote minicrash niet kunnen ontstaan. Banken werden door toezichthouders niet tijdig op de vingers getikt voor de veel te grote risico's die ze aangingen. Kennelijk groeiden de kredietbomen nog steeds tot in de hemel, maar ook deze (lage rente)bubble, zoals in 2001 de internetbubble, spatte uiteindelijk uiteen. Een correctief gebeuren dat de financiële wereld weer met beide benen op de grond moet zetten.
Beleggen heeft bewezen een risicofaktor met zich mee te brengen. Het eist skill, vakmanschap, om problemen te voorkomen, maar ook om er zo min mogelijk gehavend weer uit te komen. In deze laatste fase verkeert de markt en het beursleven momenteel. Deze crisis is een flinke veenbrand die voorlopig nog wel af en toe zal oplaaien. De priviliceerde belegger met roestvrijstalen zenuwen wacht gewoon op het weer opkomen van de beurskoersen en proviteert misschien nu juist (door - enig - contrair beleggen). Dit alles is beleggen anno 2007.
Eind sept. 2007
Dat was een inkoppertje, dacht uw redacteur, maar hij stond snel weer wat beteuterd te kijken. Immers, midden augustus zakte de AEX onder druk van de credietcrisis van 530 tot onder de 499 in, maar op het ogenblik lijkt alles weer vergeten en geven de schermen soms 540 en ook nog eens richting 560. Is de economie nu zo sterk, of is beleggen inderdaar zo onvoorspelbaar. Een dollar boven de 1,40 is natuurlijk aardig voor de Amerikaanse industrie maar een dubbele goudprijs t.o.v. 5 jaar terug (van 10 naar 18 euro p/gram) laat toch wel enigszins een vluchtgedrag zien. Eind 2009 is men het er over eens dat het omvallen van de Amerikaanse bank Lehman bros het totale vertrouwen in de financiële wereld heeft bewerkstelligd en dé crisis heeft veroorzaakt.
Eind november gaat men inzien dat de Amerikaanse hypotheek- en creditcrisis (nu ook in de autobranche) ingrijpender is dan vermoed en misschien een nog wel langer staartje zal krijgen. De olie hoog, maar redelijk stabiel, de euro die maar meer dollar waard wordt, stijgende grondstofprijzen en de groeiende Chinees-Arabische luchtbel drukken (te veel, toch) het sentiment. In een jaar tijd heeft de AEX de winst van een heel jaar verloren en dat ze het haar toebedeelde koersdoel zal halen (560) in nog maar ruim een maand tijd, zal wel niet lukken. Toch is het een tijd om te kopen, misschien de top-dalers of trackers, of een mandje AEX-fondsen. Er is ondanks alles wat te verdienen, want de huidige economie is robuust en de conjunctuur is bullachtig.
In september 2008 komt Amerika in opspraak. Banken vallen om als appeltjes uit de boom, terwijl de betrokken managers er toch nog met honderden miljoenen beloningen van door gaan. Het vertrouwen in het geldwezen verdwijnt: de credietcrisis in optima forma laat zijn gezicht zien. Met een reddingsplan dat een hulpsaldo van $700 miljard omvat - $700.000.000.000 is zelfs meer dan het US militaire apparaat jaarlijks kost -, grijpt de Amerikaanse regering in op een on-amerikaanse wijze in het beruchte roofkapitalistische stelsel. De wereld op zijn kop. De altijd zo gepromote economische marktvrijheid is nu zelfs in dit land verdwenen, een graadmeter van de ernst van deze crisis, erger dan die van de jaren 30 in de vorige eeuw. De winst- en graaicultuur en het bestaan van zakenbanken is over, voorbij. Naked short gaan met aandelen - lenen van aandelen om te verkopen en later goedkoper op te kopen en dan terug te geven, dat daardoor een geruchtenmachine in het leven roept - wordt verboden. Meer toezicht en deze kapitale geldinjectie van de staat moeten de rust en het vertrouwen van de consument in de economie terugbrengen.
Men wil niet naar een geleide staatseconomie - de tegenhanger van het vrije kapitalisme - maar een financiële wereld die in korte tijd dermate is veranderd eist nieuwe en strengere maatregelen. Niet alleen om de consument te beschermen - die altijd het gelag moet betalen - doch meer nog om een stabiele en betrouwbare economische (geld)markt te creëren waarin goed handel gedreven kan worden.
Maar eind september 2008 wilde de Amerikaanse regering deze miljardeninjectie in de economie niet accepteren. Wellicht was het gebruik van de gelden niet nauwkeurig genoeg omschreven. Maar de gemiddelde Amerikaan zegt ook: do'nt bail-out Wall Street, koop Wall Street niet uit. Analisten werden gek, onbegrip alom. Maar de Dow Jones kelderde wel onmiddellijk met 777 punten tot net even boven de 10.000, meer dan ooit vertoond op een dag. De AEX daalde ineens met bijna 9% tot een magere 323 ´punten. Ook het feit dat in Europa de Benelux de Fortisbank staatssteun moesten verlenen om de bank overeind te houden en het vertrouwen nog enigszins, toont aan dat de Amerikaanse credietcrisis e´en duidelijk globaal probleem is geworden. Deze 29 sept. 2008 komt bekend te staan als de zwarte maandag, een dag die de wereldeconomie en haar machten veranderde.
Op 15 september 2008 wordt de sleutel tot de wereldwijde credietcrisis omgedraait: Amerika laat de enorme meer dan 150 jaar oude bank Lehman Brs failliet gaan. Voor ander banken het sein dat ook zei niet meer veilig zijn, het vertrouwen in elkaar - en de consument - is verdwenen en de wereldomvattende crediet- en geldcrisis is geboren.
Op 1 okt. 2008 ging de Amerikaanse regering accord met een aangepast voorstel om de economie uit het credietslob te trekken en keurde de Senaat het reddingsplan van 700 mjd doller nu wel goed.
In Europa meent men dat de marktmotor US is uitgevallen en ook dat de dollar zijn status als wereldwijd vertrouwd betaalmiddel kwijt is geraakt. Azië en China gaan deze positie eerder dan verwacht overnemen. Deze beide economiën verzachten exorbitante daling van het gemiddelde Amerikanistische negatieve effect van de huidige crisis, wat begin vorige eeuw niet het geval was. Daarom zullen de gevolgen vermoedelijk niet al te desastreus zijn. En de oude wereld, die op dit moment nog redelijk draait, kan alleen maar toekijken en afwachten wat deze crisis voor haar alsnog in petto heeft. Beurzen kelderen, koersen dalen, pensioenfondsen komen in nood en naast de wereldomvattende terreur brengt nu ook het geldwezen mensen in een toestand van angst en soms zelfs van paniek.
Begin 2010 is het alweer raak. Oude praktijken, die mede tot de wereldomvattende crisis hebben geleid, worden weer opgepakt. Bonussen van banken in Amerika vallen hoger uit dan ooit. Indien de graaicultuur een oorzaak van de crisis is geweest, staat er derhalve opnieuw een crisis voor de deur, zeggen de tekenen. Dan komt de W-vorm van de crisis alsnog uit. Het Westen krabbelt aardig op, mede gedragen door de stevige economieën van China en India.
Bonussen worden betaald uit behaalde winst. Indien er sprake is van het toekennen van bonussen, dan zou dat wel eens in kunnen houden dat de produkten die deze winst opleverden te duur verkocht zijn aan de klant. Of er zitten weer producten in de markt die hun geld niet waard zijn, waardoor straks de balansen opnieuw moeten worden gladgestreken ten koste van de economie.
Geld blijkt niet meer goedkoop te zijn en zonder voldoende toezicht richt het 'ach en wee' aan heeft deze crisis duidelijk aangetoond. Kon men in de VS tot nog toe bijna ongelimiteerd alles op de pof kopen, omdat een opzettelijk laag gehouden rente mensen niet in toom hield, nu moet de belastingbetaler alsnog geld toe geven, want het hulpsaldo van de staat komt toch uit belastinggeld. Op deze wijze blijkt geld derhalve twee keer zoveel te kosten als men tot nog toe had gedacht.
|
Een nieuwe crisis voorkomen en de banken |
Dan moeten we wel eerst begrijpen hoe de wereldcrisis van 2008/09 ontstond. Dat is een stukje ernstig stemmende financiële geschiedenis. Sinds De Grote Klap van 1929 heben we vele crises meegemaakt. Allemaal echter van meer of meer lokale omvang en ook nog eens op de een of anderde manier zelfherstellend. Zelf de apocalyptische oliecrisis in 1975 en een tweede in '80 lostten zich aardig zelf op na verloop van tijd. In 1987 hadden we te maken met de Azië-crisis, maar in het Verre-Oosten wist men ook deze op te lossen. Tegen het jaar 2000 dachten we dat alles dat een internet gekoppeld was in goud zou veranderen. Deze bubbel ontplofte even later, want er kwam niets van uit, met als gevolg een recessie in o.a. de US. Maar ja, het kapitalisme is gebaseerd op consumeren en in de VS dacht men dat met een lage leenrente de consumptie gestimuleerd kon worden. Daarom verlaagde men de credietren van 6,5 naar ca. 1%; geld kostte bijna niets meer en iedereen kon kopen wat hij wilde, zelfs ver boven zijn draagkracht. De huizenprijzen stegen, iederereen kon desondanks een huis kopen - via de inmiddels beruchte subprimehypotheken - en de hypotheekmarkt nam een enorme omvang gaan. En ook haar ingewikkelde en welhaast niet te ontrafelen bijprodukten, zoals de cde's, verzekeringsaandelen die de waardevermindering (wanbetaling) van (subprime)hypotheken dekken. Maar in de loop van 2007 begon zich enig argwaan in de bankenwereld aan te kondigen, het voorzichtige begin van de hypotheekcrisis die zou eindigen als een mondiale geld- of kredietcrisis.
Deze dingen werden ondanks alles met een schouderophalen afgedaan en een soort het zal wel goed zijn, want niemand kon het nog meer overzien. En toen de huizen op voorspelbaar onvoorspelbare wijze in waarde begonne te zakken en de (nul)waarde van deze cde's en subprime's naar boven kwamen, waren de rapen gaar: een markt die de waarde van de aandelenhandel verre overtrof, moest worden afgeschreven als waardeloos bezit. Daarnaast lag aan e.e.a. mede de onvoorstelbaar hoge westerse bonuscultuur bij banken ten grondslag. Casinomentaliteit loonde, bleef men denken. Echter, hypotheken werden niet meer betaald en konden ook niet meer worden betaald, omdat banken meer geld van de hypotheeknemers ging vragen, want de ingezakte waarde van hun huis dekte hun schuld niet meer. Ook de aan de hypotheekwaarde gekoppelde aandelenbeleggingen daalden snel in waarde, zodat geschrokken beleggers - particulieren, verzekeraars, banken, pensioenfondsen - de markt verlieten. Ineens waren de o.a. de banken arm, armer en het armst van iedereen. Een financieel armageddon was een feit, want een waarde van meer dan €30.000 miljard was verdampt. En daarmede ook datgene waarop de financiële wereld steunt: vertrouwen. Geld hield op te stromen en de economie liep vast met het bankroet van velen als gevolg. En niet alleen lokaal dit keer, maar de hele globale bankwereld was geïnfecteerd met deze waardeloze cde's en subprime-pakketten, zodat mondiaal banken grote afschrijvingen op hun vermogen moesten doen en de knip dicht gingen houden. Er was geen houden meer aan. Ondernemingen gingen de portemonnee dicht houden en consumenten werden met hetzelfde virus besmet. Ok de Aziatische wereld ging mee omlaag, wat hen zeer deed schrikken. Overal ging het ongekend slechter dan slecht vanaf september 2008 tot ver midden 2009 met ten slote een ingestorte wereldeconomie: met werkeloosheid, een van de ergste dingen die mensen kan overkomen.
Maar wat nu? Want er moet toch iets gebeuren, er moet iets veranderen om weer niet dezelfde fouten te maken met de daaraan gerelateerde fincanciële debacels. Vermoedelijk zullen economische crisis altijd blijven en zij vormen wellicht tot de natuur van onze economie. Het enige is, dat we deze tot een minimum in aantal en ingrijpendheid proberen te voorkomen.
Wat duidelijk is geworden, is dat de handel en wandel van banken tegenwoordig een cruciale rol spelen bij het ontstaan van een crisis, vooral de laatste. Het lijkt er daarom op dat banken een status moet worden verleend die de economie niet langer kan schaden of zelfs in gevaar kan brengen. Het komt er op neer dat aan de ene kant hun macht dient te worden beperkt, terwijl aan de andere kant moet worden vastgelegd wat zij wel en niet mogen op financieel gebied. Het begin hiervan wordt een scherp onderschied te maken tussen spaarbanken en handels- of systeembanken. Niet beide mogen dezelfde diensten aanbieden, hun activiteitenprogramma's dienen elkaar aan te vullen en niet te overlappen. En, bovenal, banken dienen banken te blijven, onbezoldigde ambtenaren ten dienste van het publiek. Het dienen geen instituten te worden die ieder voor zich uitzijn op een zo groot mogelijke marktsegment in handen te krijgen of een zo hoog mogelijke winst te behalen. Dit bevordert tevens dat bankiers een gewone en geschaalde bezoldiging zullen ontvangen. Zij dienen niet meer te zijn dan het doorgeefluik van de financiën en financiéle producten dienend als smeerolie voor het soepel doen verlopen van de economie, een gelijkwaardige rol zoals die aan geld dient te worden toegekend. Punt uit. Banken zijn er om geld in te nemen en dit als krediet aan ondernemers te verstrekken. Hier zijn uiteraard kosten en beloningen mee gemoeid. En hiervoor dienen grenzen te worden vestgelegd.
Hoe gaan we dit ooit realisen, komt de vraag bij u op. Wel, met de nodige goede wil, inzicht en (wettelijk afgedwongen) medewerking van de betreffende dienstverleners, de banken dus.
Wat het dit jaar gaat worden, ligt nog verborgen achter de coulisses. En al kennen we de naam van het stuk - de economie - de ontwikkelingen op het toneel zijn niet bekend, want ieder jaar is altijd weer een première. Dit jaar bestaat de euro 10 jaar (giraal, en 7 jaar in de praktijk). We vragen ons nu verbijsterd af hoe we het er vanaf gebracht zouden hebben met de oude gulden, terwijl die toen nog wel aan de mark gekoppeld was. Maar met de drachme en de lire bijv. zouden die landen onder de huidige omstandigheden een onleefbaar klimaat hebben ervaren. Mr. Greenspan dacht nog dat de euro de financiële ondergang van Europa zou worden, maar wij weten nu het tegenovergestelde. Niet Europa is failliet, maar kennelijk zijn eigen land. De lage-rentepolitiek van Greenspan heeft er immers o.m. toe geleid dat zijn burgers begin 2009 voor $10.000 miljard rood staan zonder onderpand. In ieder geval, de politiek van mr. Greenspan was net te veel voor de finaciële situatie aan het begin van de 21e eeuw.
Toen de Amerikaanse economie stotterde en begon en in storten, was dat een regelrechte rel door toedoen van door de overmatige gestimuleerde bestedingsgraad van de Amerikaanse consumenten. En wie was de grote auctor intellectualis van deze diepste financiële wereldgeldcrisis ooit van de afgelopen vele decennia? Niet de tot topfinancialist van 2008 benoemde, zoals the The Ecnomist voorstelde. Hij was wel de grondlegger van de huidige depressie, en vergat dat geleend geld alleen maar een mes op de keel was. En wat een ieder wist en vreesde dat gebeurde: de gehele wereldeconomie stortte in, het mes sneed.
De Super Bowl ´09 ging door, maar het was een camouflage. Alle typisch Amerikaanse nationale spelen gaan op de schop, ze zijn te duur geworden. Dat komt ook aan de orde doordat aircraftcarriers uit de vaart worden genomen. De Russische marine daarentegen begint zijn militaire kracht voor wereldsferische invloed charismatisch vriendelijk mondiaal uit te breiden en ambieert een grote nieuwe vloot onderzeeërs en vliegdekschepen. Maar ook zij zullen moeten ervaren dat olie- en gasdollars zeer 'volatiel' zijn.
Maar de werkelijke reden is dat Rusland zijn infloedssfeer wil uitbreiden en de hele wereld wil laten zien dat ze haar wassenpop-militaire macht van ondergraven wereldmacht nu stevig wil oppeppen. Maar de Russen kennen tegenslagen, zoals ook de nog de echte wereldmacht Amerika. Ruslands buitenlandse reserves zakken snel in, wat het weer tot een arm land degradeert zonder wellicht haar droomvloot. En de problemenen met haar boeten t.a.v. de gasvoorziening maken het land ook al minder geliefd. En Amerika? Na de bevolking gaat nu - noodgedwongen - de regering op de pof leven.
Hoe zit het verder met de toch nog belangrijke Amerikaanse economie? Tussen 1 jan. en 31 dec. 2008 kochten de Amerikaanse consumenten ineens - dit is de crux van de credietcrisis - 10% minder dan gebruikelijk. Dat is een harde klap, want de economie is geschoeid op groei en niet op krimp. Men produceert niet slechts wat nodig is, maar wil verkopen wat de productie ook maar aanbiedt, onafhankelijk van de vraag. En dat gaat natuurlijk niet altijd en niet heel lang goed. Dit is inmiddels gebleken: een wereldwijde ongeëvenaarde geldcrisis die de maatschappij in armoede dompelt. Het machtigste land op aarde werd in een jaar tijd het armste! Hoe moet het dan de armen in Afrika wel niet vergaan?!
Maar goed, een groot deel van onze economischeª welvaart hangt nog steeds af van beleggen. Als mensen daar een goed gevoel bij hebben, zit het wel snor. Maar, o wee, wanneer de markt tegen zit. En die zit tegen! Wie wil er nu nog beleggen? Sparen levert toch vertrouwd - gegarandeerd door de staat - meer op. Weliswaar zakken de door de banken aangeboden spaarrenten lanzamerhand, maar beleggen kan er in het algemeen nog steeds niet tegenop.
En begin maart 2009 dacht men dat de bodem van de AEX in zicht was, maar meer dan inzicht bleek het niet. Want - op dit moment - kan de bodem nog naar 1xx zakken. Men koopt niet meer, men verkoopt nog slechts - en dan is iedere prijs welkom. Slechts de sterkste geesten verkopen niet en denken dat in de loop der tijd alle aandelen wel weer omhoog aan. Dat was de regel tot nu toe, met Japan als tegenbeeld! Maar tegenwoordig heeft men daar een iets ander mening over. De aandelen - de AEX- zullen wel weer stijgen, maar in de loop van de komende (tientallen) jaren. En dat is een compleet nieuw gegeven.
Het kan best blijken dat begin 2009 de beste beleggingsperiode ooit was. Werkelijk alle aandelen hebben een bodemprijs en zijn bereikbaar zelfs voor niet kapitaalkrachtigen. Het gaat er nu om of u denkt dat uw huidige investering er in de toekomst goed uitspringt, of u erop vertrouwt dat de beurs op niet al te lange termijn weer gewone proporties laat zien. Dan hebt u al winst, immers. En op een dag begin maart 2009 stijgt de beurs enorm, want koopjesjagers hebben hun kans schoon gezien. Zij kopen massaal goedkope aandelen en deze omzet laat de beurskoers stijgen. De kunst is om het nu aangekochte niet op korte termijn weer te verkopen, maar wanneer straks de koers weer hemelhoog staat pas van de hand te doen en flink te 'cashen'. Met vertrouwen en geduld verdient u het.
Wie vindt er nu nog meer gereedschap uit om de economie op te krikken zoal·¨s Duitsland - een oprui¼mpremie voor auto's. Nieuwe ideeën zijn welkom. Er is een goed crisisbeleid nodig.
Het is is voorstelbaar dat de belastingen omhoog gaan, want de staatsschuld moet niet oplopen, maar de werklozen moeten wel te eten hebben. Dat kan slechts door nivellering van de inkomsten via de belastinghefboom. Nederland moet rustig blijven en dat kan slechts door iedereen te eten te geven, naast voelbal en de onverantwoord uitgelichte uitschieters van politici en bn'rs.
Waar het om gaat, is dat men het vertrouwen heeft dat men morgen ook nog te eten heeft. En in onze wereld nog iets meer, zoals een computer en een tv. Wij kennen eigenlijk de zelfde armoede van begin 20e eeuw, alleen op een hoger plan, met een wasmachine, een tv en een computer, maar de armoede is er en blijft er: gebrek aan voedsel. De armen zult gij altijd onder u hebben, is een waarheid als een sapi. Maar de maatschappij moet ook hen verzorgen, ondanks misschien een belastingverhoging. Waar tienduizenden naar de voedselbanken¹ gedreven worden voor hun dagelijks brood, en zij horen en lezen dat enkele bankbestuurders er desondanks met tientallen miljoenen aan bonussen naar huis gaan, dan lijkt er inderdaad wel iets scheef te zijn gegroeid. Ook een directeur van het Rode Kruis die met alleen al enkele honderd duizenden aan salaris naar huis gaat, terwijl de burger gratis levert wat het fonds nodig heeft, is een moeilijk te verteren feit voor mensen onderaan de ladder. Marktgerelateerde salarissen, verdedigt men deze inkomsten. Op zich geen punt, want niemand valt erover, behalve als het op gaat vallen. Dat vindt plaats als men onderaan de ladder te lijden heeft. Dan moet de economie optreden en inkomsten afvlakken, waarna er niemand meer moppert.
Hadden we het weer niet over beleggen. Wat moet u doen, kopen, verkopen, op uw handen gaan zitten, beurswaarheden gehoorzamen? We leven in een tijd dat wetten niet meer lijken te gelden en de AEX als een financieel ravijn word aangeduid. Maar de beurs mo¦ et ook leven, wat kopen betekent. En wat moet u dan kopen? Wie weet dat vandaag nog met zekerheid. Het ooit machtige Belgische Fortis koopt ABN, en Fortis gaat failliet. De ING koop de volksitem Postbank en gaat (nog niet) failliet. En in deze eeuw zijn er meer van deze situaties in de geschiedenis te melden. Onzekerheid is koning, maar wat zegt onderkoning vertrouwen?
Dus daar gaan we weer, waar moet u in beleggen, want u moet uw geld - dat u over hebt - ergens kwijt. Sparen is een zeer belangrijk ding en geeft vandaag een aardig rendement, maar helaas, voor een goedlopende economie zi£jn ook uitgaven nodig. Staatsobligaties geven zekerheid, maar weinig rendement. Particuliere obligaties zijn weinig te vertrouwen wat betreft opbrengst.² Dus ... We weten het niet meer. Investeerders, dµe kopers van aandelen, blijven weg, investeringen zijn vrijwel nihil.
Het heikele punt is dat er geen houvast als alternatief is aan te dragen. Vastgoed loopt moeilijk, commodities, grondstoffen, zijn weining gevraagd, auto's - praat me er niet over.
Private equity en hedgefunds hebben afgedaan en particulier lenen - via internet - roept ook nog vragen op en misschien zelfs al afgedaan. Toch moet uw geld zijn waarde behouden en het liefst nog iets extra's opleveren. Hoe doen we dat, nu de financiële crisis het begin blijkt te zijn van een drama met een gruwelijk mondiale impact? Nederland moet voorlopig leven op een lage AEX-bodem, ook wat levensonderhoud en helemaal wat welvaart betreft. Mensen, het is erg, gewoon zeer erg, het beursklimaat is zwarter dan rood. Maar intussen we gaan voor u denken.
In maart 2009 is men het er algemeen over eens dat een belegger op zijn handen moet blijven zitten, hij gaat er niet op vooruit of achteruit wanneer hij iets doet (op de beurs. Tenzij men het tijdelijk op een spaarrekening zet, wat ook maar weer tot een bepaald bedrag wordt getolereerd, dus bij diverse banken, mede om de garantie tot €100.000,--). Waar wachten we dan eigenlijk op? Het antwoord is: het begin van de beursralley weer omhoog, want die gaat komen, toont de historie aan. Op dit moment zijn er lichte aanwijzingen dat er aan de horizon een stipje licht zichtbaar is. Wanneer die stip duidelijk wordt, contouren krijgt, is het kopen geblazen, want daarna gaan de aandelen opnieuw waarde vertegenwoordigen. Wanneer er voldoende contour is als een sein om tot aanschaf over te gaan - of verkoop - zal wel binnen redelijk afzienbare tijd voorzichtig duidelijk worden aan de hand van wat meer en duidelijker aanwijzingen. Voor beleggen op de wel wat langere termijn - zoals vroeger - is het reeds maanden een instapmoment.
Er zijn beleggingsadviseurs die per aandeel de voordelen van aan- of verkoop kunnen aangeven. Zij kennen de betreffende onderneming bijna als hun broekzak. En dan kun je er een verstandige opmerking over maken, waarvan voor velen veel verlies of winst wordt gekenmerkt, of ze luisteren of niet.
|
Een nieuw zakendoen - handel in vertrouwen |
Vooral sinds de financieel/economisch teloorgang van het anglosaksisch kapitalisme is men bezig een nieuwe manier van zakendoen te ontwikkelen. Steeds meer treedt op de voorgrond dat het om de mens draait en niet in eerste instantie om de winst, maar om vertrouwen en het afstand nemen van iedere vorm van corruptie. Dit vereist een nieuw denken t.a.v. integriteit en een nieuwe vorm van integer corporate management. Hoe kan men managers vrijheid geven zonder dat ze van die vrijheid misbruik maken of dat ze daarvan zelf op de hoogte zijn zelfs. Maar eigenlijk is deze doelstelling al zo oud als de mensheid. Het is slechts het steeds stoten van de neus die mensen dwingt toch maar steeds dichter bij 'vindt de ander zo aardig als uzelf aardig gevonden wilt worden'. Dit zit in het oude kapitalisme beslist niet opgesloten. Wanneer we managementorganisaties bekijken dan komt bescheidenheid daar bijv. welhaast niet in voor. Toch is leiding geven een nederige bezigheid, anders wordt u als arrogant beschouwd. Leiding geven komt er eigenlijk op neer het goede voorbeeld te geven. Wanneer dat goed uitpakt - iets dat men in de hand heeft - is sukses uw deel. En dat is wat men toch wil.
* - *
|
|